I Will Always Love You

Het is misschien wel de bekendste ballad aller tijden: 'I Will Always Love You', of het nu in de uitvoering is van Whitney Houston of Dolly Parton. Het liedje is het verhaal van een pijnlijke scheiding. Dolly Parton, die het nummer in 1973 schreef, dacht daarbij niet aan iemand met wie ze een romantische relatie had. 'I Will Always Love You' was een boodschap aan countryzanger Porter Wagoner, die haar in 1967 had gevraagd als vaste duetpartner voor zijn tv-show. Toen Dolly in rap tempo populairder werd dan Wagoner, besloot ze solo verder te gaan en schreef ze het nummer als dank voor de jaren dat ze samen hadden gewerkt.

Aanvankelijk was het niet de bedoeling dat ze 'I Will Always Love You' zelf zou opnemen; ze bood het aan tal van artiesten aan en toen Elvis Presley het hoorde, wilde hij het maar wat graag uitbrengen. Alleen... Dolly moest dan wel de helft van de auteursrechten afstaan. Ze weigerde en zong de ballad in 1974 dan maar zelf de hitlijsten in. Dat deed ze in 1982 nogmaals, toen ze het nummer gebruikte voor de soundtrack van de film 'The Best Little Whorehouse In Texas'.

Tien jaar later ging Whitney Houston ermee aan de haal. Ze speelde naast Kevin Costner in 'The Bodyguard' en Costner vond het liedje perfect voor de soundtrack. Een verstandige keuze, want de cover legde Whitney geen windeieren: ze won twee Grammy Awards en de 'Bodyguard'-soundtrack groeide uit tot de best verkochte soundtrack ooit. En ook Dolly had niets klagen. In 2008 vertelde ze in een interview: ''Whitney's uitvoering leverde mij zo'n zes miljoen dollar aan auteursrechten op. Ik denk dat jonge zangeressen die mij als grote voorbeeld noemen, dit bedrag in hun achterhoofd hebben.''

Grappig feitje: Saddam Houssein gebruikte Whitney Houstons 'I Will Always Love You' in zijn verkiezingsprogramma en is naar verluidt een groot fan van de Amerikaanse zangeres. Platenlabel Arista was overigens niet echt te spreken over Saddams actie en diende een klacht in bij de Verenigde Naties.

Grappig feitje #2: in 1967 schreef Dolly Parton 'I'll Oil Wells Love You'. Geen vroege versie van haar grote hit, maar simpelweg een geintje om haar zinnen te verzetten, zo vertelde ze tegen muziektijdschrijft Mojo (juni 2008): ''I was just playing off the oil wells and Texan men, a spoof. Sometimes I write silly stuff just to get my wit going and mind working. That was a song I probably wrote while I was primed to write something good."

Uit: 'Top 2000 – volume 2', uitgeverij L.J. Veen, 2009. ISBN 9789020420166. Aangevuld en enigszins herschreven.

arnold Dinsdag 18 Mei 2010 at 12:48 am | | gastbijdrage, flashback | Drie reacties
Gebruikte Tags: ,

De nieuwe Neil (door: Frits Abrahams)

[Frits Abrahams schrijft dagelijks een column in NRC Handelsblad, die steevast het lezen waard is. Zijn column van woensdag 3 februari stond hiet eerst.]  

Die jongen moet nog beginnen. Wat we op de bewuste cd horen en bij Matthijs in de tv-studio erbij konden zien, is het verdienstelijke amateurwerk, goed voor een avondje in het jongerencentrum als er een beetje bij geblowd mag worden. Van jongens als Tim Knol lopen er honderden in Amerika rond en ze lijken muzikaal allemaal op elkaar. Ze treden op in bars en op straat, soms ook in Europa, ze verkopen hun zelfgemaakte cd’s en dan komen ze onderweg een leuk meisje tegen en worden ze huisvader met een nette baan.

Admin Woensdag 03 Februari 2010 at 11:25 pm | | gastbijdrage | Geen reacties

More Than A Feeling

De gitaarriff van 'More Than A Feeling' van Boston is één van de herkenbaarste uit de muziekgeschiedenis. Zo herkenbaar zelfs dat mensen 'm overal in terughoren. Ook Nirvana-frontman Kurt Cobain hoorde tijdens de release van 'Smell Like Teen Spirit' ineens de overeenkomsten en besloot daarom om tijdens concerten af en toe 'More Than A Feeling' aan het intro van zijn eigen hit te plakken.

Boston-brein Tom Scholz baseerde de riff op zijn beurt weer op de hit 'Walk Away Renee' van The Left Banke uit 1966. Hij begon in 1971 aan het nummer en heeft tot 1976 geschaafd aan wat 'More Than A Feeling' zou worden. De opnamen vonden plaats tussen oktober 1975 en april 1976 - het duurde even omdat Scholz ook nog gewoon een fulltime baan had bij fotogigant Polaroid. Toen hij het nummer met zijn - op zanger Brad Delp na – immer van leden wisselende band eenmaal goed in de vingers had, bleek dat platenmaatschappij Epic helemaal niet zo blij was met de in de kelder van Scholz opgenomen track. Hij moest maar eens een échte studio induiken en de hulp inroepen van een professionele producer. Scholz was eigenwijs en richtte zijn eigen productiemaatschappij op - en uiteindelijk kwam het overgrote deel van Bostons debuut alsnog uit zijn tot studio omgetoverde kelder.

Op de vleugels van de wereldhit 'More Than A Feeling' blies Bostons titelloze debuut vervolgens iedereen omver. Met 17 miljoen verkochte exemplaren was het - tot Guns 'N' Roses in 2008 de 18 miljoen-grens overging met 'Appetite For Destruction' - lange tijd het bestverkochte debuutalbum aller tijden. (Uit: 'Top 2000 – volume 2', uitgeverij L.J. Veen, 2009. ISBN 9789020420166. Enigszins herschreven.)

arnold Donderdag 14 Januari 2010 at 12:08 am | | gastbijdrage | Geen reacties

Lydia Tuinenburg

Lydia Tuinenburg was de eerste Nederlandse vrouwelijke rock & roll-zangeres. Ze kwam uit Apeldoorn, werd begeleid door de Melody Strings, met daarin de later als solist bekend geworden Ben Steneker op gitaar, en werd in de markt gezet als de Nederlandse Connie Francis. Dat was geen gering compliment, want er waren in die tijd weinig zangeressen die aan Francis, of aan haar evenknie Brenda Lee, konden tippen.

Tuinenburg debuteerde in 1959 met Hank Locklins 'Send Me The Pillow You Dream On', dat evengoed voor rock & roll kan doorgaan als voor country & western, al was die tweede categorie in Nederland destijds vrijwel onbekend. Binnen de Nederlandse context lag het nummer eerder in het verlengde van de Hawaï-muziek, vooral dankzij de sfeer die werd opgeroepen door het gitaarspel van Steneker. 'Send Me The Pillow' was de grootste rock & roll-hit vóór 1960, het plaatje bereikte de vierde plaats van de hitparade, waar het negen maanden bleef hangen. Het origineel van Locklin reikte eveneens tot de vierde plaats, maar zakte iets sneller weg.

Lydia's succes was groot en dat bracht met zich mee dat de bakvis turned teenager voor veel meisjes ging fungeren als rolmodel. Dat kon van gevestigde zangeressen zoals Annie de Reuver of Jany Bron niet worden gezegd, die stonden in hun dansorkesten niet met een petticoat achter de microfoon. Toen in 1960 in Hilversum de eerste platenspeciaalzaak werd geopend, 'King Peter', was Lydia de grote trekpleister. De platenspeciaalzaak was een nieuw fenomeen. Tot dan toe kocht je platen in winkels die radio's, grammofoons, wasmachines en centrifuges verkochten. King Peter was een winkel waar alleen maar platen werden verkocht, singles, ep's en lp's. De winkel viel zeer in de smaak bij jongens die geen geld hadden, maar wel een grote regenjas. Op woensdag- en zaterdagmiddagen ondernamen ze strooptochten om de beschutting van hun speciale jas zoveel mogelijk platen te stelen, waarbij ze het vooral hadden gemunt op de jazzplaten van het label Blue Note, die ze voor een habbekrats doorverkochten aan vrienden en klasgenoten.

Lees meer »

peter Zaterdag 20 Juni 2009 at 01:10 am | | gastbijdrage | Twee reacties

Logic System (gastbijdrage van Michael)

Wie in de jaren tachtig en negentig is opgegroeid, is ongetwijfeld bekend met het onvolprezen stripprogramma ‘Wordt Vervolgd’, gepresenteerd door Han Peekel. Met elke week reportages over stripboeken, interviews met tekenaars, nieuwe en oude tekenfilms en natuurlijk de imitatiewedstrijden. Opvallend was de muziekkeuze in het programma. Een van mijn favoriete nummers was 'Domino Dancing' van Logic System - hoewel ik pas veel later ontdekte om welke track het precies ging.

Achter Logic System schuilt Hideki Matsutake, een Japanse componist en computerprogrammeur. Hij begon als leerling van Isao Tomita en kwam in de jaren zeventig in aanraking met de Moog III-p synthesizer. Hij werkte mee aan albums van zeer veel jonge, opkomende Japanse artiesten die experimenteerden met synthesizers en elektronica. Zo was hij onder meer te horen op 'Thousans Knives' van Ryuichi Sakamoto en was hij de sequencerprogrammeur op vele albums van YMO, oftewel het legendarische Yellow Magic Orchestra. Door sommigen werd hij zelfs het vierde bandlid van YMO genoemd.

In 1981 richtte Hideki samen met Makoto Irie de groep Logic System op en in hetzelfde jaar verscheen hun eerste album met de simpele naam 'Logic'. Een naar mijn mening niet erg bekende synthesizerklassieker, die zeker de moeite waard is. De negen tracks hebben een onmiskenbaar YMO-tintje, maar zijn origineel en staan 28 jaar later nog altijd als een huis. Hideki en Irie bespelen onder andere de MC-8, de TR-808, en worden bijgestaan door Kenji Omura op gitaar en Hiroki Tamaki op viool. Volgens mij werd er in Nederland een andere versie van de lp uitgebracht met een iets afwijkende trackvolgorde, maar dat weet ik niet meer zeker.

In ieder geval was de hoes met de bamboestengels op de voorkant zeer herkenbaar. In de jaren negentig is het album in Japan nog op cd uitgebracht, maar het is mij nooit gelukt deze te pakken te krijgen. De latere albums van Logic System haalden niet meer de kwaliteit van het debuut, op een enkele uitschieter na. Oordeel zelf: 'Logic' (192 kbps, 46 MB).

(Dit is een gastbijdrage van Michael. Ook jouw stukje op Araglin.nl? Stuur gerust een mailtje!)

peter Woensdag 15 April 2009 at 11:50 pm | | gastbijdrage | Twee reacties

Chicago

Er zijn maar weinig bands van wie de frontman per ongeluk zelfmoord heeft gepleegd. Het overkwam de Amerikaanse band Chicago. De groep gaat aanvankelijk door het leven als Chicago Transit Authority, maar moet op last van het openbaar vervoersbedrijf met dezelfde naam al na de eerste lp de woorden 'Transit Authority' laten vallen. Hun debuutalbum zet weinig zoden aan de dijk, hoewel de lp wel de geschiedenis ingaat als de eerste plaat met een uitgebreide gitaarsolo met 'distortion'. Begin jaren zeventig maakt Chicago weinig succesvolle rock met jazzinvloeden. Jaarlijks verschijnt er een nieuw Chicago-album, die bij gebrek aan een titel een cijfer mee krijgen.

Platenmaatschappij Columbia, ontevreden over de matige verkoopcijfers, brengt in 1976 een single uit, met de bedoeling Chicago daarna te dumpen. De door bassist Peter Cetera geschreven en gezongen ballad 'If You Leave Me Now' wordt een gigantische wereldhit en de naam van de groep ligt in één klap op ieders lippen.

Op 23 januari 1978 gaat het mis. Chicago-oprichter en gitarist Terry Kath, een groot wapenliefhebber en -verzamelaar, zit tijdens een feestje een beetje te dollen met een lege .38-millimeter revolver. Daarna pakt hij een .9-millimeter semi-automaat, laat het lege magazijn zien aan roadie Don Johnson en zegt: ''No worries, it's not loaded.'' Als geintje zet hij het pistool tegen zijn hoofd en haalt de trekker over. Kath had helaas niet gezien dat er toch nog een kogel in de kamer van zijn pistool aanwezig was en maakt abrupt een einde aan zijn leven, een week voor zijn 32-ste verjaardag.

Peter Cetera neemt Kaths plek in, om in 1985 uit Chicago te stappen en zich te storten op een succesvolle solocarrière. Zijn album 'Solitude/Solitaire' wordt een knaller (in tegenstelling tot zijn titelloze solo-debuut uit 1981) en met 'Glory Of Love' (dat wordt gebruikt als titelnummer voor de tweede Karate Kid-film) scoort Cetera een gigantische hit.

(Uit: 'Top 2000 - tien jaar liedjes, lijstjes en verhalen', uitgeverij L.J. Veen, 2008. ISBN 978-90-204-2200-9. Enigszins aangevuld en herschreven, want aan de teksten mankeert soms nog wel het een en ander...  Desalniettemin een aanrader.)

peter Zondag 28 December 2008 at 12:48 am | | gastbijdrage | Geen reacties

Flauwekøl (door: Thomas van den Bergh)

De status van de Nederlandstalige popmuziek is de laatste jaren flink opgepoetst. Poptekstschrijvers hebben zich een plek verworven te midden van 'echte' dichters. Zoals Jan Rot, die vorig jaar op het programma stond van Poetry International, en Huub van der Lubbe, die meedeed aan de Nacht van de Poëzie. Poëziecriticus Guus Middag besteedde serieuze beschouwingen aan een liedje van Acda & De Munnik in NRC Handelsblad. In de laatste editie van 'de dikke Komrij', de ultieme graadmeter van literaire status, was werk gebloemleesd van poppoëten als Raymond van het Groenewoud, Herman Brood en Rick de Leeuw. En literaire uitgevers brachten de liedteksten van Frank Boeijen en De Dijk in boekvorm op de markt.

Ook van de teksten van een van de populairste Nederpopbands van de laatste jaren, het Zeeuwe Bløf, verscheen een bloemlezing. Maar wie daarin leest, moet vaststellen dat een poptekst op papier niet altijd meteen ook een gedicht is. 'Aan de kust' (1998) was de titel van een van de eerste grote Bløf-hits. In de tekst wordt de Zeeuwse kust bezongen, en dus ging tekstschrijver Peter Slager (tevens bassist van de band) naarstig op zoek naar rijmwoorden op 'kust'. Dat blijkt nog niet mee te vallen, want hij smokkelt flink met 'lucht', 'zucht' en 'berucht'. Verder gebruikt hij 'lust' en 'onbewust'. Met die laatste rijmvondst is hij zo tevreden dat hij hem tot drie keer laat terugkomen, wat leidt tot rare constructies als: 'de Zeeuwse kust / Waar de mensen onbewust / Zin in mosselfeesten krijgen.' Alsof je ook 'bewust' zin in een feest kunt krijgen.

Lees meer »

peter Zaterdag 12 April 2008 at 01:24 am | | gastbijdrage | Eén reactie

Gastbijdrage: The Frog (door: ScharcO)

Als kleine punkertjes uit het polderdorp Krimpen aan den IJssel hadden we het niet altijd gemakkelijk. Onze frustraties konden we het beste kanaliseren door zoveel en hard mogelijk punkmuziek te draaien. We hadden in Krimpen onze eigen lokale punkband, Saskatchewan (later IDG). Niet echt goed, maar tenminste iets waarmee we ons konden identificeren. In het weekend zaten we in Roepie Groepie. Een jongerencentrum waar de Ambonezen, de hardrockers, de lokale motorbende, de rest van crimineel Krimpen en een paar punkertjes hun toevlucht zochten om gesubsidieerd drugs te kunnen gebruiken.

De trots van Krimpen aan den IJssel én van Roepie Groepie was The Frog. Een funkband die enkele kleine successen heeft gekend, maar nooit echt wist door te breken. In Roepie werd regelmatig The Frog gedraaid en was de groep kind aan huis, maar wij, punkertjes, moesten er niets van weten. Dat op de hoes van de lp ‘Be Kind To Animals, Kiss A Frog’ (1982) de toegangspoort naar Krimpen, de algebrabrug, stond afgebeeld, vonden we grappig, maar vooral onbegrijpelijk. Hoe kon je nu trots zijn op zoiets lelijks? Een enkele keer werd me zelfs ver buiten Krimpen gevraagd of ik misschien The Frog kende. Nee, nee en nog eens nee. Afgelopen donderdag, twintig jaar later, vroeg een collega mij om mee te gaan naar een concert van Rick DeVito. "Jij komt toch uit Krimpen, dan ken je de zanger van The Frog toch wel?" En ach, ik ben ook wat ouder geworden, kijk muzikaal wat breder en had geen andere plannen. Waarom ook niet.

Lees meer »

peter Vrijdag 20 April 2007 at 12:55 pm | | gastbijdrage | Vier reacties

Middeleeuwse nieuwjaarsduik (door: Eva)

‘Utrecht heeft iets unieks en dat zijn de Culturele Zondagen!’ Deze zin schiet mij vaak te binnen als de nieuwste folder van deze ’90 % gratis!’-kunsthappening die de gemeente als een tegenhanger van de maandelijkse koopzondagen in de Domstad organiseert, op mijn deurmat valt. Ik vind het een ontzettend goed initiatief en hoewel niet alle edities mij evenzeer aanspreken, pik ik meestal hier of daar wel wat lekkers mee. Zo ook vandaag tijdens de Culturele Zondag Nieuwjaarsduik.

Ditmaal viel mijn oog op twee bijzondere optredens op een bijzondere plek: de ensembles Capriol en Fortuna, gespecialiseerd in middeleeuwse/oude muziek, in de Sint-Willibrorduskerk. Deze kerk schijnt ternauwernood aan de sloophamer ontkomen te zijn, en is na twaalf jaar restauratie sinds kort weer te bewonderen. Het resultaat is adembenemend en zeer kleurrijk. Heel wat anders in elk geval dan de rest van de over het algemeen vrij kale Utrechtse (protestantse) binnenstadskerken. En dat doet mijn heimelijke katholieke hart goed... Het grappige van de optredens van beide ensembles vond ik de duidelijke scheidslijn tussen ‘klassieke’ en ‘niet-klassieke’ insteek in de keuze en uitvoering van het repertoire. Er zijn behoorlijk wat groepen in Nederland (en daarbuiten) die middeleeuwse en oude muziek spelen, maar de kwaliteit verschilt nogal en vaak heeft dat te maken met de mate van scholing, achtergrond én visie op de muziek van de groepsleden.

Met andere woorden: dezelfde muziek kan op heel verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Er is er een hemelsbreed verschil tussen ‘serieuze’, klassieke ensembles die optreden op het jaarlijkse Festival Oude Muziek en bijvoorbeeld een groep als Omnia uit Utrecht, die op een laagdrempelige manier middeleeuwse en Keltische muziek spelen. Zo ook vanmiddag.

Lees meer »

peter Zondag 07 Januari 2007 at 11:01 pm | | gastbijdrage | Geen reacties