New Dutch Organ Group

Eind jaren zeventig mag dan de muziekgeschiedenis zijn ingegaan als het tijdperk van de punk en de wave (althans, volgens muziekjournalisten), in de hitlijsten en op de radio was daar weinig van te merken. Daar was het namelijk disco wat de klok sloeg. ‘Saturday Night Fever’ (1977) had de wereld klaar gestoomd voor disco en daarna was er geen houden meer aan. Iedereen probeerde een graantje mee te pikken van de discorage en dat resulteerde onder meer in disco-eenden, een disco-koekiemonster en… discodraaiorgels. Je moet er maar opkomen.

De New Dutch Organ Group was een project van de twee Amsterdammers Jerry Putter en Frank Riesenbeck, die in december 1978 de aanstekelijke single ‘Holland Disco’ uitbrachten. Tot ieders verrassing werd het orgeldisco-nummer een grote hit en in allerijl werd er een compleet album in elkaar georgeld: ‘Street Organ Goes Disco’ (GIP, 1979). En hoewel de singles nog best aardig zijn, een hele lp met orgelklanken en meezingrefreintjes is wat te veel van het goede - en daar kunnen ludieke songtitels als ‘Flying Dutchman’, ‘Disco Walz’, ‘Pete Heyn And The Fleet’ en ‘Thumb In The Dike’ weinig aan veranderen.

Kortom: met mate tot je nemen (check vooral ‘Holland Disco’ en ‘Summer Disco’) en geniet vooral van de bijzonder hoge novelty-factor… Nieuwsgierig geworden? Download een viny-rip van 320 kbps (81 MB).

Overigens, ik heb er zelf weinig verstand van, maar kenners zullen ongetwijfeld opveren bij de lijst van gebruikte orgels: de Carillon, Oranjestad, Drie Pruiken, Flamingo, Grote Decap, Fair Organ (Vanderbeken) en Het Perleetje. Al deze orgels waren in het bezit van de Amsterdamse orgelfamilie Perlee en wie goed oplet, ziet in de heerlijk lullige Toppop-clip hieronder Cor Perlee himself aan het orgelwiel draaien.

Araglin Zaterdag 29 Maart 2014 at 10:52 pm | | weird | Twee reacties
Gebruikte Tags: ,

100 X 100: Ron Boots

Het leek mij destijds wel logisch: hoe nieuwer de apparatuur, hoe beter. Tenminste, als je het hebt over elektronische muziek. En daarom kocht ik aanvankelijk alleen nieuwe releases. Dit ging een tijdje goed, tot na diverse miskopen het omgekeerde waar bleek te zijn: hoe ouder de synthesizers, hoe beter. Maar dat ik lang daadwerkelijk in het nieuw-is-beter-adagium heb geloofd, is te danken aan Ron Boots. Ik kocht begin 1993 zijn toen net verschenen derde album ‘Different Stories and Twisted Tales’ en was zo onder de indruk dat ik minstens een jaar heb gedacht dat álle elektronische muziek zo hoorde te klinken…

[32] Ron Boots - Different Stories and Twisted Tales (1993) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

Araglin Vrijdag 28 Maart 2014 at 11:13 pm | | Standaard | Eén reactie

100 X 100: Alan Parsons Project

Ik was eigenlijk veel te jong voor het ‘Het Zwarte Gat’, dat in de jaren tachtig wekelijks op zondagnacht werd uitgezonden door Radio Veronica. Het programma was gewijd aan allerhande paranormale zaken en ik kan me nog levendig de uitzending over het ‘electronic voice phenomenon’ (opgenomen stemmen van overledenen) herinneren - ik kreeg er namelijk nachtmerries van. Herkenningsmelodie van ‘Het Zwarte Gat’ was een magistraal instrumentaal nummer met klokgebeier, een epische fluituithaal en een aanzwellend koor. Later ontdekte ik om welk nummer het ging en vanaf dat moment associeer ik The Alan Parsons Project steevast met het occulte en mysterieuze… 

[31] The Alan Parsons Project - Pyramid (1978) [Spotify] [YouTube] [Discogs]

Araglin Zondag 23 Maart 2014 at 9:03 pm | | Standaard, 100x100 | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

Audities Top 10

Ik mag ‘s nachts graag rondstruinen op YouTube, waarbij ik steevast blijf hangen bij (auditie)filmpjes van talentenshows als X Factor, [Vul een land naar keuze in] Got Talent, The Voice of hoe ze allemaal ook mogen heten. Het is uitermate fascinerende tv, vooral omdat alles tot in de puntjes is geregisseerd. Van de jurysamenstelling, de keuze van de kandidaten tot de reacties van het publiek – over alles is van tevoren grondig nagedacht. En dankzij YouTube kun je een kandidaat rondes lang blijven volgen - totdat het misgaat. 

Ik heb vooral een zwak voor het ‘I wasn’t expecting that’-moment (lees: het Susan Boyle-effect). Dat er iemand op het podium gaat staan van wie je denkt: nou, het zal mij benieuwen. De juryleden trekken minzaam hun wenkbrauwen op, in het publiek wordt ingezoomd op knappe meisjes die geniepig gniffelen en je ziet de kandidaat in kwestie nog een paar keer zenuwachtig slikken, alvorens het optreden van zijn of haar leven te geven. Audities van kinderen en tieners met een geforceerde tandpastaglimlach vind ik overigens niet zo heel boeiend.

Dat het winnen van een dergelijke show geen garantie is voor (langdurig) succes, is natuurlijk geen verrassing. Hoe uitmuntend je ook kunt zingen, je hebt er niets aan als je geen goede liedjes kunt (laten) schrijven. Tijdens de auditie- en finalerondes zingen de kandidaten alleen covers van bekende deuntjes. De winnaar mag een album opnemen met de nummers die hij/zij tijdens de eerdere rondes heeft gezongen, soms aangevuld met – woehoe! – één track die special voor de winnaar is geschreven. De meeste (jonge) talentenjachtenfinalisten belanden dan ook in de musicalwereld, waar je immers alleen maar muziek van anderen hoeft te zingen. Maar in ieder geval: mijn tien favoriete audities op een rijtje.

Tips zijn van harte welkom!

Lees meer »

Araglin Zondag 16 Maart 2014 at 11:48 pm | | Standaard | Twee reacties
Gebruikte Tags: , , , , , ,

Wout Steenhuis

Als je een film over het leven van Wout Steenhuis zou maken, zou het script hoogstwaarschijnlijk niet door de ballotagecommissie komen. Een Nederlandse verzetsheld die zich in de jaren zestig en zeventig ontpopt tot dé wereldwijde Hawai-gitarist bij uitstek en zelfs een eigen tv-show in Engeland krijgt? Te onwaarschijnlijk. De waarheid is echter soms vreemder dan fictie…

Heel veel informatie is niet te vinden over Wout Steenhuis, maar wat ik op het spoor kwam, is bijzonder intrigerend. Eind jaren dertig van de vorige eeuw was Steenhuis een jonge, veelbelovende gitarist, die in tal van jazzcombo’s speelde. Na de inval van de Duitsers in Nederland werd Amerikaanse muziek als jazz en bigband in de ban gedaan. Veel jazzgroepen schakelden dan ook over op Hawaï-muziek, zoals bijvoorbeeld de Kilima Hawaiians. Of beter gezegd: ze speelden jazz, maar zodra er nazi’s opdoken, werden er bliksemsnel tropische ritmes en steelgitaren tevoorschijn getoverd. Nederhawaïaanse groepen werden namelijk oogluikend toegestaan, mits ze in het Nederlands zongen.

Wout Steenhuis ontdekte dat de Hawaïaanse manier van gitaarspelen hem bijzonder goed lag en langzaam maar zeker groeide zijn reputatie. Ook bij de Duitsers, die hem scherp in de gaten begonnen te houden en ontdekten dat hij betrokken was bij het Nederlandse verzet. Steenhuis werd gearresteerd en op transport gezet naar Kamp Westerbork, waar hij zou worden gedeporteerd naar een concentratiekamp. Tijdens de reis naar Westerbork slaagde hij erin om te ontsnappen. Niet geheel zonder kleerscheuren: hij werd door een kogel in zijn rechterarm geraakt en het zou een behoorlijke tijd duren voordat hij weer enigszins gitaar kon spelen.

In ieder geval: hij dook de rest van de Tweede Wereldoorlog onder en in mei 1945 stond hij samen met onder anderen Kees Schilperoort en Frans Vink aan de wieg van de Dutch Swing College Band, dat in razend tempo zou uitgroeien tot het populairste dixielandorkest van Nederland. In 1948 vertrok hij samen met zijn verloofde naar Engeland om zijn vader te helpen die een fabriek runde in het Engelse kustplaatsje Margate. Al snel kreeg men daar in de gaten dat Steenhuis over muzikale talenten beschikte en in 1963 verscheen zijn eerste single ‘Long Road South’, een jaar later gevolgd door de lp ‘Surfin’ With Steenhuis’.

En vanaf dat moment was het hek van de dam. In een moordend tempo bracht hij talloze Hawaïaanse albums uit (met welluidende titels als ‘Hawaiian Surf Ride’ en ‘Paradise Island’) en in 1969 brak hij definitief door toen zijn single ‘Blue Hawaii’ in de Engelse top 10 belandde. Hij werd als Hawaï-expert wekelijks geïnterviewd door BBC Radio en schoof regelmatig aan in allerlei Engelse tv-programma’s. Begin jaren zeventig kreeg hij zelfs zijn eigen muziekprogramma op de regionale tv-zender Southern TV.

Steenhuis maakte daarnaast naam 'multi-track maestro'. In zijn eigen studio speelde hij alles zelf in (inclusief achtergrondkoortjes) om de tapes vervolgens tijdens live optredens te gebruiken als basis (onder de noemer ‘The Kontikis’ – later groeide dit uit tot een ‘echte’ band). Een dergelijke manier van werken is nu de gewoonste zaak ter wereld, maar toentertijd was dat baanbrekend. Na een lang ziekbed overleed Wout Steenhuis op juli 1985.

Hieronder een clipje om in de stemming te komen en wie nieuwsgierig is geworden naar meer: download een vinyl-rip van ‘Hawaiian Surf Ride’ (320 kbps, 68 MB) uit 1965, met twaalf heerlijk loom voortkabbelende tropische tracks. Mocht je overigens meer informatie hebben over de helaas toch wel wat in de vergetelheid geraakte Wout Steenhuis, laat gerust een reactie achter!

Araglin Donderdag 13 Maart 2014 at 10:25 pm | | flashback | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Recensies

‘Waarom schrijf je eigenlijk geen concertrecensies voor je weblog? Volgens mij doe je daar veel mensen een veel plezier mee.’ We stonden in de Amsterdamse Melkweg te wachten totdat countryster Eric Church het podium zou betreden. Collega Jeroen was op dreef. ‘Neem nu dit concert: Church vult in zijn thuisland Amerika moeiteloos stadions; hier is nog geen eens de Melkweg uitverkocht. Dat is een uniek haakje voor een recensie!’ ‘Dat kan wel zo zijn’, antwoordde ik, ‘maar punt is dat concertreviews helemaal niet leuk zijn om te schrijven. Ik heb er de afgelopen jaren talloze getikt en ben er wel zo’n beetje klaar mee. Want weet je wat het is –’ En juist toen ik op stoom begon te komen, sprong Eric het podium op voor een – zo bleek anderhalf uur later – geweldig concert en werd dit onderwerp in de kiem gesmoord.

Gelukkig heb ik een weblog.

Concertreviews zijn leuk voor ruwweg twee groepen mensen: zij die bij het concert aanwezig waren en zij die er graag bij hadden willen zijn. Hoe groter de artiest in kwestie, hoe meer concertgangers en hoe groter de (potentiële) lezersaantallen en vice versa. Nu ben ik dol op concerten, maar er over schrijven is minder leuk. Grappig genoeg is dit wel iets wat van een muziekjournalist wordt verwacht; zijn of haar core business is het schrijven van cd- en concertrecensies. Ik sta om de paar dagen wel bij een of ander concertje en moet er niet aan denken om iedere keer een recensie te moeten tikken. Zo spannend is het meestal niet (zonder overigens afbreuk te doen aan de kwaliteit van een optreden) en als je er een paar hebt getikt, heb je het trucje wel door. Bovendien: een objectieve concertreview is een illusie.

Vorig jaar was ik bij Jamie Lidell in Paradiso. Het was een topconcert. Na afloop stuitte ik op een uitgebreid verslag waarin het optreden bijzonder grondig de grond in werd geboord. Ik vroeg me af of de recensent en ik hetzelfde hadden gezien. Kort daarna las ik een review waarin dit optreden de hemel in werd geprezen. Het is maar net wat je verwacht. Ben je sowieso fan? Of gewoon nieuwsgierig? Toevallig komen aanlopen zonder enige voorkennis? Heb je bepaalde ideeën over hoe het perfecte concert eruit moet zien? Of hanteer je onuitgesproken maatstaven waaraan een optreden moet voldoen? Moet je als recensent rekening houden met je lezers en het medium waarvoor je schrijft?

Vrijdag stond ik bij het Amerikaanse of Montreal in Tivoli de Helling. Ik vond er niet zo veel aan. Wat me vooral is bijgebleven is de afgetrainde torso van zanger Kevin Barnes – tijdens het optreden vroeg ik mezelf voortdurend af of hij ook zijn broek zou uitrekken. Het publiek had het echter prima naar zijn zin. En terecht waarschijnlijk, want ik had ter voorbereiding alleen vluchtig hun laatste album beluisterd.

Een concertrecensie wekt gevoelens op van opluchting (‘oef, goed dat ik toch niet ben gekomen’), jaloezie (‘shit, had ik nu maar kaartjes geregeld’) of frustratie (‘maar zo was het helemaal niet!’). Achterafgevoelens, waar je – als je het mij vraagt – niet zo heel veel aan hebt…

Araglin Dinsdag 11 Maart 2014 at 11:20 am | | overpeinzing | Drie reacties
Gebruikte Tags: ,

Selim Lemouchi

Een koude zaterdagavond in november 2011. Ik fiets naar het Utrechtse rockpodium dB’s en stap precies om middernacht de kleine concertzaal binnen. Het is druk en donker. Ik ruik wierook en een onbestemde ijzer-achtige geur. Een minuut of twintig later komt de band het podium op: The Devil’s Blood, de satanistische rockgroep rond gitarist Selim Lemouchi. De bandleden hebben zich besmeurd met varkensbloed. Niet om stoer te doen, maar om gedurende het optreden buiten zichzelf te kunnen treden - hun gewone persoonlijkheid is in de kleedkamer achtergebleven. Wat volgt is een kolkende, twee uur durende psychedelische séance. Het geluid is - zoals wel vaker in dB’s - slecht, maar The Devil’s Blood neemt het publiek in een onverbiddelijke wurggreep, met Lemouchi’s zus Farida als occult boegbeeld. Nooit eerder zag ik zo’n intens spelende band. Halverwege het optreden heeft de band zichzelf en de zaal in een trance gebracht en wordt zijn naam opgeroepen: ‘I call your name: DEVIL!’

Het Eindhovense The Devil’s Blood stond destijds op de springplank van een internationale doorbraak. Tweede album ‘The Thousandfold Epicentre’ was een meesterwerk en de groep zou begin 2012 starten met een succesvolle tournee door Europa en Amerika. Eind 2012 maakte Lemouchi bekend The Devil’s Blood te hebben opgeheven. ‘Het was tijd voor wat anders.’ In juni 2013 zag ik hem weer, nu in Tivoli Oudegracht als voorprogramma van het Zweedse Ghost. Hoewel de rituelen met varkensbloed deze keer achterweg waren gelaten, speelde hij met dezelfde grimmige intensiteit. Headliner Ghost mag dan wel koketteren met kolderieke songteksten over satan en de naderende Apocalyps, Lemouchi was the real deal.

In december vorig jaar verscheen zijn solodebuut ‘Earth Air Spirit Water Fire’ (onder de noemer Selim Lemouchi & His Enemies) en ik verheugde me erop om hem weer live te zien. Het heeft niet zo mogen zijn. Vandaag (woensdag 5 maart) werd bekend dat Lemouchi op 33-jarige leeftijd een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Kut.

Araglin Woensdag 05 Maart 2014 at 11:56 pm | | Standaard | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Anton Heyboer

Anton Heyboer (1924-2005) mag dan bekendstaan als een excentrieke kunstenaar die samen met zijn vijf vrouwen lekker aanrommelde in zijn zelfgebouwde huis in Den Ilp, hij was ook actief als muzikant. Zonder veel succes, want Heyboer kon helemaal niet zingen, laat staan een instrument bespelen. Dat weerhield hem er niet van om in 1972 in een vlaag van muzikale verstandsverbijstering de lokale muziekwinkel binnen te stappen en weer naar buiten te komen met vijf harmoniums, een vleugel en een taperecorder. Hij zette alles in een schuurtje en sloeg aan het pingelen op de harmoniums (waarbij hij alleen de zwarte toetsen gebruikte) en declameerde er diepzinnige teksten bij. In totaal nam hij zo’n 150 uur aan ‘muziek’ op, om vervolgens alle instrumenten in het meertje achter zijn huis te donderen en de tape te bewaren.

Schrijver, acteur en regisseur Dimitri Frenkel Frank (1928-1988) hoorde van het bestaan van deze tape en kreeg platenmaatschappij EMI Bovema zover om in 1976 de lp ‘She And She As One’ uit te brengen met liedjes van Heyboer. De lp werd met veel bombarie in het Amsterdamse Hilton Hotel gelanceerd, maar verkocht voor geen meter. Geen wonder, het klonk helemaal nergens naar, hoewel Heyboer het wel allemaal heel serieus bedoelde. Toen er na jaren nog steeds hele stapels van de lp in het EMI-magazijn stof lagen te vergaren, werden ze zonder pardon vernietigd. Wie nu nog een exemplaar van ‘She And She As One’ heeft liggen, is dan ook in het bezit van een waar collector’s item...

Begin jaren negentig kreeg de bijna 70-jarige Heyboer opnieuw een muzikale oprisping. Hij kocht voor zichzelf en zijn vrouwen piano’s, violen, trompetten, een mondharmonica en een gitaar en sloeg vrolijk aan het jammen en zingen, wederom niet gehinderd door ook maar enige vorm van muzikaliteit. Hij galmt er lekker op los in onverstaanbaar Engels en zingt over onder meer vrouwen en het leven. Na de dood van Heyboer brachten zijn weduwen deze opnames in 1997 in eigen beheer uit op drie cd’s: ‘Born in the Jungle’, ‘Be Born in the Spirit’ en ‘I can’t be Human’.

En daar leek het bij te blijven – ware het niet dat Graham Lambkin van het kleine Amerikaanse label Kye Records geïntrigeerd raakte door de muziek van Heyboer (en diens achterliggende levensfilosofie) en in samenspraak met de weduwen Heyboer vorig jaar de dubbel-lp ‘Rules of the Universe’ samenstelde, met daarop ‘hoogtepunten’ van de eerder genoemde cd’s. Bijzonder is een understatement…

Araglin Maandag 03 Maart 2014 at 10:58 pm | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,