2001: A Space Odyssey

Muziek speelt een belangrijke rol in '2001: A Space Odyssey' (1968) van Stanley Kubrick (1928-1999). Met een beetje fantasie wil zou je de zorgvuldig uitgekozen nummers zelfs kunnen beschouwen als een extra personage, dat de film eeuwigheidswaarde geeft. Mede dankzij de spaarzame dialogen komt de muziek van onder andere Johan Strauss jr. ('An der schönen blauen Donau'), Richard Strauss ('Also sprach Zarathustra') en de Hongaars-Oostenrijkse componist György Sándor Ligeti optimaal tot zijn recht.

Opmerkelijk genoeg was het aanvankelijk helemaal niet de bedoeling om klassieke muziek te gebruiken. Kubrick had een soundtrack besteld bij filmcomponist Alex North (1910-1991), die eerder de muziek schreef voor onder meer 'Spartacus', 'A Streetcar Named Desire' en 'Dr. Strangelove'. Begin 1966 begon filmstudio MGM zich lichtelijk zorgen te maken over de voortgang van '2001' en de studiobazen vroegen Kubrick enigszins bezorgd of hij al wat kon laten zien. In allerijl stelde de regisseur een compilatie samen met ruw materiaal. En omdat de muziek nog niet klaar was, besloot Kubrick om zijn 'werkmuziek' te gebruiken (dus de bovengenoemde klassieke muziek). De MGM-bazen waren opgelucht en vooral de muziek viel in goede aarde. Ook Kubrick was in zijn nopjes en besloot om voor de definitieve versie de door hem uitgekozen nummers te handhaven.

Eind goed al goed, ware het niet dat Kubrick vergat om Alex North hiervan op de hoogte brengen. Het was dan ook even slikken voor North toen hij tijdens een voorpremière tot de ontdekking kwam dat het resultaat van zijn noeste arbeid totaal niet in de film voorkwam. Tussen deze twee is het dan ook nooit meer goed gekomen. De oorspronkelijke soundtrack van North is pas vele jaren later uitgebracht en eigenlijk is het maar goed ook dat Kubrick zijn eigen weg is gegaan. Want hoewel North zijn best heeft gedaan, klinkt de score typisch als een product van de jaren zestig. De briljante scène waarin het ruimteschip aankomt bij het ruimtestation, is bijvoorbeeld een nagenoeg perfect samenspel met de lichtvoetige wals 'An der schönen blauen Donau'.

De variant van Alex North ('Space Station Docking') is een stuk fletser en vooral gedateerder. Je kunt merken dat North geprobeerd heeft een futuristisch tintje aan zijn composities mee te geven, maar het is nu eenmaal moeilijk opboksen tegen Strauss en Ligeti. Het zou interessant zijn (en waarschijnlijk is het al eens gedaan) om Kubricks meesterwerk eens te bekijken met de originele soundtrack. Luister zelf: '2001- A Space Odyssey (The Original Score)' (320 kbps, 46 MB).

peter Zaterdag 11 Oktober 2008 at 12:57 am | | film | Eén reactie

Turks Fruit

Begin deze maand werd de film 'Zwartboek' van Paul Verhoeven uitgeroepen tot de beste Nederlandse speelfilm aller tijden. Op de tweede plaats van de door het Nederlands Film Festival, VPRO en Cinema.nl georganiseerde verkiezing staat 'Simon', gevolgd door 'Soldaat van Oranje', 'Alles is liefde' en 'Turks Fruit' op de vijfde plek. Dat de 15.000 stemmers zich vooral door hun korte-termijngeheugen hebben laten leiden, spreekt voor zich: 'Zwartboek' , 'Simon' en 'Alles is liefde' verschenen in respectievelijk 2006, 2004 en 2007 in de bioscopen. Tijdens een soortgelijke verkiezing in 1999 werd 'Turks Fruit' nog gehuldigd als beste Nederlandse film ooit.

Als je mij zou vragen wat de beste film van eigen bodem is, zou ik ehh.. tja. Ik heb eigenlijk niets met Nederlandse films. Ik kan wel moeiteloos vijf bereslechte films opnoemen (met op één 'Intensive Care'), maar dat telt niet. Over de beste soundtrack daarentegen, kunnen we kort zijn: 'Turks Fruit' van Rogier van Otterloo, waarmee de veel te jong gestorven componist en dirigent zijn debuut maakte als hofleverancier voor tal van Nederlandse films (elders op mijn log meer informatie). Van Otterloo voorzag 'Turks Fruit' van omfloerste, jazzy muziek, met een prominente rol voor de mondharmonica van Toots Thielemans en het Louis van Dijk Trio. Het Turks Fruit-thema met vrolijk gefluit en een subtiel op de achtergrond pompend baslijntje is bijna in ons collectieve geheugen geëtst. Wereldschokkend zijn de 36 minuten filmmuziek niet, maar de twaalf tracks zijn wel precies goed: geen noot te veel of te weinig en bijzonder sfeerverhogend. Je moet wel van beschaafde en subtiele zondagochtendjazz met een flinke scheut easy listening houden, anders verandert zelfs de half uur durende soundtrack in een ware marteling.

Overigens vond regisseur Paul Verhoeven de muziek maar niets. Hij ergerde zich aan de "drummetjes met van dat veeggedoe." En terwijl ik de muziek zou omschrijven als 'melancholisch', werd Verhoeven ronduit depressief toen hij de soundtrack voor het eerst hoorde. Maar goed, dat werd ik weer toen ik 'Showgirls' zag.

En om een lang verhaal kort te maken: 'Turks Fruit' (320 kbps, vbr, 57 MB). De cd is trouwens al geruime tijd niet meer verkrijgbaar – pas op dat je niet de wanstaltige musical-cd in huis haalt!

peter Donderdag 09 Oktober 2008 at 01:01 am | | film | Vijf reacties

Babylon 5

In een vlaag van verstandsverbijstering heb ik onlangs het eerste seizoen van Babylon 5 (uitgezonden in 1994) gekocht. Ik had goede herinneringen aan deze Amerikaanse SF-serie (bedacht, geproduceerd en grotendeels geschreven door Joseph Michael Straczynski) en hoewel met name de effecten (Babylon 5 was een van de eerste series die uitgebreid gebruikmaakte CGI) wat gedateerd overkomen, hebben de epische belevenissen op het ruimtestation in de verre toekomst weinig aan kracht ingeboet. Dat is met name te danken aan de doordachte verhaallijnen én de muziek van Christopher Franke (1953).

Geen onbekende naam: hij was een van de oprichters van Tangerine Dream, en samen met Edgar Froese en Peter Baumann verantwoordelijk voor legendarische albums als 'Phaedra', 'Rubycon' en 'Cyclone'. In 1988 besloot Franke dat het tijd was om zich te storten op een solocarrière. Begin jaren negentig richtte hij de labels Sonic Images en Earthtone New Age Music op, maakte filmmuziek onder de noemer Berlin Symphonic Film Orchestra en bracht verschillende solo-albums uit. In 1991 verhuisde hij naar Los Angeles om het daar te gaan maken als filmcomponist. Na wat kleine klusjes had hij in 1993 beet en sleepte hij de opdracht in de wacht om muziek te componeren voor de SF-serie Babylon 5.

Aanvankelijk zou Stewart Copeland van The Police aan de slag gaan, maar toen hij verhinderd bleek, kreeg Franke de klus, niet vermoedend dat deze serie vijf seizoenen zou lopen en vier tv-films en een computerspel zou opleveren. Voor elke aflevering (bijna 130 in totaal) schreef Franke ongeveer een half uur sfeervolle, bombastische muziek met lichte elektronische invloeden. Het lijkt soms wel heel erg veel op elkaar allemaal, maar ach, een kniesoor die daarop let. Liefhebbers van aanzwellende violen, kunnen met een gerust hart dit zipje (75 MB, wisselende bitrates) met de muziek van 'The Coming of Shadows' (aflevering 9, seizoen 2) en 'The Face of the Enemy' (aflevering 17, seizoen 4) downloaden. Ik zet nog maar eens aflevering op...

peter Vrijdag 11 Juli 2008 at 5:17 pm | | film | Geen reacties

The Shining

Ik heb het geluk gehad dat mijn vader mij naar films liet kijken waar ik eigenlijk veel te jong voor was. Hij wist ook wel dat 'Poltergeist' of 'Dune' niet geschikt waren voor een tienjarig jongetje, maar stond oogluikend toe dat ik een hoekje van de bank zat mee te griezelen. Een van de films die destijds diepe indruk op me heeft gemaakt was 'The Shining' van Stanley Kubrick. Natuurlijk, de scènes met de enge mevrouw in de badkuip en de langzaam doordraaiende Jack Nicholson waren (en zijn) angstaanjagend, maar de gedeeltes waarin Danny op zijn driewieler door de verlaten gangen van hotel Overlook rijdt, sudderden nog lang na op mijn netvlies.

Hoewel er het nodige is geschreven over 'The Shining', komt de filmmuziek er vaak nogal bekaaid van af. Kubrick had ervoor kunnen kiezen om alles dicht te plamuren met dreigende violen of schrikeffecten. In plaats daarvan pakte hij het een stuk subtieler aan. Hij vroeg Wendy Carlos en Rachel Elkind om enkele subtiel vervreemdende nummers te schrijven en putte daarnaast (denk ik) uit zijn eigen platencollectie. Zelfs als je 'The Shining' nooit gezien hebt, is het moeilijk om geen rillingen te onderdrukken bij het beluisteren van de soundtrack: de sombere klanken van György Ligeti, het mysterieus-dreigende eerste en derde gedeelte van Bela Bartóks 'Music for Strings, Percussion and Celesta' en enkele avant-gardistische stukken van de Poolse componist Krzysztof Penderecki. Alsof de temperatuur binnen enkele seconden daalt tot het vriespunt, deuren spontaan beginnen te klapperen en kaarsen worden uitgeblazen door onzichtbare entiteiten...

Vreemd genoeg is de soundtrack nooit op cd verschenen. Sterker nog: de oorspronkelijke lp is alleen in Amerika uitgebracht, om na korte tijd weer uit de handel te worden genomen. Problemen met auteursrechten, naar het schijnt. De originele lp uit 1980 gaat inmiddels voor flinke bedragen over de toonbank. Natuurlijk kun je de nummers ook los downloaden (hoewel op de albums van Wendy Carlos niet het originele 'The Shining'-thema is te vinden), maar er gaat niets boven een handig pakketje.

Luister naar een Japanse bootleg-cd-rip (90 MB, 256 kbps – met dank aan L-rs.org!)

peter Dinsdag 22 April 2008 at 12:58 am | | film | Eén reactie

Deep Throat

Komt een vrouw bij de dokter. ''Ik ben zo ontevreden over mijn seksleven, dokter'', zegt ze. ''Gaat u maar even liggen dan kijk ik er even naar'', antwoordt hij. Na enkele minuten roept hij enthousiast uit. ''Ik zie het al: uw clitoris groeit in uw keel!'' Gelukkig valt daar wel mee te leven, zoals de dokter haar demonstreert... Het klinkt als een slechte mop, maar toch is dit precies waar 'Deep Throat' (uit 1972) over gaat. De beruchte pornofilm werd afgelopen zaterdag (23 februari) uitgezonden door BNN (misschien wel de eerste publieke omroep ter wereld die een pornofilm uitzendt) en dat zorgde niet geheel verbazingwekkend voor de nodige controverse.

'Deep Throat' werd voor 25.000 dollar gemaakt en heeft inmiddels bijna 700 miljoen dollar opgebracht. Door menigeen (onder wie schrijvers Gore Vidal, Camille Paglia en Playboy-magnaat Hugh Hefner) wordt de film beschouwd als grensverleggend en als hét startpunt voor de seksuele bevrijding van het toen nog zeer preutse Amerika. Met 'Deep Throat'-regisseur Gerard Damiano liep het niet zo goed af; hij werd gechanteerd door de maffia en moest een groot deel van de opbrengt afstaan. En hoofdrolspeelster Linda Lovelace (een pseudoniem van Linda Susan Boreman (1949-2002), die voor haar rol overigens slechts 1.250 dollar ontving) kreeg later ontzettend spijt, werd een fel feminist en vertelde tegen iedereen die het maar wilde horen dat haar toenmalige man Chuck Traynor haar had gedwongen om seks te hebben met vreemden. Ze tekende haar levensverhaal op in twee autobiografieën ('Ordeal' en 'Bondage') en stierf in 2002 na een auto-ongeluk.

Lees meer »

peter Zaterdag 23 Februari 2008 at 10:47 pm | | film | Geen reacties

Alien vs. Predator: Requiem

Ik word vaak beticht van slechte smaak. Zit wel wat in, hoewel ik 'slecht' liever zou vervangen door... tja, 'anders'. Als het echter gaat over films, valt er niets te ontkennen: ik heb een groot zwak voor slechte horror- en SF-films. Met andere woorden: hoe meer zombies en ruimteschepen, hoe beter. Zo vond ik 'Alien vs. Predator' (2004) als een van de weinigen best een aardige film, zolang je maar niet al te diep nadacht en alles simpelweg over je heen liet komen.

Ik was dan ook benieuwd naar 'Alien vs. Predator: Requiem' (oftewel AvP:R, sinds vorige maand in de bioscoop) van de regisserende broers Colin en Greg Strause, waarin de snotterige aliens op aarde belanden. De eerste zes minuten waren in ieder geval veelbelovend en sloten naadloos aan op het vorige deel: uit het lichaam van een gestorven predator barst een alien. Het wezen zaait dood en verderf aan boord van het predator-ruimteschip, dat vervolgens neerstort op aarde. En natuurlijk hebben enkele aliens deze crash overleefd. Volgende scène: de predator-thuiswereld. Een predator komt tot de ontdekking dat er aliens ontsnapt zijn, stopt zijn rugzak vol met wapens en springt in zijn ruimteschip, op weg naar de aarde, waar de eerste menselijke slachtoffers al zijn gevallen.

Wie graag goede herinneringen wil blijven koesteren aan de vorige films, doet er goed aan na deze zes minuten te stoppen met kijken. AvP:R ontpopt zich namelijk tot een voorspelbare monsterfilm, met totaal overbodige plot-elementen, een hoop geschiet in het donker en suffe personages, om toe werken naar een anticlimax en een obligaat open einde-achtig iets. Bovendien is de predator nogal stom bezig; hij schiet extreem vaak mis en vergeet constant omhoog en omlaag te kijken (waar zich dan, verrassing!, een alien schuilhoudt). Ik vraag me af voor wie AvP:R bedoeld is: fans zullen niets nieuws aantreffen en verveeld en teleurgesteld afdruipen, terwijl wie nog nooit een Alien- of Predator-film heeft gezien, in opperste verbijstering achterblijft – er wordt namelijk totaal niets uitgelegd. Jammer. Overigens hebben de broers Strause al twee nominaties te pakken voor de Razzie Awards (de prijs voor de slechtste film van het jaar). Ik denk dat ze in de categorie 'Worst Excuse for a Horror Movie' nu al tot de grote kanshebbers behoren...

peter Donderdag 21 Februari 2008 at 01:07 am | | film | Geen reacties

Gremlins

Met jeugdsentiment moet je voorzichtig omspringen. Vooral films waar je in je jeugd diep van onder de indruk was blijken de tand des tijds niet altijd heelhuids te hebben doorstaan. Of althans, dat is mijn ervaring. Zo kocht ik een tijdje terug de film 'The Goonies' (1985) voor een paar euro en verheugde me al op een avondje nostalgie. De praktijk wees anders uit: na een half uurtje zette ik de dvd-speler snel uit, bang om nog meer goede herinneringen te verknallen. Dat overkomt me niet nog een keer, schoot er door me heen toen ik vandaag met de dvd 'Gremlins' in mijn handen stond. In mijn geheugen was dit een geweldige film, maar ik vraag me af of ik dat nog steeds zou vinden.

Net zoals het eveneens in 1984 verschenen 'Ghostbusters' mengde 'Gremlins' horror met komedie, waardoor het geheel niet al te loodzwaar werd en de film min of meer geschikt was voor het hele gezin – hoewel je je kleine zusje nu ook weer niet naar bioscoop moest meenemen. De door Chris Columbus geschreven (later zou hij aan het roer staan van de eerste Harry Potter-films) en door Steven Spielberg geproduceerde film over de schattige Mogwai met onvermoede schaduwkanten ("Don't expose him to bright light. Don't ever get him wet. And don't ever, ever feed him after midnight.") was een gigantisch succes, kreeg een vervolg en stond aan de basis van een bloeiende merchandise.

In ieder geval: ik heb de dvd dus niet gekocht, maar wel even de soundtrack opgezocht. En misschien had ik dat beter niet kunnen doen. De lp gaat van start met een nogal nerveuze Michael Sembello (die in 1983 met het 'Flashdance'-themanummer 'Maniac' een gigantische hit scoorde) en Gremlins-geluiden, gevolgd door de vergeten Amerikaanse groep Quarterflash en (verrassend genoeg) een nogal apart nummer van Peter Gabriel ('Out out'). De rest van het album bestaat uit de score van Jerry Goldsmith. Best geinig, maar ik heb hem wel eens beter gehoord ('Alien', 'Legend', 'The Omen' en 'Basic Instinct' – om een paar van zijn legendarische soundtracks te noemen). Met name 'The Gremlin Rag' is nogal ehh... opmerkelijk dankzij de lullige Efteling-synthesizers. Luister zelf (320 kbps, 76 MB).

peter Donderdag 10 Januari 2008 at 11:54 pm | | film | Twee reacties

Toxic Avenger

Het grote probleem van een weblog is dat als je het even druk hebt, weg bent of (zoals in mijn geval) door je rug bent gegaan, alles stil ligt. Sterker nog: ik kreeg zelfs verontruste telefoontjes van mensen die me al een dag of wat niet online hadden gezien. Kan wel kloppen, want ik liep als een kromgebogen oud mannetje door de woonkamer en probeerde zo stil mogelijk op de bank te blijven zitten. Gelukkig had ik nog een aantal dvd's bij de hand om de tijd door te komen en de eerste film die ik in de dvd-speler schoof was 'Toxic Avenger', de culthit uit 1985 en de grote doorbraak van filmmaatschappij Troma Entertainment.

Opgericht in 1974 door Lloyd Kaufman en Michael Herz timmerde Troma aanvankelijk weinig succesvol aan de weg met goedkope seksfilms, om in de jaren tachtig het roer om te gooien en zich te specialiseren in lowbudget horrorfilms. En met succes. Inmiddels staat de teller al op meer dan 800 films en series, met hoogtepunten als 'Cannibal! The Musical' (geregisseerd door Trey Parker en Matt Stone), 'Poultrygeist', 'Class of Nuke 'Em High', 'A Nymphoid Barbarian in Dinosaur Hell' en 'Sgt. Kabukiman'. Tal van bekende acteurs begonnen ooit hun carrière in een Troma-film, iets waar bijvoorbeeld Marissa Tomi, Kevin Costner, Robert Deniro en Samuel L. Jackson waarschijnlijk niet al te graag meer aan herinnerd willen worden.

De films van Kaufman en Herz kenmerken zich door absurde humor, politiek incorrecte grappen, buitensporig geweld en vooral veel ranzigheid – maar zo overdreven en goedkoop dat het erg grappig wordt. In de klassieker 'Toxic Avenger' wordt schoonmaker Melvin in een sportschool (excuus om veel halfnaakt vrouwelijk schoon in beeld te brengen) voortdurend gekleineerd door een groepje moorddadige ehh.. tja, 'hardbodies' (om Brett Easton Ellis er maar eens bij te halen). Als een grap totaal uit de hand loopt, springt Melvin uit het raam, om in een ton met chemisch afval te belandden. De vrachtauto stond toevallig net onder het raam, dus vandaar. Hij verandert in een gemuteerde superheld en zint (vanzelfsprekend) op wraak. Ik had de film jaren geleden gezien en 'Toxic Avenger' is nog steeds net zo vermakelijk als toen. Hoog tijd om mijn Troma-collectie eens aan te vullen! Luister intussen naar 'Toxic Tunes from Tromaville' (1994), een compilatie met bizarre tunes en intro's, geluidsfragmenten, interviews, foute jaren tachtig rock en wat al niet meer: deel 1 (95 MB) en deel 2 (40 MB - 256 kbps).

peter Vrijdag 21 December 2007 at 11:45 pm | | film | Eén reactie

Can't stop the music

Je hebt goede en slechte films, B-films, cultfilms én dan is er nog 'Can't stop the music'. Laatstgenoemde stijgt dankzij zijn groteske eigenaardigheid ver boven alle classificaties uit en vormt een genre op zichzelf. Het vreemde is dat regisseur Nancy Walker en filmmaatschappij EMI een onverwoestbaar vertrouwen in 'Can't stop the music' hadden. De film kostte 20 miljoen dollar (de helft van het budget was bestemd voor promotionele doeleinden) en groeide uit tot dé flop van 1980. 'Can't stop the music' heeft zelfs de twijfelachtige eer om als eerste een 'razzie' (de prijs voor de slechtste film) in de wacht te slepen.

De pseudo-autobiografische film verhaalt over het leven van Jacques Morali (gespeeld door een piepjonge Steve Gutenberg), een jonge componist op zoek naar de grote doorbraak. Met de hulp van zijn huisgenoot annex supermodel (Valerie Perrine) stelt hij een groep van zes stoere mannen samen. De mannen (onder wie een indiaan, cowboy, een besnorde politieagent en een bouwvakker) worden gevolgd op hun weg naar roem en succes. Oftewel: het zwaar aangezette verhaal van de Village People.

'Can't stop the music' duurt bijna twee uur en de eerste drie kwartier heb ik met open mond ondergaan. Het is meer dan verbazingwekkend hoeveel geestverruimende waanzin, onwaarschijnlijke plotgaten, tenenkrommende dialogen en totaal misplaatste humor een film kan bevatten. O ja, en laat ik vooral al die halfnaakte, besnorde mannen niet vergeten die om de zoveel seconden door het beeld lopen. Want hoewel 'Can't stop the music' in de markt is gezet als een familiefilm, spat de onderhuidse homo-erotiek van het scherm. Hilarisch is de scène waarin de Village People voor het eerst de plaatselijke YMCA binnenstappen, spontaan in zingen uitbarsten en je de daaropvolgende minuten wordt getrakteerd op beelden van gewichtheffende mannen, worstelende mannen, zwetende mannen, mannen onder de douche, mannen die – enfin, je hebt een beeld gekregen, neem ik aan.

Normaal gesproken heb ik een grondige hekel aan films waarin iedereen spontaan in zingen uitbarst, maar voor 'Can't stop the music' maak ik een uitzondering. Je moet het zien om het te geloven! Op het prettig gestoorde CosmoBells vind je 15 Rapidshare-linkjes voor dit ehh... miskende meesterwerk.

peter Woensdag 07 November 2007 at 11:29 pm | | film | Geen reacties

Control

Het is net zoals bij James Camerons 'Titanic'. Je weet dat het schip gaat zinken, de vraag is alleen hoe het in beeld wordt gebracht. In 'Control' (nu in de bioscoop) laat debuterend regisseur Anton Corbijn geen ruimte voor twijfel: het tragische leven van Joy Division-zanger Ian Curtis (1956-1980) wordt bijzonder aangrijpend en in stemmig zwartwit in beeld gebracht. De film duur twee uur en als je al niet depressief was, dan moet je wel heel sterk in je schoenen staan om niet met een bezwaard en zwartgallig gemoed de bioscoopzaal te verlaten.

'Control' volgt de levensloop van Curtis (prachtig gespeeld door Sam Riley): van de introverte tiener die medicijnen steelt van bejaarden om high te worden tot de onzekere, getormenteerde cultheld die zelfmoord pleegde aan de vooravond van een wereldwijde doorbraak. De film is gebaseerd op de memoires van Deborah Curtis, die in 'Touching From a Distance' een openhartig (en niet al te vleiend) portret schetste van haar overleden echtgenoot. Anton Corbijn richt zich logischerwijs dus met name op het leven van Curtis, zijn huwelijksproblemen en buitenechtelijke relatie.

Jammer is wel dat de muziek er wat bekaaid afkomt. De overige Joy Division-leden zijn slechts figuranten en het ontstaan van de legendarische albums 'Unknown pleasures' en 'Closer' wordt in een paar minuten afgedaan. Corbijns debuut lijkt dan ook in niets op het dynamische '24 Hour Party People', dat dezelfde periode bestreek: de opkomst van het illustere Factory Records van Tony Wilson. 'Control' moet het hebben van zijn trage onderhuidse spanning: de grijze uitzichtloosheid van Macclesfield, de angstaanjagende epileptische aanvallen van Ian Curtis en zijn fatale liefdes die hem ten gronde richten. Indrukwekkend in al zijn nihilistische somberheid.

peter Maandag 29 Oktober 2007 at 4:51 pm | | film | Twee reacties