Perfect Day

Het bekendste nummer van Lou Reed is zonder twijfel het prachtige 'Perfect Day'. Volgens velen is het een liefdesliedje voor Reeds toenmalige verloofde (en later eerste vrouw) Bettye Kronstadt. Een ode aan een perfecte dag die hij met haar doorbracht. Het is een van de hoogtepunten op Reeds album 'Transformer' uit 1972, maar ook in een latere en zeer afwijkende uitvoering een hoogtepunt op zijn op gedichten van Edgar Allen Poe geïnspireerde cd 'The Raven' (2003).

Het door David Bowie en Mick Ronson geproduceerde 'Perfect Day' bereikte pas een groot publiek toen het in 1996 werd gebruikt in de film 'Trainspotting' van regisseur Danny Boyle. Het nummer begeleidt een scène waarin Ewan McGregor als junkie Mark Renton een overdosis heroïne neemt. Pas toen deze scène uitgroeide tot een cultureel fenomeen, telden Reed-fans een en een bij elkaar op. Want toen Lou Reed 'Perfect Day' schreef, was hij zelf ook aan het worstelen met heroïne. Teksten als 'You just keep me hanging on', 'I thought I was someone else, someone good' en vooral 'You're going to reap just what you sow' zijn uiterst herkenbaar voor junkies.

Toch zit Reed er niet mee als zijn nummer voor romantische doeleinden wordt gebruikt. Hij werkte zelfs mee aan de liefdadigheidssingle waarin een keur aan artiesten (van Bono tot Tom Jones en van Elton John tot Emmylou Harris) het nummer onder handen neemt. Er gingen in 1997 meer dan een miljoen stuks van deze versie over de toonbank. Tal van artiesten hebben een cover van het nummer opgenomen, onder wie Coldplay, Patti Smith, Kirsty MacColl, Chris Whitley en Duran Duran. Volgens Reed zelf is de versie van laatstgenoemde band de 'ultieme Perfec Day': ''Ik vind de versie van Duran Duran beter dan die van mezelf.''

(Uit: 'Top 2000 – volume 2', uitgeverij L.J. Veen, 2009. ISBN 9789020420166. Aangevuld en enigszins herschreven – het stikt van de kleine foutjes en onzorgvuldigheden.)

arnold Dinsdag 08 December 2009 at 12:16 am | | flashback | Geen reacties

Worn Down Piano

Nederland heeft altijd, vooral in de jaren zeventig, de reputatie gehad dat het een goede graadmeter was voor internationale hits. Deed een plaat het in ons land goed, dan zou hij in andere landen ook wel aanslaan, was de gedachte. Vaak was dat ook zo – sommige legendarische hits zijn in Nederland 'begonnen'. Soms viel het echter wat tegen en was een Amerikaanse of Engelse single alléén in ons land een hit. 'Worn Down Piano', bijvoorbeeld, van de Amerikaans / Australische broers Mark en en Clark Seymour.Een potentiële wereldhit, maar alleen in Nederland stond de single in de hitlijsten.

De broertjes Seymour verdienden al een paar jaar de kost als huismuzikanten van verschillende bars en clubs in en rond Fort Lauderdale in Amerika, waar ze voornamelijk materiaal van anderen speelden. Hun eigen nummers kwamen nauwelijks aan bod, totdat ze ontdekt werden door producer Ron Dante. Laatstgenoemde had in de jaren zestig een paar hits gehad als anonieme zanger op novelty-singles, zoals 'The Leader of the Laundromat' van The Detergents (een parodie op 'The Leader of the Pack') en 'Sugar Sugar' van The Archies. In de jaren zeventig was hij producer van onder andere Barry Manilow en Cher.

Dante was erg onder de indruk van de demo's die de Mark en Clark hem hadden gestuurd. Hij zag vooral iets in 'Worn Down Piano', dat een lang, klassiek zou moeten worden met veel tempowisselingen. Hij koos voor een bijzondere opstelling in de studio: een compleet orkest, met in het midden de band die Mark en Clark moest begeleiden. Het nummer zou dan in één keer live op de band worden gezet. Na wat tegenslagen – de piano's in de studio bleken op het laatste moment niet goed genoeg te zijn en de arrangeur was ziek, zodat zijn arrangementen niet beschikbaar waren – werd 'Worn Down Piano' in een paar takes opgenomen.

Lees meer »

peter Zondag 06 September 2009 at 11:19 pm | | flashback | Drie reacties

Hotel California

Het moest de 'de perfecte rocksong' worden. En daar zijn de Eagles aardig in geslaagd. Hun 'Hotel California' werd het nummer waarmee ze tot in de lengte der dagen vereenzelvigd zouden worden, het voor velen artistieke hoogtepunt in de carrière van de band. Maar het nummer dat op het gelijknamige album uit 1976 staat, leidde ook het begin van het einde in. Op het moment dat de Eagles beginnen te werken aan wat 'Hotel California' zou gaan worden, hebben ze net een uiterst succesvolle verzamelaar op de markt gebracht. Ze groep bestaat dan een jaar of vijf. Eerst als begeleidingsband van Linda Ronstadt, later zelfstandig opererend. De naam 'Eagles' wordt gekozen als een verwijzing naar de collega's en vrienden van The Byrds.

Het debuut van de band, simpelweg 'Eagles' genaamd, bestaat uit tamelijk onschuldige countryrock. Maar naarmate de jaren vorderen, raakt de country steeds meer op de achtergrond, terwijl de rock de overhand kreeg, en de daarmee gepaard gaande ruige levensstijl: drank, drugs en vrouwen. In 1975 is de formatie misschien wel de grootste ter wereld – in ieder geval in Amerika. Dat deze uitbundige levensstijl zijn tol wel moest gaan eisen, wisten de mannen zelf ook wel. Dus wilden ze hun 'perfecte rocksong' dat gevoel laten vangen. Maandenlang verbleven ze in studio's in Los Angeles en Miami om 'Hotel California' te perfectioneren.

''We hebben onszelf opgesloten met een goed gevulde koelkast, een pingpongtafel, rolschaatsen en een paar legerbedden in de studio, en hoefden zo dagenlang niet naar buiten,'' herinnerde zanger en drummer Don Henley zich in Rolling Stone de sessies. ''Steeds maar schaven, schaven, schaven aan dat nummer. Take na take, na take.'' En dan te bedenken dat Henley en zijn mede-Eagle Glenn Frey het nummer aanvankelijk maar niets vonden.

Lees meer »

peter Vrijdag 28 Augustus 2009 at 12:34 am | | flashback | Geen reacties

Marlene Dietrich (update)

Marlene Dietrich (1901-1992) was de ongenaakbare filmdiva met de mooiste benen ter wereld, een zwoele stem met een nog zwoeler Duits accent en een knetterende uitstraling op het witte doek. Ze leefde een leven waar tien mensen genoeg aan zouden hebben, speelde in talloze films en slechtte taboes door zelfverzekerd in herenkleding rond te lopen en zich seksueel ambivalent te gedragen.

Toen haar filmcarrière na de Tweede Wereldoorlog wat begon te haperen, werd Marlene Dietrich fulltime zangeres en toerde ze met haar one-woman-show met veel succes over de wereld. Met nummers als 'Ich bin die fesche Lola', 'Ich bin von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt' (ontleend aan 'Der blaue Engel', haar internationale doorbraak in 1929), 'Lili Marlene' (zie mijn eerdere entry) en 'Ich hab' noch ein Koffer in Berlin' (later gecoverd door Hildegard Knef, nog zo'n icoon uit de Duitse filmgeschiedenis) bracht ze de harten van het publiek op hol. Haar grootste hit is 'Sag mir wir wo die Blumen sind' uit 1962 (te vinden op de lp 'Wiedersehen mit Marlene'), dat in Nederland maandenlang onafgebroken in de hitlijsten was te vinden.

Na de opnames van haar laatste film 'Just a gigolo' (1978) vond de toen 77-jarige Marlene het welletjes – een leven vol seks, alcohol en slaappillen gaat je immers niet in de koude kleren zitten. Ze trok zich terug uit de schijnwerpers en woonde tot aan haar dood in een luxueus appartement aan de Avenue Montaigne in Parijs. Ze ligt begraven in haar geboortestad Berlijn, op het kerkhof van Berlin-Friedenau.

Maar over Marlene moet je niet schrijven (hoewel de auteur van deze Wikipedia-pagina erg zijn best heeft gedaan), je moet haar zien en vooral beluisteren. Download 'Marlene Dietrich live at The Café De Paris' (320 kbps, 150 MB, inclusief cover- en inlay-scans) en luister naar een registratie van een optreden dat de diva in 1954 gaf in Londen, aangevuld met enkele tracks opgenomen in Rio de Janeiro. Dietrich zingt onder andere 'La Vie en Rose', 'Lili Marlene' en 'Ich bin die fesche Lola'.

peter Woensdag 12 Augustus 2009 at 12:58 am | | flashback | Geen reacties

John Miles

Iedere ook maar enigszins commercieel ingestelde artiest droomt van een hit, en dan het liefst een wereldhit – zo'n lekkere kneiter die door iedereen wordt meegezongen, het album in zijn kielzog meesleept en genoeg royalties oplevert om je geen zorgen te hoeven maken over je oude dag. Maar ja, als je eenmaal een knaller op je naam hebt geschreven, is het handig om nog één of meerdere hits te scoren – anders word je tot in de lengte der dagen geassocieerd met dat ene nummer, dat je bovendien altijd en tot vervelens toe ten gehore moet brengen omdat dat nu eenmaal van je verwacht wordt. En dat lijkt me eerlijk gezegd ook geen pretje.

Neem nu John Miles. In 1976 werd de toen 27-jarige Miles in één klap een ster dankzij de epische rockballad 'Music' (dat waarschijnlijk geen nadere introductie behoeft). Zijn debuutalbum 'Rebel' (1976) deed het eveneens prima en niets leek een glansrijke carriere in de weg te staan: hij werd door Elton John meegenomen op diens Amerikaanse tournee, en ook Miles' tweede lp 'Stranger in the City' (1977) verkocht uitstekend. Maar toen begon het wat stroever te lopen en langzaam maar zeker verdween hij uit de schijnwerpers. Midden jaren tachtig was hij voornamelijk actief als sessiemuzikant (voor onder andere The Alan Parsons Project) en werd hij ingeschakeld voor tournees van grootheden als Tina Turner, Joe Cocker, The Rolling Stones en Fleetwood Mac. In 1985 was Miles speciale gast tijdens de eerste editie van Night of the Proms in Antwerpen, en dankzij zijn overdonderende optreden is hij als zanger en leider van de Electric Band uitgegroeid tot een vast onderdeel van dit 'klassiek ontmoet pop'-spektakel.

Maar in ieder geval: het begon allemaal met 'Rebel', dat werd geproduceerd door Alan Parsons. Het album bevat een aanstekelijke mix van progressieve rock en radiovriendelijke pop. Het niveau van 'Music' wordt helaas niet gehaald (hoewel de mini rock-opera 'Pull The Damn Thing Down' in de buurt komt), maar de negen tracks (inclusief een reprise van 'Music') zitten degelijk en gevarieerd in elkaar en roepen een aangename, lichtelijk gedateerde jaren zeventig-sfeer op. Luister zelf (256 kbps, 83 MB).

peter Donderdag 18 Juni 2009 at 12:07 am | | flashback | Geen reacties

Uit den ouden doosch: D.C. Lewis

Hij wilde de Nederlandse Tom Jones te worden, de Arnhemse zanger Ruud Eggenhuizen, beter bekend als D.C. Lewis. Hij zag het dan ook in eerste instantie helemaal niet zitten toen tekstschrijver Gerrit den Braber, componist Joop Stokkermans en producer Hans Hemert hem in 1969 benaderden om het nummer 'Mijn Gebed' op te nemen. De drie hadden hem zien optreden tijdens de Nederlandse voorronde van het Eurovisie Songfestival (dat overigens werd gewonnen door Lenny Kuhr met 'De Troubadour') en waren erg onder de indruk.

Er moest behoorlijk op hem ingepraat worden, maar uiteindelijk zwichtte D.C. Lewis. Om vervolgens heel oliebollend Nederland te verrassen door tijdens de oudejaarsuitzending van Willem Duys' 'Voor de vuist weg' 'Mijn Gebed' te zingen, begeleid door de bekende kerkorganist Feike Asma. Het lied gaat over een jongen die alleen voor de muziek naar de kerk gaat en uiteindelijk wordt geraakt door de stichtelijke woorden van de dominee (hier een mp3'tje om je geheugen op te frissen).

De nummer één-hit bleek een eyeopener voor ouderen die de hoop in de jongere hippiegeneratie al hadden verloren. Op de achterkant van het debuutalbum van D.C. Lewis valt te lezen: ''Op oudejaarsavond '69 werden ze geconfronteerd met een vertegenwoordiger van een groep mensen uit onze generatie waarvan 'men' veronderstelde dat ze nergens anders aan dacht dan flowerpower, vrije seks, stuff en wegwiegen op de ritmen van een soort muziek dat 'men', de ouderen, niet begreep.'' Van de lp werden meer dan 150.000 exemplaren verkocht en D.C. Lewis kreeg automastisch het stempel 'relizanger' opgedrukt, iets wat hij helemaal niet ambieerde. Een aanbod om het nummer 'Waarheen waarvoor' te zingen, sloeg hij dan ook af. Mieke Telkamp zong het vervolgens de (uitvaart)hitlijsten in.

Opvolger 'Zijn Testament' (1970) was een stuk minder succesvol, terwijl de derde single 'Eva Magdalena' (1971) flopte. De spierziekte fibromyalgie maakte in de jaren tachtig een einde aan de carriere van de zanger die nooit de Nederlandse Tom Jones mocht worden. In april 2000 overleed Ruud Eggenhuizen op 53-jarige leeftijd aan een hartstilstand. (Uit: 'Top 2000 - tien jaar liedjes, lijstjes en verhalen', uitgeverij L.J. Veen, 2008. ISBN 978-90-204-2200-9. Behoorlijk aangevuld en herschreven!)

peter Vrijdag 24 April 2009 at 12:59 am | | flashback | Geen reacties

Trafassi (reprise)

Bij zomers weer hoort zomerse muziek, en wat is er nu zomerser dan Trafassi? De Surinaams-Nederlandse groep zorgt al bijna dertig jaar voor een exotische, tropische bries door Nederland, in een niet aflatende queeste om ons stijve bleekscheten aan het dansen te krijgen. Deze missie klinkt moeilijker dan hij is, want wie wel eens een optreden van Trafassi heeft bijgewoond of een cd'tje heeft opgezet, weet hoe onweerstaanbaar vrolijk de band rond frontman Edgar 'Bugru' Burgos is.

Trafassi (Surinaams voor 'ommezwaai') werd in 1981 opgericht en maakte al snel naam als opzwepende liveband. Na een handvol nauwelijks opgemerkte singles werd in 1983 de vrolijke 'Je t'aime'-parodie 'Me Jam' opgepikt door Radio 3 en twee jaar later was het raak: in de zomer van 1985 scoorde Trafassi een gigantische hit met het aanstekelijke 'Wasmasjien'. Het zou jammer genoeg bij deze ene hit blijven: opvolger 'Strijkplank' haalde nog geen eens de Tipparade. De daaropvolgende jaren bracht Trafassi regelmatig singles en albums uit (waaronder 'Stuivertje, Dubbeltje, Kwartje, Gulden' (1993) 'Funchi' (1995), 'Pompen' (1996), 'Euro 1-2-5' (2002) en diverse melige voetbalsingles), maar de hits bleven uit. En zo ging de groep de muziekgeschiedenis in met die ene hit, die langzamerhand steeds meer werd geconfisqueerd door... tja, van die après ski-liefhebbers en samenstellers van zogenaamde 'foute'-cd's.

Geheel onterecht, als je het mij vraagt. Nu heb ik weinig verstand van Caraïbische muziek en natuurlijk, de teksten zijn niet al te diepzinnig, maar tjonge, het swingt allemaal als een trein! Zomerse stijlen als merengue, kaseko (Surinaamse dansmuziek), salsa, zouk, calypso en dancehall worden moeiteloos afgewisseld en het tempo ligt onverminderd hoog. Knappe jongen die stil kan blijven zitten! Luister naar een groot aantal tracks (320 kbps, 84 MB), waaronder het geinige 'Stuivertje, Dubbeltje, Kwartje, Gulden', 'El negro no puedo (waka waka)', 'Mireya bin buske', 'Contabai swa' en natuurlijk 'Wasmasjien'.

peter Vrijdag 03 April 2009 at 4:12 pm | | flashback | Geen reacties

Ballroom Blitz

Toen Prince in 1981 tijdens een optreden als voorprogramma van The Rolling Stones middels een regen van bierflesjes en andere zooi van het podium werd gekogeld, ging hij na afloop in een hoekje zitten huilen. Andere artiesten en bands zijn niet zo kleinzielig en als de geschiedenisboeken erop na had geslagen, had hij kunnen weten dat je zo'n frustrerende ervaring ook om kunt zetten in een wereldhit. Want 'Ballroom Blitz' (1973) van The Sweet is geïnspireerd op een dergelijk desastreus verlopen optreden.

De Engelse glamrockband trad begin jaren zeventig in de Schotse plaats Kilmarnock en de leden werden door hun uitbundige, ietwat vrouwelijk ogende kleding niet met open armen ontvangen door de lokale stoere binken. Al snel moesten bassist Steve Priest, gitarist Andy Svott, drummer Mick Tucker en frontman Brian Connolly hun toevlucht backstage zoeken – het spelen werd hun door rondvliegende glazen bier onmogelijk gemaakt. 'Ballroom Blitz' is een verslag van wat er die avond gebeurde. Het opzwepende nummer wordt door veel filmmakers als inspiratie gebruikt. Wat zou 'Wayne's World 2' bijvoorbeeld zijn zonder 'Ballroom Blitz'? Of de Franse film 'La vie ne me fait pas peur?'? In deze film spreekt een groep rondtrekkende meisjes geen Engels – op twee woorden na: 'ballroom blitz'.

Ook Quentin Tarantino is fan. Hij gebruikte de track in zijn korte debuutfilm 'My Best Friend's Birthday' en heeft lange tijd overwogen het ook in 'Reservoir Dogs' te gebruiken tijdens de beroemde 'oorscène'. Op het laatste moment besloot hij dat 'Stuck In The Middle With You' van Stealers Wheel toch beter zou werken... Overigens is 'Ballroom Blitz' geschreven door de succesvolle glamrocktandem Nicky Chinn en Mike Chapman, die ook verantwoordelijk waren voor de hits van bijvoorbeeld Suzi Quatro (rockchick avant la lettre), Smokie, Mud en Exile (je weet wel, van die ene hit: 'Kiss You All Over'). Ben je even kwijt hoe 'Ballroom Blitz' ook alweer klonk? Klik hier voor een geinig clipje.

(Uit: 'Top 2000 - tien jaar liedjes, lijstjes en verhalen', uitgeverij L.J. Veen, 2008. ISBN 978-90-204-2200-9. Enigszins aangevuld en herschreven.)

peter Donderdag 02 April 2009 at 12:29 am | | flashback | Geen reacties

Planetenoorlog

In 1898 schreef H.G. Wells (1866-1946) zijn beroemde 'War of the Worlds', een beklemmend sciencefiction-verhaal over een invasie van marsmannetjes. In 1938 bewerkte acteur en regisseur Orson Welles het verhaal tot een hoorspel voor de radio – zijn versie was zo levensecht dat er op grote schaal paniek uitbrak, luisteraars dachten dat er écht buitenaardse wezens waren geland.

Begin 1975 begon componist en arrangeur Jeff Wayne met de voorbereidingen voor zíjn 'War of the Worlds'-project, een mix tussen een pop-opera en een spannend, eigentijds hoorspel. Voor de opnamen wist hij diverse grote namen te strikken, onder wie Richard Burton als de journalist en verteller, David Essex als The Artilleryman en Thin Lizzy-zanger Phil Lynott als Parson Nathaniel. Ook Moody Blues-frontman Justin Hayward was op het album te horen; hij zingt onder meer het prachtige 'Forever Autumn'. De dubbel-lp verscheen in de zomer van 1978 en was direct bijzonder succesvol. 'War of the Worlds' bereikte moeiteloos de eerste plaats in de Nederlandse LP Top 50 en behoort in Engeland tot een van de bestverkochte albums ooit.

Jeff Wayne heeft het succes nooit weten te evenaren. Opvolger 'Spartacus', met Anthony Hopkins en Cahterine Zeta-Jones, liep jarenlange vertraging op en zag pas in 1992 het licht - om genadeloos te floppen. Van Wayne's versie van 'War of the Worlds' zijn talloze remixen en bewerkingen gemaakt, en momenteel tourt er zelf een heuse musical door Europa (het circus doet op 30 juni, 1 en 2 juli de Heineken Music Hall aan - voor 2 juli zijn nog kaartjes beschikbaar).

Waarschijnlijk heeft iedereen de (overigens prachtig vormgegeven) lp's of cd's in huis. Minder bekend is dat er ook een Nederlandse variant is gemaakt (vertaald en geproduceerd door Bart van Leeuwen en Ad Bouwman), die in 1978 werd uitgezonden door Radio Veronica. Jan van Veen is de verteller van het verhaal, de overige personages worden vertolkt door Patricia Paay, Willem Duyn en Peter Koelewijn. Het gaat om een door Jeff Wayne zelf geautoriseerde versie, dus met de originele muziek (maar met behoud van de oorspronkelijke Engelse liedjes). Het is misschien even wennen, maar het is best grappig en Van Veen doet het uitstekend: ''En toch keken wezens, oneindig verheven boven de mens, door de afgrond van de ruimte naar deze aarde - met jaloerse ogen. En langzaam maar zeker beraamden zij hun plannen tegen ons...'' De Nederlandse versie is vreemd genoeg nooit op cd verschenen, dus leef je uit met deze uitstekende radio-opname (256 kbps vbr, 146 MB).

peter Woensdag 18 Maart 2009 at 11:57 pm | | flashback | Tien reacties

Jaap versus Joop

Met wat goede wil zou je Jaap Fischer (1938) de eerste singer-songwriter annex protestzanger van Nederland kunnen noemen. Eind jaren vijftig studeert hij Semitische Talen in Leiden en speelt voor de lol af en toe grappige, bij vlagen sarcastische Nederlandstalige liedjes voor zijn medestudenten. In korte tijd groeit hij uit tot een waar fenomeen, met name geliefd onder studenten. In 1960 verschijnt op het kleine label Studenten Grammofoonplaten Industrie zijn eerste lp. Tijdens de opnamen is Fischer naar verluidt zo zenuwachtig, dat hij dronken moet worden gevoerd.

Zijn ep's en albums verkopen extreem goed (alleen al in 1961 verkoopt hij 100.000 lp's), maar midden jaren zestig heeft hij genoeg van alle opgeklopte heisa rond zijn persoon; hij gruwt van de geldwolven in de muziekindustrie en verdwijnt in 1964 spoorloos van de aardbodem. Al snel doen de wildste geruchten de ronde. Zo zou Fischer tijdens een verkeersongeluk om het leven zijn gekomen of zelfmoord hebben gepleegd. In werkelijkheid vertrekt hij naar het buitenland en werkt voor de FAQ, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN. In de jaren zeventig komt hij terug naar Nederland, verstopt zich in het gehucht Scheemda en werkt als opbouwwerker in Groningen. Nog altijd hult hij zich in stilzwijgen. In 1976 brengt hij onverwachts een nieuw album uit, nu onder de naam Joop Visser.

Aan zijn successen in de jaren zestig wil hij tot op de dag van vandaag niet herinnerd worden; hij zingt voortaan alleen nieuwe liedjes, verbiedt anderen zijn oude hits te coveren of zelfs maar te refereren naar zijn tijd als Jaap Fischer.

Lees meer »

peter Dinsdag 20 Mei 2008 at 11:45 pm | | flashback | Twee reacties