Halloween

In Amerika is Halloween hét griezelfeest bij uitstek. Typisch Amerikaans, zul je misschien denken. Kinderen die verkleed als spook of zombie aanbellen voor snoep. Nu ja, zo heel Amerikaans is het allemaal niet. Halloween is het Angelsaksische restant van het Katholieke Allerheiligen en Allerzielen, dat plaatsvindt op 1 en 2 november. Deze dag werd in 998 door de Abdij van Cluny in Frankrijk ingesteld. De Katholieke kerk deed weer inspiratie op bij de oude Kelten, die jaarlijks op 31 oktober het einde van het jaar ('Samhain') vierden. Men geloofde dat op deze avond de grens tussen de 'gewone' wereld en de wereld der geesten vervaagde, en de doden voor de laatste keer hun familie bezochten. Tegelijkertijd zagen allerlei kwade geesten hun kans schoon om af te dalen. Om deze boze geesten te verdrijven, trokken de Kelten afschrikwekkende kleren aan en maakten een hoop lawaai.

De naam 'Halloween' is afgeleid van 'All Hallow's evening', de vooravond van een Ierse heiligenfeestdag; Ieren gingen van deur tot deur en vroegen om voedsel voor een feestmaal – hoe meer je gaf, hoe voorspoediger het nieuwe jaar zou uitpakken. De Ierse en Schotse immigranten brachten in de 19e eeuw hun tradities naar Amerika, waar de verscheidene feestdagen gecombineerd en gemixt werden. Het Amerikaanse Halloween is dus een vreemd allegaartje van folklore en verzonnen gebruiken. Een beetje zoals Sinterklaas langzaam transformeerde naar zijn aalgladde evenknie Santa Claus.

In ieder geval: luister, om deze Halloween-dag wat extra sfeer te geven, naar een of meerdere albums van het duo Nox Arcana, oftewel Joseph Vargo en William Piotrowski. Deze twee Amerikanen hebben zich gespecialiseerd in angstaanjagende en huiveringwekkende soundscapes, die je de stuipen op het lijf zouden moeten jagen. Inderdaad, 'zouden moeten', want het ligt er wel heel dik bovenop. Hun albums zijn gevuld met op elkaar gestapelde horrorclichés: gerinkel van kettingen, knarsende deuren, spookachtig gefluister, Gregoriaans gezang, hoge kinderstemmetjes, kerkorgels en -klokken, manisch gelach in de verte, een sonoor synthesizertapijt – Efteling-horror. Best leuk voor een keertje.

peter Vrijdag 31 Oktober 2008 at 12:07 am | | interessant | Geen reacties

Black Ice

Een nieuwe cd van AC/DC moet je niet zomaar 'even' opzetten. Dus niet snel na het eten of tijdens het schoenen poetsen - nee, de omstandigheden moeten perfect zijn. Vorige week kocht ik 'Black Ice', de langverwachte opvolger van 'Stiff Upper Lip' uit 2000, en ik besloot om mezelf enigszins in bedwang houden en het juiste moment af te wachten. Ik doodde de tijd door alvast mijn luchtgitaar uit zijn koffer te halen en eens flink af te stoffen. Toen na twee dagen vriendin Eva een avondje op stap was, was dat mooi meegenomen, maar belangrijker nog: mijn benedenburen waren ook de hort op. Ik schoof de tafel aan de kant, zette mijn luchtversterker aan, draaide de volumeknop in de rode zone en schoof vervolgens 'Black Ice' in de cd-speler.

Albumopener en eerste single 'Rock N Roll Train' knalde uit de speakers en mijn aanvankelijke lichte twijfel (kunnen ze het nog wel, die vijf lichtelijk bejaarde rockers?) verdween als sneeuw voor de zon: een lekker riffje van Angus Young, invallende drums en de schuurpapieren stem van Brian Johnson, die beter raspt dan ooit. Alsof je thuiskomt en in een paar vertrouwde warme pantoffels schiet. Of, iets toepasselijker, alsof je in een hoek van je kledingkast een oud, bleekgewassen metalshirt aantreft, dat nog wonderwel blijkt te passen. De songtitels zeggen al genoeg: 'War Machine', 'Decibel', 'She Likes Rock N Roll', 'Rocking All The Way' – voor diepzinnigheid hoef je bij AC/DC niet aan te kloppen. En waarom zou je ook?

In diverse, enigszins zeurpruimerige, recensies las ik dat AC/DC al jaren dezelfde plaat maakt, zichzelf niet vernieuwt, dat Bon Scott toch een betere zanger was en meer van die blablabla. Dit mag dan wel misschien wel zo zijn, maar na 35 jaar AC/DC zijn dergelijke opmerkingen al bij voorbaat kansloos. 'Black Ice' is in vergelijking met zijn voorgangers zelfs redelijk melodieus te noemen ('Anything Goes' bijvoorbeeld). Klein minpuntje is dat cd met 55 minuten wat aan de lange kant is; mijn aandacht verflauwde licht na een tiental tracks. Maar ach, wat maakt het ook allemaal uit: AC/DC is terug met een vette moederneukende pot rock 'n roll!

Ik kocht mijn exemplaar overigens bij The Free Record Shop, niet omdat dat nu zo'n fijne winkelketen is, maar omdat je er dan gratis de lijvige biografie 'AC/DC – maximum rock & roll' bijkrijgt.

peter Donderdag 30 Oktober 2008 at 12:10 am | | review | Eén reactie

Sobriëtas (update)

Ad Visser (1947) is een held. Natuurlijk, een hele generatie kent hem als presentator van het legendarische muziekprogramma Toppop, dat hij vijftien jaar zou presenteren. Maar eigenlijk is dat het minst interessante aan Ad Visser. Al meer dan veertig jaar begeeft hij zich buiten de gebaande paden en zoekt hij voortdurend grenzen op. Zo richtte hij midden jaren zestig de avant-gardistische popformatie Adjeef The Poet, His Girl(s), His Friend(s) & The Rest Of The World(s) op, was hij de eerste die Nederland kennis liet maken met symfonische rock en elektronische muziek in zijn populaire radioprogramma 'Superclean Dreammachine' en timmerde hij aan de weg met talloze performances en bijzondere kruisbestuivingen. Voor een volledig overzicht kun je terecht op zijn site (www.advisser.nl), waar keurig al zijn activiteiten worden opgesomd.

Begin jaren tachtig ging het Ad Visser zowel in commercieel als creatief opzicht voor de wind. Hij werd jaar in jaar uit verkozen tot populairste presentator van Nederland en begon steeds meer te experimenteren met elektronische muziek. In 1982 verscheen zijn sciencefictionroman 'Sobriëtas' (uitgeverij Meulenhoff), aangevuld met het gelijknamige album (met prachtige illustraties van Chasch Coeny) dat was bedoeld als soundtrack en in maar liefst achttien landen werd uitgebracht. Boek en lp waren bijzonder succesvol en in 1983 belandde 'Giddyap A Gogo' (met medewerking van Daniel Sahuleka) in de Top 40 en ontstond de bijzondere situatie dat Ad Visser zichzelf aankondigde in Toppop, om vervolgens zijn eigen hit ten gehore te brengen. Niet alleen in Nederland sloeg het conceptalbum aan, in Italië stond Ad maandenlang in de top vijf en trad hij op voor tienduizenden fans in het amfitheater van Verona.

Lees meer »

peter Woensdag 29 Oktober 2008 at 12:03 am | | elektronisch | Negentien reacties

Gratis klassieke muziek

Even een snel berichtje tussendoor: het Koninklijk Concertgebouworkest bestaat dit jaar maar liefst 120 jaar en om dit te vieren is een heuse downloadmarathon op touw gezet: tot en met 24 november zetten Radio 4 en de AVRO elke dag een symfonie online. En dan gaat het niet om lousy streams of wma-bestanden met een lullige bitrate, maar om prima uitvoeringen in hoge kwaliteit (320 kbps mp3) inclusief een informatief cd-boekje in pdf-formaat.

Op moment van schrijven zijn er tien symfonieën te downloaden, van onder andere Ludwig van Beethoven (Symfonie no. 2), Franz Schubert (Symfonie no. 8 'Unvollendete'), Jean Sibelius (Symfonie no. 2), Felix Mendelssohn (Symfonie no. 4 'Italiaanse') en Antonin Dvorák (Symfonie no. 8). Het gaat om live-opnamen die een periode van 19 jaar bestrijken, met hoofdrollen voor bekende dirigenten als Bernard Haitink, Nikolaus Harnoncourt en het huidige opperhoofd Marris Jansons. Om de tracks te kunnen downloaden, moet je je eerst even registreren (waarna je een registratielink krijgt toegestuurd), en vervolgens flink wat klikken om de muziek binnen te slurpen. De tracks zijn niet voorzien van ID3-tags - maar goed, een kniesoor die daarover gaat zeuren.

Als je geen idee hebt met welke symfonie je moet beginnen, probeer dan eens Mendelssohns lichtvoetige vierde symfonie, die de geschiedenis is ingegaan als 'de Italiaanse'. De symfonieën van Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) sprankelen en bubbelen als goede champagne, met zijn ‘vierde’ als ultieme smaakmaker. Van 1829 tot 1831 reisde Mendelssohn door Europa en vooral Italië maakte diepe indruk op hem. Hij probeerde de feestelijke, opgewekte stemming van het Italiaanse platteland te vangen in muziek, en is daar wonderwel in geslaagd. Net zo opgewekt en bombastisch is de tweede symfonie van Beethoven. Ben je wat melancholischer ingesteld, dan is de tweede symfonie van Sibelius het proberen waard. Maar eigenlijk zijn alle aangeboden tracks zonder meer ‘gefundenes Fressen’ voor de liefhebber.

Overigens zendt zowel Radio 4 als de AVRO (op Nederland 2) vanavond (24 oktober) rechtstreeks het jubileumconcert van het Koninklijk Concertgebouworkest uit. Op het programma staan werken van Rossini, Beethoven en Richard Strauss. Speciale gasten zijn pianiste Mitsuko Uchida en mezzosopraan Tania Kross.

peter Vrijdag 24 Oktober 2008 at 2:42 pm | | klassiek | Geen reacties

Synth.nl

In een gesprek met (naar ik meen) René van der Wouden vroeg de Amerikaanse interviewer zich enigszins verwonderd af hoe het toch komt dat in zo'n klein land als Nederland zoveel muzikanten zich bezighouden met elektronische muziek. René moest zijn gesprekspartner het antwoord schuldig blijven. En inderdaad, het is opvallend hoe een toch wel lichtelijk marginaal genre door relatief zoveel Nederlanders (en Belgen!) levend wordt gehouden. En dat is met name te danken aan Ron Boots en diens Groove-label.

Aan de lopende band brengt Groove het ene na het andere uitstekende album uit, van artiesten die vaak wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken. Neem nu 'AtmoSphere', de zeer recent verschenen tweede cd van Synth.nl, het alter ego van Michel van Osenbruggen. Vorig jaar verscheen zijn debuut 'Aerodynamics', dat me niet helemaal wist te overtuigen. Dat had voornamelijk te maken met de thematiek van het album: snelheid. Van Osenbruggen is een groot Formule 1-liefhebber en verschillende nummers bevatten aanzwellende en brullende race- en motorgeluiden. Ik heb helemaal niets met snelle auto's en vond de gebruikte effecten vooral irritant.

Voor 'AtmoSphere' pakte Van Osenbruggen het anders aan en liet hij zich inspireren door (je raadt het al) de atmosfeer. Het album neemt je mee op een reis door de verschillende atmosferische lagen, beginnend bij de 'Troposhere' en eindigend in de ruimte met 'Exosphere'. Zo op het eerste gehoor bevat 'AtmoSphere' vriendelijke, open elektronische muziek, met af en toe opduikende lichte Jean-Michael Jarre-invloeden (met name dankzij de sweeps op de achtergrond) en een jaren tachtig-touch. Fijn, maar niet wereldschokkend, zo dacht ik aanvankelijk. Totdat ik me realiseerde dat het album de afgelopen week constant op repeat in mijn cd-speler heeft doorgebracht - zonder dat het ook maar één seconde begon te vervelen. De ingrediënten zijn dan ook precies goed: NASA-samples op de achtergrond, subtiele beats en natuurgeluiden (vooral regen- en onweersbuien), ronkende sequencers, een scheutje sfeervolle ambient en af en toe een vette synthsolo.

'AtmoSphere' is een op een onopvallende en bescheiden manier ijzersterk album, dat niet alleen staat als een huis, maar het ook verdient om door een groot publiek gehoord te worden. Nieuwsgierig geworden? Op Michels site Synth.nl en zijn MySpace-pagina kun je diverse tracks beluisteren.

peter Donderdag 23 Oktober 2008 at 12:11 am | | review | Geen reacties

Maastricht

O ja, mocht je het gevoel krijgen dat het de komende dagen op Araglin.nl nog rustiger is dan normaal - dat kan kloppen. Vriendin Eva en ondergetekende reizen morgen (donderdag 16 oktober) af naar Maastricht en omgeving, alwaar we onze inwendige Bourgondiër nieuw leven gaan inblazen. Tot over een paar dagen!

peter Donderdag 16 Oktober 2008 at 12:39 am | | overig | Geen reacties

Castraten (reprise)

Castraten ('castrati') zijn te beschouwen als de popidolen van de 18e eeuw. Vooral arme gezinnen lieten hun zoons castreren in de hoop dat ze op deze manier rijk en beroemd zouden worden als operazangers en solisten. In de 17e en 18e eeuw werden alleen al in Italië jaarlijks zo'n 4000 jongetjes van acht jaar en ouder gecastreerd in een poging hun hoge en zuivere stem te behouden. Componisten waren enthousiast over de mogelijkheden die castraten hen boden en beschouwden ze als de 'ultieme menselijke stem'.

Castraten klonken als onschuldig jongetjes, maar aangezien de zanger de longcapaciteit had van een volwassene, was zijn bereik en volume groter – een soort Pavarotti op helium. Een klein aantal castraten groeide uit tot supersterren, bewonderd door vele vrouwelijke dans. Deze zangers, die door het leven gingen onder artiestennamen als Nicolini, Senesino en Farinelli, traden op in koninklijke hoven in geheel Europa, en stonden bekend om hun flamboyante en excentrieke gedrag. Net zoals de popsterren van nu vormden hun androgynie en seksuele ambiguïteit de sleutel tot het succes.

Aan het eind van de 18e eeuw nam de belangstelling voor castraten af; vrouwen namen steeds vaker hun rollen over en men sprak schande over de manier waarop jongetjes voor het leven werden getekend. In 1870 nam de Italiaanse regering een wet aan die het castreren 'in de naam der kunst' verbood. Een van de laatste castraten was Alessandro Moreschi (1858-1922), die tijdens concerten steevast werd toegejuicht met de kreet 'Eviva il coltello!' ('Lang leve het mes!). Over zijn zangkwaliteiten zijn de meningen verdeeld, opmerkelijk is wel dat hij de enige castraatzanger is wiens stem bewaard is gebleven dankzij een aantal plaat-opnamen. Op deze pagina vind je Moreschi's versie van 'Ave Maria', opgenomen in 1904, in de nadagen van zijn carrière. Op Wikipedia vind je uitgebreide informatie over castrati en Moreschi.

Overigens maken castraten de laatste jaren enigszins een comeback, nu in de vorm van counter-tenors: zangers met een hoge stem, die door middel van falset de hoogte van een vrouwelijke alt benadert. Sommige dirrigenten proberen een stuk zo historisch accuraat mogelijk uit te voeren en zetten counter tenors in de voordracht van castraten te benaderen.

peter Donderdag 16 Oktober 2008 at 12:33 am | | interessant | Geen reacties

Stabat Mater

Een van de bekendste gebeden uit de middeleeuwen is ongetwijfeld het 'Stabat Mater', ook wel bekend als 'Stabat Mater dolorosa' (oftewel: 'de Moeder stond door smart bevangen'). In het gebed staat de treurende Maria centraal, die bij het kruis van haar zoon zowel rouwt om hem als om de gehele mensheid. Het is niet precies bekend wie het Stabat Mater heeft geschreven. Naar alle waarschijnlijkheid is de Latijnse tekst tussen de 12e en 14e eeuw opgetekend door een Italiaanse of Franse monnik uit de Franciscanenorde. Historici hebben verschillende monniken gebombardeerd tot auteur (onder wie Johannes Fidenza, John Pecham en Jacopone van Todi), maar de echte Franciscaner moet nog steeds opstaan.

Hoe het ook zij, de onbekende schrijver heeft vooral inspiratie geput uit Lucas 2, vers 35 en Johannes 19, vers 25 ('Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster […]', in het Latijn: 'Stabant iuxta crucem Iesu mater eius […]'). Het was de bedoeling dat je jezelf tijdens het lezen of zingen van de tekst opzweepte tot een staat van 'compassio', met een in azijn gedoopte spons voor een ultrarealistisch effect, om vervolgens onder Maria's hoede 'de hemelse vreugde deelachtig te worden'. Het gebed werd in de vijftiende eeuw opgenomen in de misliturgie en vervolgens opgepikt door talloze componisten die ervoor zorgden dat het Stabat Mater uitgroeide tot een religieuze evergreen. Best een prestatie, want het gebed is lichtelijk saai en monotoon. De bekendste uitvoering is die van Giovanni Battista Pergolesi, maar ook grote namen als Joseph Haydn, Franz Schubert, Antonin Dvorák en Giuseppe Verdi hebben zich aan (iets minder geslaagde) versies gewaagd.

En hoewel de uitvoering van Pergolesi ronduit prachtig is, heb ik toch een groter zwak voor het Stabat Mater van Antonio Vivaldi, en dan vooral in de uitvoering van Ensemble 415 en counter tenor Andreas Scholl. Nu ben ik niet zo’n fan van counter tenors, maar wat Scholl laat horen is ronduit verbluffend. Vivaldi componeerde zijn versie in 1711 voor een religieus festival in het Noord-Italiaanse stadje Brescia. Hij had kennelijk nogal haast; de vioolpartijen zijn simpel gehouden, de muziek bevat veel herhaling en bovendien zijn niet alle strofen zijn op muziek gezet. Maar juist dankzij de 'kale' uitvoering, wint Vivaldi's versie aan diepte. Luister zelf: 'Stabat Mater' (320 kbps, 32 MB), uitgevoerd door Ensemble 415 en Andreas Scholl onder leiding van Chiara Banchini.

peter Maandag 13 Oktober 2008 at 11:54 pm | | klassiek | Geen reacties

2001: A Space Odyssey

Muziek speelt een belangrijke rol in '2001: A Space Odyssey' (1968) van Stanley Kubrick (1928-1999). Met een beetje fantasie wil zou je de zorgvuldig uitgekozen nummers zelfs kunnen beschouwen als een extra personage, dat de film eeuwigheidswaarde geeft. Mede dankzij de spaarzame dialogen komt de muziek van onder andere Johan Strauss jr. ('An der schönen blauen Donau'), Richard Strauss ('Also sprach Zarathustra') en de Hongaars-Oostenrijkse componist György Sándor Ligeti optimaal tot zijn recht.

Opmerkelijk genoeg was het aanvankelijk helemaal niet de bedoeling om klassieke muziek te gebruiken. Kubrick had een soundtrack besteld bij filmcomponist Alex North (1910-1991), die eerder de muziek schreef voor onder meer 'Spartacus', 'A Streetcar Named Desire' en 'Dr. Strangelove'. Begin 1966 begon filmstudio MGM zich lichtelijk zorgen te maken over de voortgang van '2001' en de studiobazen vroegen Kubrick enigszins bezorgd of hij al wat kon laten zien. In allerijl stelde de regisseur een compilatie samen met ruw materiaal. En omdat de muziek nog niet klaar was, besloot Kubrick om zijn 'werkmuziek' te gebruiken (dus de bovengenoemde klassieke muziek). De MGM-bazen waren opgelucht en vooral de muziek viel in goede aarde. Ook Kubrick was in zijn nopjes en besloot om voor de definitieve versie de door hem uitgekozen nummers te handhaven.

Eind goed al goed, ware het niet dat Kubrick vergat om Alex North hiervan op de hoogte brengen. Het was dan ook even slikken voor North toen hij tijdens een voorpremière tot de ontdekking kwam dat het resultaat van zijn noeste arbeid totaal niet in de film voorkwam. Tussen deze twee is het dan ook nooit meer goed gekomen. De oorspronkelijke soundtrack van North is pas vele jaren later uitgebracht en eigenlijk is het maar goed ook dat Kubrick zijn eigen weg is gegaan. Want hoewel North zijn best heeft gedaan, klinkt de score typisch als een product van de jaren zestig. De briljante scène waarin het ruimteschip aankomt bij het ruimtestation, is bijvoorbeeld een nagenoeg perfect samenspel met de lichtvoetige wals 'An der schönen blauen Donau'.

De variant van Alex North ('Space Station Docking') is een stuk fletser en vooral gedateerder. Je kunt merken dat North geprobeerd heeft een futuristisch tintje aan zijn composities mee te geven, maar het is nu eenmaal moeilijk opboksen tegen Strauss en Ligeti. Het zou interessant zijn (en waarschijnlijk is het al eens gedaan) om Kubricks meesterwerk eens te bekijken met de originele soundtrack. Luister zelf: '2001- A Space Odyssey (The Original Score)' (320 kbps, 46 MB).

peter Zaterdag 11 Oktober 2008 at 12:57 am | | film | Eén reactie

Turks Fruit

Begin deze maand werd de film 'Zwartboek' van Paul Verhoeven uitgeroepen tot de beste Nederlandse speelfilm aller tijden. Op de tweede plaats van de door het Nederlands Film Festival, VPRO en Cinema.nl georganiseerde verkiezing staat 'Simon', gevolgd door 'Soldaat van Oranje', 'Alles is liefde' en 'Turks Fruit' op de vijfde plek. Dat de 15.000 stemmers zich vooral door hun korte-termijngeheugen hebben laten leiden, spreekt voor zich: 'Zwartboek' , 'Simon' en 'Alles is liefde' verschenen in respectievelijk 2006, 2004 en 2007 in de bioscopen. Tijdens een soortgelijke verkiezing in 1999 werd 'Turks Fruit' nog gehuldigd als beste Nederlandse film ooit.

Als je mij zou vragen wat de beste film van eigen bodem is, zou ik ehh.. tja. Ik heb eigenlijk niets met Nederlandse films. Ik kan wel moeiteloos vijf bereslechte films opnoemen (met op één 'Intensive Care'), maar dat telt niet. Over de beste soundtrack daarentegen, kunnen we kort zijn: 'Turks Fruit' van Rogier van Otterloo, waarmee de veel te jong gestorven componist en dirigent zijn debuut maakte als hofleverancier voor tal van Nederlandse films (elders op mijn log meer informatie). Van Otterloo voorzag 'Turks Fruit' van omfloerste, jazzy muziek, met een prominente rol voor de mondharmonica van Toots Thielemans en het Louis van Dijk Trio. Het Turks Fruit-thema met vrolijk gefluit en een subtiel op de achtergrond pompend baslijntje is bijna in ons collectieve geheugen geëtst. Wereldschokkend zijn de 36 minuten filmmuziek niet, maar de twaalf tracks zijn wel precies goed: geen noot te veel of te weinig en bijzonder sfeerverhogend. Je moet wel van beschaafde en subtiele zondagochtendjazz met een flinke scheut easy listening houden, anders verandert zelfs de half uur durende soundtrack in een ware marteling.

Overigens vond regisseur Paul Verhoeven de muziek maar niets. Hij ergerde zich aan de "drummetjes met van dat veeggedoe." En terwijl ik de muziek zou omschrijven als 'melancholisch', werd Verhoeven ronduit depressief toen hij de soundtrack voor het eerst hoorde. Maar goed, dat werd ik weer toen ik 'Showgirls' zag.

En om een lang verhaal kort te maken: 'Turks Fruit' (320 kbps, vbr, 57 MB). De cd is trouwens al geruime tijd niet meer verkrijgbaar – pas op dat je niet de wanstaltige musical-cd in huis haalt!

peter Donderdag 09 Oktober 2008 at 01:01 am | | film | Vijf reacties

Ananda Shankar

Ananda Shankar (1942-1999) heeft zijn hele leven gezocht naar de ultieme synthese tussen Oost en West. Of, om precies te zijn: het samensmelten van traditionele Indiase muziek en westerse ritmes. Shankar was de enige zoon van Amala en Uday Shankar. Laatstgenoemde was een wereldberoemd balletdanser en choreograaf, die als eerste westerse theatertechnieken in India introduceerde. Ananda was ook de neef van de legendarische sitarspeler Ravi Shankar. Met andere woorden: hij groeide op met dans, muziek en showbusiness.

Eind jaren zestig reisde hij naar Los Angeles om het te gaan maken als rockster. Hij gaf onder andere Jimi Hendrix sitarles en sleepte een platencontract bij Reprise Records in de wacht. In 1970 verscheen zijn titelloze debuut, dat zowel Indiase muziek bevatte als sitarversies van hits als 'Jumpin' Jack Flash' en 'Light My Fire'. Grappig en curieus, maar een stap te ver voor het grote publiek. Eenmaal teruggekeerd in India, experimenteerde Shankar er lustig op los en in 1975 zag het geweldige 'Ananda Shankar And His Music' het licht. In de jaren die volgden, ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig musicus en schreef muziek voor films, musicals, balletvoorstellingen en noem het maar op. Vernieuwend waren zijn mudavis, een soort multimedia-voorstellingen avant la lettre, waarbij dans, muziek, wilde dieren op een ronddraaiend platform en videobeelden één geheel vormden.

In het midden van de jaren negentig werd zijn muziek herontdekt door de Engelse dancescene en tourde hij met veel succes langs diverse festivals. Een hartaanval maakte een abrupt einde aan zijn 'comeback'; Shankar overleed op 26 maart 1999 in Calcutta. 'Ananda Shankar And His Music' is letterlijk een grensverleggend album: sitar, tabla en de mridangam worden moeiteloos vermengd met scheurende rockgitaren, Moog-synthesizers en een psychedelische beat. Opzwepende tracks (check 'Streets of Calcutta' en 'Dancing Drums') worden afgewisseld met bijna meditatieve nummers, waarbij je je als vanzelf in een dobberend bootje op de Ganges waant... Toegegeven, het is soms lichtelijk cheesy en vreemd genoeg krijg ik voortdurend associaties met kungfu-films uit de jaren zeventig, maar zelfs 33 jaar na dato is 'Ananda Shankar And His Music' nog altijd zeer de moeite waard. Luister zelf (320 kbps, 77 MB).

peter Dinsdag 07 Oktober 2008 at 12:28 am | | interessant | Geen reacties

Wolfgang en ik

Ik hoor dat Mozart
is teruggekeerd op de aarde
en ik mag hem rondleiden
Hij schrikt van de auto's

Op straat loopt hij
met zijn handen op zijn oren
We gaan een café in
Ik zeg daar is het stiller

We hebben geen geluk
de jukebox gilt en de mensen
Mozart kijkt om zich heen
Waar zit dat orkest

In die kast, wijs ik
en leg hem in tien woorden
het principe van de cd
en de lasterstraal uit

Er komt een meisje naar ons toe
Wie is je vriend, vraagt ze
Wolfgang, dit is
hoe heet je eigenlijk

een paar uur later bij haar thuis
sta ik dorstig op van het bed
in de keuken staat Mozart
het licht aan en uit te knippen

Adriaan Jeaggi, 'Wolfgang en ik'. In: 'Sorry dat ik het paar en de hond heb doodgeschoten'. Bert Bakker, Amsterdam, 2002.

peter Zondag 05 Oktober 2008 at 12:57 am | | overig | Geen reacties

Rapidshare

Al jaren maak ik naar volle tevredenheid gebruik van Rapidshare.com. En met mij vele duizenden (misschien wel miljoenen) anderen, die van alles online knallen. En nee, ik ben niet roomser dan de paus – ik heb een Premium-account, en download alles wat los en vast zit. Ik heb me er altijd al over verbaasd dat Rapidshare ongestoord zijn gang mocht gaan. Toegegeven, er werden regelmatig bestanden verwijderd, maar die doken een paar minuten later net zo hard weer op, al dan niet op vergelijkbare uploaddiensten als MegaUpload.com en FileFactory.com.

Rapidshare is in het verleden regelmatig op de vingers getikt wegens copyrightschending en verantwoordelijk gesteld voor alle geüploade content. Zo moet de Duitse dienst verplicht 'illegale' content weren door te voorkomen dat bestanden die eerder na klachten waren verwijderd, opnieuw worden geüpload. Leuk geprobeerd, maar niet heus, oordeelde een Duitse rechter deze week in een door de muziekindustrie aangespannen zaak. Als materiaal moet worden weggehaald, is het kwaad al geschied.

Bovendien, zo zo stelde de rechter, zijn de getroffen maatregelen van Rapidshare eenvoudig te omzeilen. Rapidshare moet voortaan alle bestanden controleren op copyrightschending, nog voordat ze online verschijnen. Verder moet Rapidshare ip-adressen gaan bijhouden – hoewel niet duidelijk is wat daarmee gebeurt en wie deze gegevens mag opvragen. (Overigens: in Nederland is het downloaden van muziek en films niet strafbaar.) Volgens Rapidshare zijn dergelijke maatregelen de nekslag voor de uploaddienst: een gezond businessmodel is onmogelijk als ieder bestand gecontroleerd moet worden. Rapidshare gaat naar alle waarschijnlijkheid in hoger beroep – de prijs is hoog: als het vonnis gehandhaafd blijft, zit er voor Rapidshare niets anders op dan de deuren te sluiten. Of met iets nieuws op de proppen te komen natuurlijk.

peter Vrijdag 03 Oktober 2008 at 01:05 am | | nieuws | Drie reacties

Mooi

Hier stond eerst een fragment uit het geweldige 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raadpleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.nl of Bol.com.

Admin Woensdag 01 Oktober 2008 at 11:57 pm | | overpeinzing | Eén reactie