Een verloren modegeneratie

Liepen mannelijke rockmuzikanten in het verleden nog rond met getoupeerd haar en strakke broeken die de piemels goed deden uitkomen, tegenwoordig zie ik voornamelijk ruitjeshemden en slobberige spijkerbroeken - en die doen niets goed uitkomen. Houthakkershemden maskeren vooral dikke buiken. Niet dat ik nu vol overgave pleit voor meer piemels op een podium, maar toch.

Zo stond ik een paar dagen terug bij de finale van een Utrechtse bandwedstrijd en tjonge, het leek alsof willekeurige bezoekers op het podium waren gesprongen en achter de microfoons hadden plaatsgenomen. Wat een treurnis. Addy van den Krommenacker zou zich omdraaien in zijn - o, wacht. Waarom nu niet gewoon even een kek jasje aangetrokken? Of voor mijn part geen jasje. Van een beetje fluorescerende glitterverf op de borst is per slot van rekening niemand slechter geworden. Maar nee, het was saaiheid troef. Gelukkig had ik zelf een strakke broek aan. 

En terwijl ik besloot een biertje te halen, vroeg ik me af hoe dit er nu allemaal zo was ingeslopen. Heeft het misschien te maken met het Maaiveld-syndroom of wordt het spreekwoord ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ wat te letterlijk genomen? Of misschien durft men simpelweg niet meer, uit angst om belachelijk te worden gemaakt? 

Waarschijnlijk heeft het te maken met grunge en de jaren negentig: wie in dat decennium is opgegroeid (en nu op het podium staat), weet gewoonweg niet beter. Door in hun dagelijkse kloffie het podium te beklimmen, lieten groepen als Nirvana, Soundgarden en Pearl Jam (zie foto linksboven) zien dat je je als rockmuzikant helemaal niet hoeft op te doffen. Bah.

Hopelijk laat de toekomstige generatie rockmuzikanten wél hun piemels zien.

Araglin | Dinsdag 08 Mei 2012 at 11:37 am | Overpeinzing | 2 reacties
Gebruikte Tags: ,

Vrijheid

Ik snap dat het niet zo handig is om met een krat bier onder de ene arm en een gezinsverpakking cocaïne onder de andere het Bevrijdingsfestivalterrein op te stappen. En met een beetje fantasie zie ik ook wel dat je eventueel - en alleen als je het heel erg graag wilt - iemand behoorlijk op zijn of haar hoofd kunt timmeren met een literfles cola. 

Maar je kunt ook doordraven. 

Zo bezocht ik met vriendin Eva het Bevrijdingsfestival Utrecht en werden bij de ingang onze tassen geïnspecteerd. ‘Aha, een paraplu’, riep een potige beveiligingsbeambte enthousiast. ‘Dat mag dus niet. Inleveren graag,’ ‘Heuh?’, reageerde ik verbouwereerd. ‘Waarom?’ ‘Regels zijn regels.’ ‘Ehh… maar wat als het gaat regenen?’ zei ik, terwijl mijn nieuwe paraplu zonder pardon en eer ik er erg in had in een gigantische stapel soortgenoten werd gegooid. “Dan word je maar nat, net zoals wij allemaal.’ ‘Maar….’ ‘Nee, je krijgt geen bewijsje of wat dan ook. Als je naar huis gaat, zoek je ‘m maar weer op. Dag meneer.’

Constante videocontrole, flesjes water die niet naar binnen mogen, flyers die moesten worden weggegooid, het verplicht gebruik van muntjes – goed, okee. Maar een parapluverbod? De menselijke fantasie kent op 5 mei kennelijk geen grenzen…

Araglin | Zaterdag 05 Mei 2012 at 10:52 pm | Overpeinzing | 2 reacties
Gebruikte Tags:

Diethelm & Famulari

[Dit is een gastbijdrage geschreven door Michael Bouma] 

In het begin van de jaren tachtig was Nederland in de ban van wat toen nog de Whitbread Round the World Race heette, een zeilrace rond de wereld. In 1977-1978 won de Nederlander Connie van Rietschoten deze race met zijn schip ‘De Flyer’. In 1981-1982 wist hij deze race wederom te winnen, nu met ‘De Flyer II’. Beide schepen waren gebouwd bij Huisman Shipyard in Vollenhove. Zowel de race als de bouw van ‘De Flyer II’ sprak bijzonder tot de verbeelding van het Zwitserse jazzduo Thomas Diethelm & Santino Famulari, dat zich voor hun debuut-lp ‘The Flyer’ (1983) door de prestaties van Van Rietschoten liet inspireren.

Mede dankzij het succes van ‘De Flyer II’ in de Whitbread Round the World Race en een optreden van Diethelm & Famulari bij Sonja Barend, ontstond er een kleine hype rond de lp. De single ‘The Flyer’ stond in 1984 vier weken in de Top 40, met als hoogste positie de 27e plaats. Als ik dit nummer hoor moet ik nog altijd denken aan de prachtige beelden van ‘De Flyer II’ tijdens de race, die achter de muziek waren gemonteerd. Helaas is dit filmpje niet meer te vinden op YouTube. 

Over beide heren heb ik niet zoveel info kunnen achterhalen. Famulari is een klassiek geschoold pianist, die op dit album de synthesizer bespeelt. Diethelm speelt op een akoestische gitaar met nylonsnaren. Opvallend is het gebruik van analoge delays, die het geluid een enkele herhaling geven. Je hoort dus hetzelfde nog een keer maar dan met een herhaling. Deze ‘delay-tijd’ bepaalt het tempo van de nummers en zorgt tegelijkertijd voor een herkenbare en voor die tijd vernieuwende sound. De nummers hebben mede door het gebruik van de akoestische gitaar een hoog Flairck-gehalte. 

Na ‘The Flyer’ brachten Diethelm & Famulari het album ‘Valleys in My Head’ (1984) uit, met daarop wederom een versie van ‘The Flyer’. Santino Famulari werkte later samen met de Zwitserse harpist Andreas Vollenweider, terwijl Thomas Diethelm actief was met de Thomas Diethelm Band (en een aantal jaar geleden wat gitaarfilmpjes op YouTube zette).  

Araglin | Donderdag 03 Mei 2012 at 11:10 pm | 80s, Flashback, Gastbijdrage | 1 reactie
Gebruikte Tags:

Creatieve luiheid

Soms hè, soms word ik behoorlijk moe van al die muziekrecensies. Dat iedereen tegenwoordig een mening heeft, is nog tot daar aan toe. Het gaat mij om de voorspelbare manier waarop een en ander wordt verwoord. En dan heb ik het niet over veelvoorkomende fouten als ‘sferisch’ (bolvormig) of ‘trash metal’ (in plaats van ‘thrash metal’), nee, ik heb het over muzikale stoplappen, over ingeslepen stijlbloempjes. 

Zo zijn gitaren steevast aan het scheuren, drums aan het beuken en bassen aan het zoemen. Producers zitten altijd ‘achter de knoppen’. Een album is ‘on-Nederlands goed’ en ‘kan zich moeiteloos meten met buitenlandse voorbeelden’. En zodra het om het tweede album van een artiest of band gaat, is het altijd ‘die moeilijke tweede plaat’. Als de recensent in kwestie niet van weet wat hij of zij met een artiest aanmoet, laat ‘de muziek zich niet in een hokje plaatsen’ of is er sprake van ‘een groeiplaat die pas na meerdere luisterbeurten zijn geheimen prijsgeeft’. 

En zo kan ik nog wel even doorgaan: ‘Laat de [vul jaargetijde in] nu maar komen!’, ‘nu al een van de kandidaten voor mijn jaarlijstje’, ‘het glimmende schijfje’, ‘een must voor de fans’, ‘hoofdstedelijke poptempel’, ‘een volwassen geluid’, ‘verrassen vriend en vijand’ enzovoort enzovoort – HELP! 

Ik overdrijf? Als je alle stoplappen achter elkaar zet, ziet het er als volgt uit: 

The Walking Bricks - Music volume 2
Nadat ze met hun debuut ‘Music volume 1’ vriend en vijand verrasten met hun opzwepende en verfrissende mix van rock en punk, bleef het lange tijd stil rond de Amsterdamse groep The Walking Bricks. En nu is er dan eindelijk het altijd moeilijke tweede album, dat de naam ‘Music volume 2’ heeft meegekregen. Op dit album laten de mannen een volwassen geluid horen, dat zich moeilijk in een hokje laat plaatsen. De gitaren scheuren, de drums roffelen en zanger Herman zingt vol overgave. Halverwege nemen de Amsterdammers het gas wat terug en worden we getrakteerd op enkele sferische ballads. Fans van het eerste uur kunnen ‘Music volume 2’ blindelings aanschaffen. Dit is gewoon on-Nederlands goed en nu al een kandidaat voor mijn jaarlijstje – en het jaar is pas net begonnen. Of ze het live kunnen waarmaken, zal de tijd moeten leren. Al met al: dit album verdient het om door een groot publiek omarmd te worden. Gaat dat zien en horen! 

* En nee, The Walking Bricks bestaan niet.

Araglin | Vrijdag 27 April 2012 at 10:52 am | Overpeinzing | 2 reacties
Gebruikte Tags: , ,

Masseren en verleggen

Op 20 januari 2010 overleed totaal onverwacht op 37-jarige leeftijd dj Arjen Grolleman, de drijvende en inspirerende kracht achter het inmiddels opgeheven Kink FM. Ik was geschokt en met stomheid geslagen. Een dag of wat eerder had ik nog met hem getwitterd; hij deed mee aan een pubquiz en vroeg zijn volgers om hulp. Ik had Arjen wel eens gesproken, de hand geschud en bedankt voor het feit dat hij mij begin jaren negentig liet kennismaken met tal van obscure, maar o zo prachtige muziek in zijn programma X-Rated (nu te beluisteren op de Concertzender). Grolleman was een van die zeldzame dj’s die het ene moment een flauwe grap kon maken en het andere moment aan een erudiet betoog kon beginnen over Oswald Spenglers ‘Der Untergang des Abendlandes’. 

In de diverse - vaak prachtige - stukken over Grolleman wordt steevast Arjens uitspraak ‘Er is niets mooier dan mensen overtuigen van jouw muzieksmaak. Het is een roeping’ geciteerd. Ik moet zeggen dat ik dit aanvankelijk maar een raar citaat vond. Waarom zou je mensen willen overtuigen? Waarom zou je dat überhaupt willen doen? Laat iedereen toch lekker naar zijn of haar muziek luisteren! Maar toen ik een keer slaapdronken onder de douche stond, viel opeens het kwartje. Het is niet zo dat je anderen jouw smaak op wilt dringen, maar wilt uitleggen waarom je naar bepaalde dingen luistert. Dat iets meer is dan een beetje gepingel, bizar geschreeuw of gepiep en geknars. Horizonnen verleggen. Muzieksmaken masseren. 

Eigenlijk niets anders dan wat ik de afgelopen jaren op Araglin.nl heb gedaan. En inderdaad, het klinkt misschien wat zwaar, maar het is een roeping. En zeg nu zelf, als niemand schrijft over vergeten easy listening-helden of kosmische synthesizerpareltjes, dan offer ik me wel op… 

Anyway, ik ben er weer! Heb ik nog wat gemist?

Araglin | Woensdag 25 April 2012 at 12:40 am | Overig | 13 reacties
Gebruikte Tags:

Cosmo V

Ik stopte. Ik stopte met waar ik mee bezig was om goed te kunnen luisteren. Als ik op dat moment in een auto zou hebben gereden, zou ik in ademloze vervoering mijn wagen langs de kant van de weg hebben gezet. Maar nee, ik was thuis en bezig met de afwas. Ik schudde het schuim van mijn handen, liep naar mijn pc en checkte welk nummer werd afgespeeld. ‘Roam’ van Cosmo V. Het klonk ogenschijnlijk simpel: een echoënde gitaarrif, een pulserend hartslagritme, rammelende synths en een ijle, etherische vrouwenstem. Bezwerend.

In het mapje ‘Nog te beluisteren’ stonden nog drie nummers van Cosmo V, afkomstig van de EP V: lo-fi elektronica met intrigerende fluisterzang en heel veel sfeer en melancholie. Ik plaatste een linkje naar de EP op mijn Facebook-pagina, typte er een lyrische commentaarregel bij, luisterde V vijf keer achter elkaar en maakte toen de afwas af.

De volgende dag bleek Cosmo V te hebben gereageerd: ‘Leuk dat je mijn EP hebt gepost! Thanks!’ We sloegen aan het Facebooken. Cosmo V bleek het alter ego te zijn van Cosmo Luhulima, een 23-jarige studente uit Utrecht. Ze was enthousiast, ik was fan, één en één is twee en een paar weken later dronk ik samen met een lichtelijk nerveuze Cosmo een biertje in haar knusse zolderappartement aan de Hopakker.

Cosmo’s muziek roept associaties op met de muziek van Cocteau Twins, Cranes, Eklin, Warpaint... Hoe zou ze zelf haar muziek omschrijven? Cosmo Luhulima: “Ik noem het ‘bedroom pop’, omdat ik in het in mijn woon- en slaapkamer heb gemaakt. Ik moet eerlijk zeggen dat de artiesten die je noemt me niet zoveel zeggen; ik ben beïnvloed door van alles, het minimalistische van garagerock, Franse zuchtmeisjes, schrijvers als Charles Bukowski en uiteenlopende artiesten als Nico en Nirvana.’’

Lees verder »

Araglin | Zondag 09 Oktober 2011 at 10:51 pm | Elektronisch, Interview | 3 reacties
Gebruikte Tags: , ,

of what once was

In 1949 componeerde de Franse kunstenaar en performancepionier Yves Klein (1928-1962) zijn ‘Monotone-Silence Symphony’. En dat monotone mag je letterlijk nemen: het stuk bestaat uit één akkoord dat een kamerorkest maar liefst twintig minuten aanhoudt, gevolgd door exact twintig minuten stilte. Om ervoor te zorgen dat het publiek zich de eerste twintig minuten niet stierlijk zat te vervelen, liet Klein vaak naakte modellen opdraven, die esthetisch over met blauwe verf ingesmeerde vellen papier moesten rollen en glibberen.

De Utrechtse geluidskunstenaar Machinist (oftewel de 29-jarige Zeno van den Broek) liet zich voor zijn vierde album ‘of what once was’ inspireren door Kleins symfonie. Het ruim 21 minuten durende ‘mono tone in d’ bestaat uit golvende gitaarexperimenten in een d-akkoord, waarbij de enige variatie bestaat uit de lengte van de tonen en verschillende trillingsvormen. Dit klinkt misschien net zo spannend als het kijken naar opdrogende verf, maar dankzij ratelende omgevingsgeluiden, sonore drones en af en toe zacht geknars en geknetter, blijft ‘mono tone in d’ van begin tot eind boeien.

Zeno van den Broek heeft geen naakte modellen nodig om je aandacht vast te houden: zijn muziek opent deuren in je geest. Het is alsof je ’s nachts door een schemerig verlichte fabriek dwaalt, vol met onbekende apparaten die al eeuwenlang geduldig ronddraaien. Na enige tijd te hebben rondgewandeld, wrik je een raam annex patrijspoort open en ontdek je tot je stomme verbijstering dat je je op volle zee bevindt, het zwarte water verlicht door een bleke maan…

Lees verder »

Araglin | Woensdag 21 September 2011 at 12:37 pm | Review | 1 reactie
Gebruikte Tags: , ,

De onbekende Oasis-broer

[Gelezen in NRC Handelsblad, 21 juli 2011, geschreven door Ingmar Vriesema.] Dé Britse rockband van de jaren negentig en vroege jaren nul was Oasis. De band verkocht tientallen miljoenen platen, en meezinghits als Wonderwall en Don’t Look Back in Anger zijn gegrift in het geheugen van elke Europeaan die rond 1995 jeugdpuistjes had.

Oasis bestond uit vijf leden, maar alles draaide om twee broers met grote wenkbrauwen: zanger Liam Gallagher en leadgitarist Noel Gallagher. Op tournee maakten de broers voortdurend ruzie, slingerden ze hotelinterieurs naar elkaars hoofd of beledigden ze elkaars vriendin.

Hoe dan ook, Oasis werd zo succesvol dat de oudere broer van Liam en Noel zich ging afvragen wat híj eigenlijk waard was. Paul Gallagher, anderhalf jaar ouder dan Noel en vier jaar ouder dan Liam, schreef er in 1996 een openhartig boek over, Brothers. “Ik had dezelfde genen, hetzelfde bloed”, schrijft Paul. “Wat was er mis met me?”

Paul had vooral de pech de zoon te zijn van Tommy Gallagher, die zijn vrouw een huwelijk lang mishandelde. Ook zijn zonen sloeg hij, alle drie. Uit angst voor hun vader gingen Paul en Noel zo erg stotteren dat hun moeder hen vier jaar lang wekelijks bij een logopedist afleverde. Op school bracht het gestotter de sociale Noel niet echt in problemen. Maar Paul, verlegen, bang en zonder vriendjes, werd geplaagd. En terwijl Paul thuis lief en braaf bleef tegenover zijn vader, trok Noel zich terug op zijn kamer om zich te storten op zijn obsessie: gitaarspelen. Broertje Liam op zijn beurt reageerde zijn agressie af op het schoolplein, door met iedereen die hem niet aanstond ruzie te zoeken.

Toen Liam en Noel rocksterren werden, leefde Paul nog van een uitkering, thuis bij moeder. Het succes van Oasis beleefde hij als toeschouwer. Paul ging naar Amerika om zijn broertjes te zien schitteren, en hij keerde terug met een koffer van Liam, vol met nieuwe gympen. Bij het inchecken deed de douanier lastig. “Ik neem ze mee terug voor mijn broers, die zijn hier op tournee.”

In 1996 kreeg Paul een droombaan: scout van Noord-Engels muziektalent. Werkgever was de platenmaatschappij van zijn broers. Toeval, zei Paul. Liam reageerde bot als altijd: “Nu betalen wij je salaris.”

Nu verdient Paul zijn geld als dj. Hij treedt op in clubs die worden gerund door een vroege ontdekker van Oasis. Die band zelf is in 2009 overigens uit elkaar gevallen. Noel en Liam hadden weer eens ruzie.

[Gelezen in NRC Handelsblad, 21 juli 2011, geschreven door Ingmar Vriesema.]

Araglin | Maandag 12 September 2011 at 9:59 pm | Gastbijdrage | Reageer
Gebruikte Tags:

De metamorfose van Signe

“Voordat we beginnen eerst even een ehh… mededeling.” De Utrechtse singer-songwriter Signe Tollefsen wrijft door haar oranje krullen. “Ik heb mijn bankpas door een spleet in mijn balkon laten vallen. Vraag me niet hoe ik dat voor elkaar heb gekregen... De onderbuurvrouw – een vriendin van me – is er pas over een week weer. Ik heb dus helaas even geen geld paraat.” Signe gaat zitten en trekt een licht beteuterd gezicht. Ik grijns en ben blij dat ik van tevoren extra geld heb opgenomen omdat ik niet zeker wist of je bij café het Hart aan de Voorstraat kon pinnen. “Ach joh, geen enkel probleem”, is dan ook mijn antwoord. “Wat wil je drinken?’’ Signe lacht. "Een hele slappe koffie verkeerd, graag. In een glas.''

Als ik met de glazen terugkeer, heeft ze net haar eerste sigaret gerold en neem ik haar onopvallend op. Ik ken Signe als de zangeres met de hippie-achtige uitstraling: sandalen, jurkjes, een grote bos warrige krullen, dat werk. Op de hoes van haar nieuwe album ‘Hayes’ prijkt echter een sexy Signe-silhouet, compleet met rokje en hoge hakken. In een persbericht omschrijft haar platenmaatschappij Cavalier Recordings haar metamorfose als ‘van Signe-met-bloemetjes naar Signe-met-ballen’. De Signe die naast me op het terras zit, kleine slokjes nemend van haar koffie, draagt een gescheurde spijkerbroek, een mosgroen ribjasje en stoere laarzen. “Nee, geen hoge hakken’’, lacht ze als ze mijn blik opmerkt. “Die waren puur voor de foto!’’

De metamorfose beperkt zich niet tot Signe’s kledingkast. Ze is ook een andere muzikale weg ingeslagen. “Ik ben heel erg veranderd de afgelopen twee jaar’’, vertelt de zangeres. “Het was ooit zo simpel: ik had een gitaar en kon zingen. Dan is de keuze snel gemaakt om je in het singer-songwritergenre te begeven. Maar daar had ik het eerlijk gezegd na een paar jaar wel mee gehad. Ik verruilde mijn akoestische gitaar voor een elektrische en vertrok in juni samen met een aantal vrienden naar Zweden om daar nieuwe nummers te schrijven. Een maand lang weg van alles en iedereen. Mijn vader is begin dit jaar overleden en het was uitgegaan met mijn vriend - genoeg materiaal om over te schrijven.”

Lees verder »

Araglin | Zondag 11 September 2011 at 01:16 am | Interessant, Interview | Reageer

100 X 100: Gandalf

Het zou nog twee jaar duren voordat ik de boeken zou lezen. En twaalf jaar voordat de trilogie in de bioscoop te zien zou zijn. Bij de naam Gandalf doemt dan ook geen bebaarde tovenaar voor mijn geestesoog op, maar Oostenrijker Heinz Strobl. Ik kocht zijn tweede album ‘Visions’ op een rommelmarkt, nieuwsgierig gemaakt door de hoes en de songtitels. Ik was net tot de conclusie gekomen dat Top 40-muziek leuk is, maar ook wat saai en weinig uitdagend en Gandalf bevestigde me in mijn mening. Want wat een album – evocatief, bezwerend en 30 jaar na dato nog altijd betoverend.

[26] Gandalf – Visions (1981) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

Araglin | Dinsdag 06 September 2011 at 12:37 am | New age, 100x100 | 8 reacties
Gebruikte Tags: , ,