Trumpet a GoGo!

In de easy listening-hemel regeert Bert Kaempfert (1923-1980) al bijna dertig jaar met vaste hand. Zo af en toe maakt hij een gaatje in de wolken en knikt goedkeurend als hij de enige nog levende easy listening-koning in het oog krijgt: de onvermoeibare James Last, die op zijn 79ste nog steeds het ene na het andere podium beklimt, dames op leeftijd in katzwijm achterlatend. Ik ben al jaren fan van 'The gentleman of music', hoewel deze bekentenis helaas nog steeds tot gefronste wenkbrauwen leidt.

Last timmert vol overgave aan een nog altijd gestaag uitdijend oeuvre, maar het probleem is dat hij zo ontzettend veel muziek heeft uitgebracht dat het gewoon niet leuk meer is. De teller staat op ettelijke honderden albums en vele tientallen compilaties. Vooral in de jaren zeventig leek het wel alsof de duivel hem op de hielen zat. Om de week bracht hij wel een nieuwe lp uit - alsof Last tijdens zijn ontbijtje dacht 'goh, een album met Paaseiland-medleys, dat lijkt me nu een leuk idee!', vervolgens wat sfeerverhogende moai in zijn studio liet neerzetten, zijn orkest bij elkaar riep en tegen zes uur 's avonds een album had volgespeeld, dat een paar dagen later in de winkels lag.

Het is dan ook niet heel verwonderlijk dat al zijn lp’s op elkaar lijken en onderling uitwisselbaar zijn; als je er eentje hebt gehoord, heb je ze allemaal gehoord en als je er niets aan vond, heb je pech want dan vind je de rest ook niets. Zo heel af en toe springt James Last uit de band (zoals op 'Voodoo Party' uit 1972), maar over het algemeen geeft hij zijn fans precies wat ze willen horen: easy listening-versies van bekende hits en klassieke deuntjes, waar niemand zich een buil aan kan vallen.

Ik kan het me nauwelijks voorstellen, maar als er mensen zijn die nog nooit van James Last hebben gehoord en graag eens kennis willen maken, dan heb ik de perfecte introductie in de aanbieding: ‘Trumpet a GoGo’ uit 1966. Veertien onbedaarlijk vrolijke instrumentale liedjes, met lustig erop los tetterende trompetjes (daar kan Herb Alpert nog een puntje aan zuigen!), plingplangende bassen, subtiele beats en op zijn tijd een fijne xylofoon-solo. Het gaat om weliswaar allemaal covers (onder meer ‘La paloma’, ‘Tico tico’, ‘La bamba’ en ‘Mexican Hat Dance’), maar de balans tussen afgezaagd en ‘o ja, welk nummer is dit ook alweer?!’ is precies goed. Ik krijg spontaan zin om in de dierenwinkel een klein Mexicaans ezeltje aan te schaffen en met een sombrero op door de straten van Utrecht te gaan rijden…

Luister zelf: ‘Trumpet a GoGo’ (320 kbps, 76 MB, de geluidskwaliteit is onberispelijk).

peter Vrijdag 30 Januari 2009 at 4:17 pm | | easy-listening | Drie reacties

Weihnachten mit James

Bijna overal is muziek. Zeker in de donkere decemberdagen. Eerst de vreemde sinterklaasdeuntjes, en dan het gedragen getingel van de kerstplaten. Veel mensen haten het, en ze zeggen: 'Weg met easy listening in de supermarkt en kerstmuziek in de binnenstad. Bah! Daar doe je ons geen plezier mee!' En even later, op de fiets met de muts over de oren getrokken, de cadeautjes in de tas, fluiten ze opgewekt 'White Christmas' in de Bing Crosby-uitvoering.

In Amerika is het nagenoeg traditie dat iedere artiest ten minste één keer in zijn carrière een kerstalbum opneemt. Vaker wel dan niet levert dit tenenkrommende resultaten op, vooral als het desbetreffende album bedoeld is om een ingezakte platenverkoop nieuw leven in te blazen, of als het zogenaamd hippe versies bevat. Ook in Nederland komt deze traditie de laatste jaren tot leven, hoewel ik niet zo heel enthousiast word van kerst met Frans Bauer of André Rieu. Wat mij opvalt als ik eens onverwacht wat flarden Sky Radio opvang, is dat kerstliedjes de laatste jaren een beetje vastgeroest zitten.

Gelukkig worden er al ruim zestig jaar kerstliedjes op de plaat gezet, de een nog gezelliger dan de ander. Een van mijn kerstfavorieten is James Last, die vele tientallen kerstalbums heeft uitgebracht. Last benadert kerstmis op de hem bekende mierzoete wijze, waarbij het glazuur spontaan van je tanden springt. Ik zit niet te wachten op in violen gedrenkte kitscherige uitvoeringen van 'Stille Nacht' of 'Ave Verum Corpus'. Nee, ik wil koortsachtig geklingel van kerstklokjes, manisch toeterende kersttrompetten, roffelende drums, klepperend kerstgebeier en een gezellig hummende koren!

Gelukkig zijn er op elke 'Weihnachten mit James Last'-lp wel een handvol opgewekte wijsjes, medleys en oude Duitse volksliedjes te vinden. Als je niet vrolijk wordt van bijvoorbeeld 'Fröhliche Weihnacht überall', 'Kling Glöckchen Klingelingeling / Lasst uns Froh und Munter sein / O du Fröhliche' en 'Schlittenfahrt zum Weihnachtsmarkt' en de onweerstaanbare behoefte krijgt om onder kerstboom te kruipen met een beker warme chocolademelk, dan ehh... moet je het over een jaar nog maar eens proberen. Luister naar een tiental kerstliedjes (320 kbps, 65 MB) van de inmiddels 79-jarige James Last om helemaal in de juiste stemming te komen! Vrolijk kerstmis!

peter Woensdag 24 December 2008 at 8:59 pm | | easy-listening | Eén reactie

Henry Mancini

In 1935 zag de elfjarige Henry Mancini zijn eerste bioscoopfilm, mét geluid – toen nog heel bijzonder. Mancini was diep onder de indruk en na afloop wist hij wat hij later wilde worden: componist van filmmuziek. Tot aan zijn dood op 14 juni 1994 geloofde Mancini dat deze gebeurtenis zijn verdere leven een beslissende wending had gegeven. Wat nu als zijn vader hem mee had genomen naar een honkbalwedstrijd of een opera?

''Wie zal het zeggen?'', peinsde Mancini vele jaren later. ''Het lag niet voor de hand om dergelijke ambities te koesteren. We woonden in de staalstad West Aliquipa, zo'n 32 kilometer van Pittsburgh. Niemand in mijn omgeving had verstand van het componeren of arrangeren van muziek.'' Mancini leerde zichzelf noten lezen en piano spelen en nam eind jaren dertig muzieklessen bij Max Adkins, muzikaal leider van het Stanley Theatre in Pittsburgh. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, belandde hij bij de luchtmacht, waar hij Captain Glenn Miller ontmoette, die hem een baantje bezorgde als pianist in Atlantic City.

Midden jaren vijftig werkte Henry als staff manager bij Universal Studios, waar hij onder meer betrokken was bij de totstandkoming van klassiekers als 'The Creature from the Black Lagoon' en 'Francis The Talking Mule'. Op een dag in 1957 wandelde hij de kapsalon uit, toen hij regisseur Blake Edwards tegen het lijf liep. ''Hij vroeg of ik belangstelling had om de muziek te schrijven voor een detectiveserie die hij wilde maken. Het bleek om 'Peter Gunn' te gaan.'' De serie sloeg aan, het titelnummer werd een hit en een succesvolle samenwerking was geboren. Mancini verzorgde in de jaren die zouden volgen, de muziek voor krakers als 'Breakfast at Tiffany's', 'The Days of Wine and Roses' en natuurlijk de 'Pink Panther'-films. ''Maar wat als ik die dag niet had besloten om mijn haar te laten knippen?'', aldus een retorische Mancini.

Zijn carrière omspant ruim veertig jaar, en in die jaren bracht hij meer dan honderd albums uit, variërend van bigband en jazz, tot klassiek, easy listening en pop, en won hij vier Oscars en maar liefst twintig Grammy's. Luister naar 'The Best of Henry Mancini' (320 kbps, 80 MB), met onder meer het tijdloze 'Moon River', 'Peter Gunn', 'Midnight Cowboy', 'Mr. Lucky' (fijn orgeltje!), '(Theme From) Love Story' en 'The Pink Panther Theme'. Prachtig en nog eens prachtig!

peter Zaterdag 29 November 2008 at 12:46 am | | easy-listening | Geen reacties

Guido Dieteren

Het kan bijna geen toeval zijn dat Guido Dieteren (1974) uit Limburg komt (Landgraaf, om precies te zijn). Heeft provinciegenoot André Rieu nagenoeg de hele wereld aan zijn voeten, Guido Dieteren staat te trappelen om het vioolstokje van hem over te nemen. En voor wie nu enigszins verbaasd achter zijn oren krabt, eerst even wat uitleg: Dieteren studeerde viool aan het Conservatorium in Maastricht, werd op jonge leeftijd concertmeester van het Jeugd Symfonie Orkest en was tot 1998 eerste violist bij het Straussorkest van André Rieu.

In 1998 richtte hij samen met zijn broer Eric en jeugdvriend (en toetsenist) Falco Borsboom een eigen productiebedrijf op (Revi Music), verzamelde een gigantisch orkest annex popband om zich heen en was onder andere te zien en te horen tijdens de Heineken NightLive-concerten. Na enkele jaren op het podium te hebben gedeeld met tal van internationale artiesten, was het in 2002 tijd voor een solocarrière: met Guido’s Orchestra tourde Dieteren door Nederland en Vlaanderen, bracht in 2003 zijn eerste album ‘Guido’ uit en stond met zijn orkest op de planken tijdens de Symphonica In Rosso-concerten in het Gelredome en de Max Proms, deze week in de Utrechtse Jaarbeurs.

En na deze lange intro ben ik eindelijk beland bij de reden van dit stukje: Guido's onlangs verschenen tweede cd 'Red Passion'. Als je je misschien afvraagt hoe easy listening anno 2008 klinkt (en of dit genre überhaupt nog wel bestaandsrecht heeft), hoef je alleen maar dit album op te zetten. 'Red Passion' laveert tussen op klassieke leest geschoeide pop, bombastisch georchestreerde klassieke deuntjes, Ierse volkswijsjes en een handvol eigen composities. Concreet betekent dat dik aangezette rockversies van Vivaldi's 'Winter' en 'Zomer' uit 'De Vier Jaargetijden' (waarom toch niet een keer wat anders? 'Overture l'Olympiade' bijvoorbeeld), de Puccini-kraker 'Nessun dorma' (uit de opera 'Turandot'), romantische sfeermuziek van Ennio Morricone ('Nella Fantasia'), de Emma Shaplin-cover 'Spente le Stelle', een zigeunerdans van Vittorio Monti ('Czardas') en de Ierse wijsjes 'Riverdance', 'The Irish Washerwoman' en 'Cotton Eye Joe' (de Rednex-versie).

Lees meer »

peter Donderdag 18 September 2008 at 12:37 am | | easy-listening | Twee reacties

Met de postkoets door Nederland

Als je als buitenlandse artiest in Nederland optreedt, kan het geen kwaad om een handvol Nederlandse woordjes in te studeren om het ijs te breken. Het zou nog mooier zijn als de artiest in kwestie zou uitbarsten in bijvoorbeeld 'Dromen zijn bedrog' of 'Heb je even voor mij', maar die kans lijkt me klein. Of je moet natuurlijk James Last heten. Of, in dit geval, Werner Last (1926-1982, beter bekend als Kai Warner). Hoewel hij altijd in de schaduw van zijn oudere broer James heeft gestaan, was Kai Warner behoorlijk succesvol. Hij heeft meer dan zestig albums uitgebracht, schreef filmmuziek en ontpopte zich tot producer en ontdekker van jonge schlagerartiesten. In de jaren zeventig gingen zijn 'Go In'-platen (vrolijke dansmuziek bedoeld voor beschaafde mensen op beschaafde feestjes) massaal over de toonbank.

In een poging om net zoals zijn broer James (die in 1969 met 'James Last op klompen' op de proppen kwam) vaste voet te krijgen aan Nederlandse wal, bracht hij in 1971 de lp 'Met de postkoets door Nederland' uit. Polydor had grootste verwachtingen; op de hoes is ronkend te lezen: ''De fijnste dansplaat van het jaar 1971... heeft u nu vast!''

In de bekende Last-traditie neemt Kai 28 Nederlandse evergreens onder handen en poetst hij alles rimpelloos glad. In de woorden van ene Frits Versteeg (die een heel verhaal op de hoes mocht schrijven): ''Dansmuziek, wat opgepept naar de beat van de jaren '70, maar waarin melodie, ritme en romantiek een toch nog steeds niet te scheiden trio vormen.'' En dat betekent dus fijn schetterende trompetjes en de gezellig hummende Kai Warner Singers. Ik vraag me af of deze lp zo'n groot succes was. Zelfs in 1971 waren liedjes als 'Op de woelige baren', 'De postkoets' en 'Bloesem van seringen' (en verder veel Ramblers-covers) behoorlijk oubollig.

Hoe het ook zij, 'Met de postkoets door Nederland' klinkt op een vreemde manier bijzonder gezellig en bijna manisch opgewekt. Luister naar een uitmuntende vinyl-rip (256 kbps, 67 MB, inclusief hoezen – met grote dank aan het uitstekende Lounge Legends!) En om Frits Versteeg nog een keer te citeren: ''Kai Warner go in? In elk geval go ahead met deze vorstelijke langspeler!''

peter Donderdag 04 September 2008 at 11:59 pm | | easy-listening | Geen reacties

Richard Clayderman

''Als jij nu eens een gezellig muziekje opzet'', zei vriendin Eva, die naast me op de bank in een boek van Haruki Murakami verdiept was. Ik gromde iets mannelijks, spitte wat rond in de stapel cd's naast de stereo-installatie en zette uiteindelijk een (in mijn ogen) bijzonder sfeerverhogend album op. Subtiel rekte ik me uit en sloeg in een geoefend gebaar mijn arm om haar schouders. En terwijl zoete pianoklanken uit de speakers druppelden, voelde ik vriendin Eva verstijven. ''Wat is dit nu weer?'' Ze pauzeerde even. ''Belangrijker nog: mag het alsjeblieft uit?''

Tja, ik ben bang dat de Franse pianist Richard Clayderman (1953) vandaag de dag extra zijn best moet doen om nieuwe zieltjes te winnen voor zijn romantische sfeermuziek... De als Philippe Pagès geboren Clayderman (ook wel bekend als de 'Prins der Romantiek', een bijnaam gegeven door Nancy Reagan) scoorde in 1976 zijn eerste hit met 'Ballade pour Adeline' uit 1976 (gecomponeerd door Paul de Senneville voor diens pasgeboren dochtertje), dat wereldwijd maar liefst 22 miljoen keer over de toonbank ging. Het oeuvre van Clayderman is immens en nauwelijks te bevatten: honderden albums, gevuld met eigen composities, schaamteloze easy listening-versies van grote hits en tal van (enigszins weeïge) bewerkingen van populaire klassieke deuntjes, al dan niet in samenwerking met bijvoorbeeld James Last, Berdien Stenberg en Paul Mauriat.

Opmerkelijk genoeg wordt de pianist met name in China op handen gedragen, en dat verklaart ook gelijk zijn grote hoeveelheid cd's met interpretaties van Chinese volksliedjes. Richard Clayderman ziet eruit als de ideale schoonzoon en aan zijn muziek kan echt niemand zich een buil vallen. Toegegeven, je moet een zekere gênegrens zien te doorbreken, want anno 2008 staat iedereen in de rij om je aan de schandpaal te nagelen als je ook maar toegeeft wel eens iets van hem te luisteren, maar als je de gordijnen dicht doet, ziet niemand je. In dit zipje (99 MB, 320 kbps) vind je 20 tracks, die je hoe dan ook in een romantische stemming brengen. Bijzondere aandacht verdienen 'Begin The Beguine', het ontwapende 'Les premiers sourires de Vanessa', de 'funky' uitvoering van 'Badinerie' (ik denk dat Bach vanuit de hemel goedkeurend meeknikt) en natuurlijk het nummer waarmee het allemaal begon: 'Ballade pour Adeline'.

peter Woensdag 20 Augustus 2008 at 12:52 am | | easy-listening | Vijf reacties

Kilima Hawaiians (update)

Nederlanders die in Nederlands-Indië waren geweest, brachten in de jaren twintig van de vorige eeuw niet alleen de nodige spannende verhalen mee naar huis, ze zorgden er tevens voor dat er allerlei exotische muziekgenres in ons kouwe kikkerlandje werden geïntroduceerd. Vooral muziek uit Hawaï bleek enorm aan te slaan; de nuchtere Nederlander viel als een blok voor het melancholische geluid van de steelgitaar en de liedjes over zonnige stranden, heupwiegende donkerharige schoonheden en verloren liefdes.

Rotterdammer Bill Buysman was verzot op Hawaïaanse muziek en samen met Smoke van der Elst en Willem Ruivenkamp richtte hij in 1934 de Kilima Hawaiians op. De groep was redelijk succesvol, maar het grote succes kwam bizar genoeg tijdens de Tweede Wereldoorlog - de Duitsers hadden een enorme hekel aan 'Amerikaanse muziek' als jazz en bigband, maar stonden de Nederhawaïaanse groepen oogluikend toe, mits ze in het Nederlands zongen. Bills vrouw Mary trad tijdens de oorlog toe tot de Kilima Hawaiians en gitarist Vic Spangenberg (die overigens in 1944 Nederland moest ontvluchten vanwege zijn enthousiaste activiteiten in het verzet) maakte het plaatje compleet.

Kort na de oorlog en tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië waren de Hawaïaanse groepen ongekend populair, met de Kilima Hawaiians als grote publiekstrekkers. Midden jaren vijftig was het genre over zijn hoogtepunt heen; rock-'n-roll en later beatmuziek zorgden ervoor dat de Kilima Hawaiians veranderden in een wandelend anachronisme, hoewel Bill Buysman wanhopig probeerde het tij te keren door ook country- en Zuid-Afrikaanse en Indische liedjes op het repertoire te zetten. De groep bleef tot diep in de jaren zeventig actief, maar het succes van weleer was voorbij.

Als je nu, ruim zestig jaar na dato, naar muziek van de Kilima Hawaiians luistert, kun je je haast niet voorstellen dat dergelijke exotische muziek in Nederland is gemaakt. Luister naar 'Het gebeurde aan het strand van Waikiki', 'Mooi Kalua meisje', 'Er staat bij 'n kampong', 'I want to learn to speak Hawaiian' en 18 andere heerlijk melancholisch wijsjes in dit zipje (320 kbps, 80 MB).

peter Vrijdag 08 Augustus 2008 at 11:58 pm | | easy-listening | Drie reacties

Berdien

Sommige artiesten dragen een stigma met zich mee, een uilenbal van oubolligheid en wansmaak. Vaak gaat het om artiesten die miljoenen albums hebben verkocht, maar naar wie je als 'serieuze' muziekliefhebber eigenlijk niet mag luisteren. Je reinste flauwekul natuurlijk. En dan heb ik het niet over de Pet Shop Boys of Kylie Minogue. Nee, ik heb het over die muziek waarbij iedereen in mijn omgeving met de ogen begint te rollen en al na een seconde of tien vraagt of er alsjeblieft iets anders op mag. Dat gebeurt steevast als ik iets opzet van bijvoorbeeld James Last, Klaus Wunderlich, Richard Clayderman, Yanni en... Berdien Stenberg. Jammer genoeg dreigt de in Almelo geboren fluitiste enigszins in de vergetelheid te raken, dus hoog tijd om daar eens verandering in te brengen.

De als Berdien Steunenberg geboren muzikante kende na haar klassieke fluitopleiding aan het conservatorium in Den Haag een vliegende start: in 1983 scoorde ze op 27-jarige leeftijd een wereldhit met 'Rondo Russo', het ingekorte laatste deel uit het fluitconcert van de Italiaanse componist Saverio Mercadante (1795-1870). Grote man achter de schermen was Ruud Jacobs, die in de jaren zestig bassist was in het trio van zijn broer Pim en begin jaren tachtig als producer werkte bij Phonogram. Hij zag wel wat in de klassiek geschoolde Berdien, hoewel ook hij het stormachtige succes niet had verwacht. In allerijl werd er een compleet album opgenomen ('Ronde Russo' uit 1983), een jaar later gevolgd door de nog succesvollere lp 'Badinerie'. Het recept was hetzelfde: luchtige klassieke stukken, zwierig gearrangeerd en in een krokant popjasje gestoken.

In de jaren die volgden bracht ze regelmatig nieuwe albums uit (die als warme broodjes over de toonbank gingen), tourde met veel succes door onder meer Europa, Amerika en Azië en werkte samen met grote namen als Jaap van Zweden en James Last.

Lees meer »

peter Dinsdag 15 Juli 2008 at 12:32 am | | easy-listening | Geen reacties

Robert Strating

Als ik een platenzaak binnenstap, moét ik altijd de bak met aanbiedingen doorspitten. Gelukkig kan ik na jaren van oefening en intensieve trainingsweken in de Belgische Ardennen binnen enkele tellen zien wat voor vlees ik in de kuip heb. Aanbiedingenbakken zijn namelijk te verdelen in drie categorieën: cd's die men aan de aan de straatstenen niet kwijt kan (matige verzamelaars, piratenartiesten en geflopte Idols-deelnemers), midprice-knallers (drie voor de prijs van twee - dat soort werk) en albums die niet binnen het straatje van de desbetreffende winkel passen en waarvan de eigenaar geen idee heeft wat hij ermee moet. Het hoeft geen betoog dat de laatste groep het leukste is.

Zo haalde ik onlangs de cd 'Several Feelings' (1990 - zonder streepjescode trouwens) van Robert Strating uit zo'n bak tevoorschijn. Gezien het aanbod (alternatieve rock) was het geen wonder dat Robert in ongenade was gevallen. Terwijl een verliefd stelletje innig in elkaars ogen kijkt en een gouden fontein romantisch klatert, staat op het hoesje vermeld: 'romantic piano and synthesizer melodies'. Dit zou over het algemeen reden genoeg zijn geweest om de cd tot in lengte der dagen een rustige oude dag te gunnen, ware het niet dat de naam van Robert Strating erboven stond. De man die tal van Nederlandse series van muziek heeft voorzien (onder meer 'Medisch Centrum West', 'Ter land ter zee en in de lucht', 'Erotica' en 'Tennis-Report'), met de Tros-tune op de proppen kwam en muziek heeft geschreven voor artiesten als Gert en Hermien, Annie Schilder, Benny Neyman en Corrie Konings.

Strating heeft daarnaast een handvol solo-albums uitgebracht, die gretig aftrek vonden bij programmamakers die op zoek waren naar sfeervolle achtergrondmuziek. De tracks op 'Several Feelings' zijn te rangschikken onder de noemer ehh.. tja, romantische, bij vlagen uptempo pianostukken, met sporadisch geneurie en ge-nanana van Joni en Birgitte de Boer en gitaarspel van Hans Hollestelle. Af en toe hoor je in de verte echo's van Stratings Amerikaanse evenknie Yanni (vooral 'Andromeda' is erg Yanni-achtig), terwijl je bij andere nummers het gevoel krijgt naar de instrumentale versies van hits van Frans Bauer, Spiros of Jannes te luisteren (niet negatief bedoeld overigens). Grappig is dat Strating de complete cd heeft volgespeeld met Roland-apparatuur (voor de liefhebbers: RD1000, D-50, MC500, DEP-8, S330 en S550). Luister zelf (320 kbps, 103 MB).

peter Vrijdag 28 December 2007 at 11:56 pm | | easy-listening | Drie reacties

Baja Marimba Band

Dat het niet meevalt om een vrolijk liedje te schrijven zonder dat het geforceerd of gemaakt overkomt, bewijzen de vele orkestjes die in de jaren zestig een graantje probeerden mee te pikken van het succes van met name Bert Kaempfert en Herb Alpert. De muziek van Kaempfert stond (en staat) op eenzame hoogte en is niet te imiteren, laat staan te evenaren. De vrolijke sound van Herb Alpert lijkt dan toch een stuk gemakkelijker na te bootsen: een opzwepende ritmesectie en bovenal de lekker wegtetterende trompet van Herb zelf. De vele tientallen, zo niet honderden groepen die zichzelf opeens Tijuana gingen noemen, zijn tegenwoordig nagenoeg vergeten en alleen interessant vanwege de amusante hoezen (met vaak een ondeugend glimlachend en halfnaakt fotomodel).

Een uitzondering wordt gevormd door Julius Wechter (1935-1999) en zijn Baja Marimba Band. Niet helemaal eerlijk, want Wechter was goed bevriend met Alpert. In de jaren zestig werkte hij als sessiemuzikant samen met onder andere exotica-pionier Martin Denny, The Beach Boys, Phil Spector en Herb Aplpert, die hij nog kende van zijn middelbare schooltijd. Wechter speelde mee in de Tijuana Brass en schreef onder meer de hits 'The Lonely Bull' en 'The Spanish Flea'. Toen Herb Alpert in korte tijd enorm succesvol werd, moedigde hij Wechter aan om met zijn marimba ensemble hetzelfde pad te volgen.

Na enkele tientallen lp's en een handvol hits, was midden jaren zeventig de marimba-koek op en startte Wechter een nieuwe carrière. Hij schreef muziek voor diverse tv-series en Walt Disney-films, werd actief lid van de Amerikaanse Gilles de la Tourette-vereniging en volgde op latere leeftijd nog een studie psychologie. De reden waarom de Baja Marimba Band tegenwoordig vrijwel vergeten is, heeft waarschijnlijk te maken met het lollige imago van de groep: Wechter en zijn band droegen gigantische Mexicaanse nepsnorren, kleurrijke sombreros, rookten dikke sigaren en hadden de grootste lol op het podium. De muziek van de Baja Marimba Band klinkt dan ook bijzonder vrolijk. Niet hemelbestormend of van een uitzonderlijk hoog niveau en zeker geen liedjes die nog dagenlang in je hoofd blijven doorzoemen. Gewoon geinig. De grootste hits van de Baja Marimba Band: deel 1 (256 kbps, 66 MB) en deel 2 (45 MB).

peter Maandag 03 December 2007 at 11:53 pm | | easy-listening | Geen reacties