Tangerine Dream

Oké, oké ik had het kunnen weten, maar omdat het concert van Edgar Froese op 13 april in Eindhoven al is uitverkocht, besloot ik de dvd '35th Phaedra Anniversary Concert' in huis te halen. Froese gaf op 11 juni 2005 een concert in het Londense Shepherd Bush Empire om te vieren dat het toen precies 35 jaar geleden het eerste Tangerine Dream-album '‘Electronic Meditation' het licht zag én omdat hij in 2005 een (ronduit wanstaltige) nieuwe versie van het legendarische 'Phaedra' had uitgebracht.

Het Tangerine-oppperhoofd, diens zoon Jerome en Thorsten Quaeschning (aangevuld met de gastmusici Iris Camaa, Linda Spa en Zlatko Perica) speelden bijna drie uur onafgebroken oude en nieuwe nummers (waaronder 'Rubicon part 1', 'Logos' en 'Poland') en dat was een hele zit, vooral ook omdat het oudere werk in een zogenaamd hip en tenenkrommend jasje was gestoken. Het is dat Edgar Froese altijd chagrijnig kijkt, anders zou je bijna het idee krijgen dat hij veel liever was thuisgebleven om nog meer klassiekers uit zijn eigen oeuvre om zeep te helpen. Opvallend vond ik dat de drie hoofdpersonen geen authentieke apparatuur hadden meegenomen, maar met hun laptopjes verbonden synths. Achter hen was een groot scherm te zien, met projecties van de diverse Moog en Mini Moog vst-plug-ins die kennelijk werden gebruik. Kortom, ik kon niet echt zeggen dat ik onder de indruk was. Dan kijk ik nog liever naar 'Tangerine Dream Live at Coventry Cathedral'.

Lees meer »

peter Dinsdag 26 Februari 2008 at 4:29 pm | | krautrock | Drie reacties

Patrick Vian

Hoog tijd voor weer eens een vergeten pareltje uit de jaren zeventig: 'Bruits et temps analogues' van Fransman Patrick Vian, de zoon van jazzmusicus Boris Vian. Patrick maakte begin jaren zeventig deel uit van de anarchistische rockgroep Red Noise, die nooit echt is doorgebroken. Aanvankelijk speelde Vian gitaar, maar dankzij Duitse voorbeelden als Tangerine Dream en Ash Ra Tempel besloot hij zijn zolder vol te stouwen met allerhande synthesizers (waaronder een Moog Modular en een ARP 2600) en samen met enkele vrienden een album met elektronische muziek op te nemen. Het resultaat verscheen in 1976 op het legendarische Egg Label. 'Bruits et temps analogues' was een bescheiden succes, maar vreemd genoeg verdween Vian kort na de release van de lp uit de schijnwerpers om zich te richten op... tja, andere dingen.

'Bruits et temps analogues' is geen standaard 'kosmisch album' (met nummers van minimaal een half uur) zoals je misschien zou verwachten. Hoewel het skelet wordt gevormd door elektronica, bestrijken de negen relatief korte tracks een breed uitwaaierend spectrum: elektro-jazzrock ('Sphere', 'Bad Blue' en 'R & B Degenerit!'), fascinerende wereld-elektro ('Barong Rouge' en 'Oreknock'), hallucinerende experimenten ('Tunnel 4, Red Noise' en 'Tricentennial Drag') en pure elektronische muziek à la Tangerine Dream en Cluster ('Grosse Nacht Musik' - de Duitse titel kan geen toeval zijn - en 'Old Vienna'). Jazzpercussionist Mino Cinelou (die eerder samenwerkte met onder andere Gong, Weather Report en Miles Davis) weeft aparte geluiden en instrumenten (zoals een gamelan in 'Barong Rouge') door Vians muziek en geeft het geheel een ongrijpbare en dromerige sound mee.

Het zou helaas bij dit ene album blijven, dat nooit op cd is verschenen. Luister daarom naar een prima vinyl-rip (192 kbps, 57 MB - met hier en daar een sfeerverhogend kraakje).

peter Vrijdag 15 Februari 2008 at 12:18 am | | krautrock | Geen reacties

Earthstar

Ik zal een jaar of veertien zijn geweest toen ik eind jaren tachtig op een rommelmarkt op de lp 'Timewind' van Klaus Schulze stuitte. Ik had geen idee wat ik moest verwachten, laat staan dat ik besefte een krautrockklassieker in handen te hebben – mijn aandacht werd vooral getrokken door de fascinerende uitklaphoes. Eenmaal thuisgekomen zette ik de plaat op en de rest is geschiedenis. Of zoiets in ieder geval. Dat ik niet de enige ben met een dergelijke ervaring, blijkt uit het verhaal van de Amerikaanse muzikant Craig Wuest.

Eind jaren zeventig ontdekte hij de muziek van Schulze en was zwaar onder de indruk van diens albums 'Blackdance' (1974), 'Timewind' (1975) en 'Moondawn' (1976). Hij stuurde een brief naar Klaus (inclusief een exemplaar van zijn debuut-lp 'Salterbarty Tales', uitgebracht onder de noemer Earthstar) en kreeg tot zijn verbazing vrij snel antwoord. Schulze op zijn beurt was zeer te spreken over de muziek van Wuest en nodigde de jonge Amerikaan uit om naar Duitsland te komen. Wuest krabde zich eens achter de oren, verkocht zijn piano om een vliegticket te kunnen betalen en klopte in het najaar van 1978 aan de voordeur van Schulze in Hambühren.

Het daaropvolgende jaar sleutelden de twee aan Wuests nieuwe album 'French Skyline' (1979), waarbij Schulze op de producersstoel plaatsnam, Wuest goede raad gaf en af en toe een riedeltje meespeelde. Craig Wuest verhuisde later naar een klein dorpje vlakbij Hannover, bracht nog twee lp's uit ('Atomkraft? Nein, Danke!' en 'Humans Only', uit respectievelijk 1981 en 1982) en keerde toen weer terug naar Amerika – en daar loopt het spoor enigszins dood.

'French Skyline' (niet meer verkrijgbaar) is een must voor liefhebbers voor analoge soundscapes, mellotronkoren, drums, sequencers, minimoogs en allerhande rare instrumenten. Het album bestaat voornamelijk uit twee lang uitgesponnen suites en vormt in feite de brug tussen Schulzes spacy sequencerwerk uit de jaren zeventig en de meer abstracte richting die hij later zou inslaan. En hoewel het misschien overkomt alsof Wuest niet meer is dan een Schulze-kloon, is 'French Skyline' eigenzinnig genoeg om zijn eigen plekje in de annalen van de elektronische muziek op te eisen. Luister zelf (320 kbps, 100 MB – met dank aan het uitstekende Fauni Gena).

peter Dinsdag 11 December 2007 at 11:44 pm | | krautrock | Geen reacties

Supersempfft

Je zou verwachten dat alle obscure Duitse elektronica-pioniers nu wel zo'n beetje zijn opgegraven, maar nee, het lijkt wel alsof iedere Duitser in de jaren zeventig een Moog of een Mellotron op zolder had staan en en er wekelijks in eigen beheer uitgebrachte lp's verschenen, die via mond-op-mond reclame aan de man werden gebracht. Neem nu Supersempfft. Deze groep rond de excentrieke Dieter Kolb en Franz Aumüller experimenteerde begin jaren zeventig volop met elektronische muziek en zelf in elkaar geknutselde drumcomputers.

Eerst onder de naam Roboterwerke, later als Supersempfft en weer wat later liepen deze twee aliassen vrolijk door elkaar (inclusief de discografie). Terwijl genregenoten als Kraftwerk en Tangerine Dream hun heil vooral zochten in sciencefiction-thema's, haalden Supersempfft de inspiratie vooral uit de p-funk en groepen en artiesten als Parliament, George Clinton en Bootsy Collins. Zo'n beetje elk jaar reisden de Supersempfft-leden af naar de Caraïben, waar ze onder het genot van de nodige cocktails een grote liefde opvatten voor soca, calypso en de steel drums.

Hun eerste album 'Roboterwerke' (1979) bevatte een verbluffende mix van funky disco, electronische muziek en Caraïbische ritmes. Wie het album hoorde, was verkocht. Herbie Hancock bijvoorbeeld was diep onder de indruk en reisde af naar Europa om die rare Duitsers in actie te zien en Afrika Bambaataa gebruikte Supersempfft-samples in zijn muziek.

De tracks op 'Roboterwerke' schommelen tussen pure elektronica (opener 'Roboterwerke' en 'I'm Gonna Make You Big My Friend'), geinige, luchtige popdisco ('We Found It Out'), psychedelische, kolderieke folk-uitstapjes ('Fantasia / Pipedreams On A Lilypad' en 'The Best Thing Is To Get High'), funky elektro ('Let's Beam Him Up' en 'Supersemppft'– met een beetje fantasie hoor je hier waar de Beegees, Air en Jamiroquai de mosterd hebben gehaald) en soca-electro ('Be A Man You Frog'). De lp is uitstekend geproduceerd, en kent genoeg bliepjes, bloepjes en bizarre uitstapjes om ook bijna dertig jaar later nog te verrassen. Luister zelf (320 kbps, 83 MB - het gaat om een voortreffelijke vinyl-rip).

peter Donderdag 22 November 2007 at 11:53 pm | | krautrock | Drie reacties

Pogonophobia

Wie lijdt aan pogonophobia, heeft een abnormale, disproportionele angst voor baarden en snorren. Dit klinkt grappig (en lijkt me vooral lastig tijdens de feestdagen), maar wie last heeft van deze ziekte wordt ernstig belemmerd in zijn dagelijks leven. Pogonophobia kan leiden tot paniekaanvallen en zorgt er voor dat mensen in een isolement geraken. Tot de symptomen behoren kortademigheid, een onregelmatige hartslag, overmatig zweten en duizeligheid. De fobie is goed te behandelen, al dan niet met medicijnen.

Tja, het is maar goed dat de Zweden Bax Svensson en Göran Svensson voor hun project zo'n eigenaardige naam hebben gekozen, want echt veel informatie heb ik niet over het duo. Naar verluidt komen ze uit een klein dorpje in het zuiden van Zweden en begin dit jaar verscheen hun in eigen beheer uitgebrachte album 'The father, the son and the holy plant' in een beperkte oplage van vijftig stuks. Bax Svensson maakte eerder deel uit van de Zweedse progressieve rockgroep Rohans Horn en samen met Göran (geen idee of de twee familie zijn – het lijkt wel of iedereen in Scandinavië -son in zijn achternaam heeft zitten) nam hij in 2006 diverse instrumentale tracks op, waarvan er zes zijn beland op de cd 'The father, the son and the holy plant'.

Het album mag dan wel dit jaar zijn uitgebracht, de muziek klinkt alsof de Svenssons ongeveer dertig jaar onder een steen hebben geleefd en zijn blijven hangen in de progressieve jaren zeventig. Bax speelt gitaar alsof hij Manuel Göttsching van Ash Ra Tempel naar de kroon probeert te steken, terwijl Göran aan het freaken is in de beste Guru Guru-traditie. Bax speelt tevens fluit, waardoor de nummers wel wat weg hebben van een psychedelische Jethro Tull-variant. 'The father, the son and the holy plant, part I' is folky, 'part II' neemt je mee de kosmos in, 'part III' en 'part IV' klinken wat experimenteler (met veel echo's, orgels en tape-loops), 'part 5' is nogal freaky en de zestien minuten durende afsluiter komt op me over als een met lsd doordrenkte jamsessie. Met recht geestverruimend!

Het album is niet meer verkrijgbaar en wordt ook niet meer uitgebracht. Gelukkig biedt het internet uitkomst (52 MB, 128 kbps).

peter Maandag 12 November 2007 at 11:52 pm | | krautrock | Geen reacties

Macula Transfer

Het leuke van een eigen weblog is dat je ongegeneerd in herhaling kunt vallen en naar hartelust versleten stokpaardjes kunt berijden. En daarom vandaag maar weer eens een stukje over mellotrons en kosmische reizen door het hallucinerende krautrock-universum. Waar hij de tijd vandaan haalde weet ik niet, maar Tangerine Dream-lid Edgar Froese hield er in de jaren zeventig en tachtig een bloeiende solocarrière op na. Eerder al schreef ik over zijn solodebuut ‘Aqua’ (1974) en nu is het de beurt aan zijn derde album, ‘Macula Transfer’ uit 1976.

Deze lp wordt over het algemeen gezien als zijn minst geslaagde, hoewel dan wel vaak zijn vreselijke albums uit de jaren negentig (en later) met bewerkingen van klassiekers buiten beschouwing worden gelaten. Midden jaren zeventig verliet Tangerine Dream enigszins hun meanderende, bezwerende stijl om zich toe te leggen op puntige, soundtrack-achtige tracks. Hoezeer Froese verantwoordelijk is voor deze nieuw ingeslagen weg, blijkt uit de vijf nummers op 'Macula Transfer'. Melancholische muziek, gedragen door pulserende baslijntjes, aanzwellende mellotronkoren, elektrische gitaar en veel herhaling (in de positieve zin van het woord).

Albumopener 'os 452' gaat direct goed van start en dompelt je onder in analoge, ruimtelijke sferen. Op 'af 765' en 'pa 701' laat Froese de sequencers lekker knallen, terwijl 'quantas 611' en 'if 810' wat rustiger (en voorspelbaarder) van aard zijn. En als je je afvraagt waar die rare tracknamen op slaan: Froese houdt er kennelijk van om tijdens vluchten te componeren, de namen hebben betrekking op vluchtnummers.

In ieder geval: voor Tangerine Dream-liefhebbers (zo'n beetje tijdens 'Stratosfear' en 'Cyclone' uit respectievelijk 1976 en 1978) en mellotronfanaten is het vrij moeilijk te vinden 'Macula Transfer' een must. Luister zelf (81 MB, 320 kbps). Dit is overigens niet de belabberde door Froese opnieuw opgenomen en bewerkte versie (drie minuten langer) uit 2005 – slechte gewoonte, zou hij eens mee moeten ophouden.

peter Zondag 30 September 2007 at 11:54 pm | | krautrock | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Tangerine Dream (ofzo)

Vandaag (12 september) verscheen de box 'Testament van de Sixties', gevuld met vijf dvd's en tien cd's. Oftewel: het definitieve overzicht van wat door de samenstellers 'het belangrijkste decennium van de twintigste eeuw' wordt genoemd. NRC Next gebruikte het verschijnen van deze box als kapstok voor een nogal nietserig artikel met de stelling 'Hoe hip zijn de sixties nog?'.

Niet dat ik dat interessant zou vinden, maar goed. Jan Vollaard interviewt Gem-zanger Mauriets Westerik (25), Roos 'Roosbeef' Rebergen (19), en Otto Wichers alias Lucky Fonz III (26). Zoveel mensen zoveel meningen en het antwoord op de eerder genoemde vraag blijft dan ook onbevredigend in het luchtledige zweven, hoewel Lucky Fonz III niet te beroerd is om zijn onkunde te etaleren en ongegeneerd uit zijn nek te zwetsen: ''Ik haat het besmuikte gevoel van morele superioriteit dat om de sixties hangt. Dat hedonisme onder het mom van idealisme. Jongeren van nu hebben een veel praktischer manier om hun idealen waar te maken. [...] Wat mij betreft kun je beter aanpakken dan de hippie uithangen.'' Tja, zo kan ie wel weer. Je hoeft er alleen maar deze link op na slaan om tot een andere conclusie te komen.

Overigens word ik door vriendin Eva regelmatig bestempeld als een ouwe hippie. Als dat betekent dat ik de hele avond ongestoord mag flippen op een bootleg van Tangerine Dream, vind ik alles best. Zo luister ik nu al een tijdje naar een concert dat is opgenomen op 13 december 1974 in de Kathedraal van Reims (Notre-Dame de Reims), dus ten tijde van 'Atem' en 'Phaedra' en net voor 'Ricochet'. Het legendarische optreden werd live uitgezonden op de Franse radio en dertig jaar later door fans onder het stof vandaan gehaald en netjes opgepoetst. Het eerste gedeelte begint vrij rustig, maar na ongeveer een half uur zetten Edgar Froese, Chris Franke en Peter Baumann de sequencers aan en komt de kosmische ruimtereis pas echt goed van de grond.

Naar verluidt zat de kerk tjokvol met 6000 langharige hippies (er was slechts plaats voor 2000 mensen), die lekker aan het blowen waren en de trip van hun leven beleefden. De toenmalige paus Paulus VI ontstak in woede toen hij dit hoorde (blasfemie! godlasterend!) en verbood Tangerine Dream om ooit nog in een katholieke kerk op te treden – ik heb geen idee of Froese zich hieraan heeft gehouden. In ieder geval, als je ook zin hebt om de hippie uit te hangen: Tangerine Dream live in Reims deel 1 (90 MB) en deel 2 (71 MB - de geluidskwaliteit is met 256 kbps super, zeker voor een bootleg van 32 jaar oud).

peter Woensdag 12 September 2007 at 11:53 pm | | krautrock | Eén reactie

Adelbert von Deyen

Als je het hebt over elektronische muziek uit de jaren zeventig, ploppen een aantal namen direct naar boven. Die van kunstenaar Adelbert von Deyen (met zo'n naam zou ik ook kunstenaar zijn geworden!) nou niet direct. Heel gek is dat niet, want Von Deyen (1953) stond aanvankelijk te boek als een Klaus Schulze-epigoon. In 1978 verscheen zijn eerste album 'Sternzeit', waarvoor hij nadrukkelijk de mosterd had gehaald bij Schulzes 'Irrlicht', 'Cyborg' en 'Timewind' (zelfs de hoes leek als twee druppels water). Dat betekent dus lange, pulserende tracks, die zachtjes tegen de poorten van de werkelijkheid klotsen.

Voor zijn volgende album 'Nordborg' (1979) volgde hij hetzelfde stramien, maar op 'Atmosphere' (1980) schoof hij langzaam naar de wat compactere liedjes en een eigen stijl, hoewel hij nog flink putte uit de pot met kosmische aardbeienjam. 'Eclipse' (1981) liet een nieuwe geluid horen: op de lp stonden tien tracks, waarvan enkele met zang van Von Deyen, die zichzelf nadrukkelijk in de Pink Floyd-traditie plaatste. Best geinig, maar niet geheel aan mij besteed. Of zoals mijn schoonvader Egbert altijd zegt (hij is een groot fan van The Shadows): het ging mis toen ze begonnen te fluiten.

De daaropvolgende jaren verschenen regelmatige nieuwe albums (al dan niet in eigen beheer), werkte Von Deyen samen met zijn goede vriend Dieter Schütz aan tal van projecten (waaronder de groep Deja Vue) en ontpopte hij zich daarnaast als een redelijk succesvol kunstenaar, restaurateur, lithograaf en vormgever. Je zou verwachten dat iemand die dergelijke spacy muziek maakt een voorliefde heeft voor aparte surrealistische onderwerpen, maar Von Deyen heeft zich gespecialiseerd in schilderijen van zoete landschappen, die vanaf 1994 jaarlijks verschijnen in kalendervorm.

Maar goed. Zijn vroegere albums zijn zo slecht nog niet: luister ter kennismaking naar 'Atmosphere' (een formidabele lp-rip – 100 MB, 320 kbps). Aanvullende informatie over Adelbert von Deyen vind je op dit forum, waar hij zichzelf meer dan uitgebreid voorstelt.

peter Maandag 23 Juli 2007 at 11:19 pm | | krautrock | Geen reacties

Schulze live

Een tijdje terug zag ik 'Moog' (2004) van regisseur en muzikant Hans Fjellestad, een documentaire over het leven van Dr. Robert Moog (1934-2005). Fascinerend natuurlijk, maar na afloop bleef ik met gemengde gevoelens achter. Misschien had ik wel te hooggespannen verwachtingen, dat kan natuurlijk ook. De documentaire duurde een ruim uurtje en stond helaas bol vol van de herhalingen. Het is weliswaar interessant om Dr. Moog in zijn volkstuintje te zien rondscharrelen en te horen filosoferen over de synthesizers en de zin van het leven, maar één keer is wel genoeg. Grootste probleem was echter de muziek. Fjellestad richt zich met name op progressieve rock, rare geluiden en min of meer experimentele dance, en staat nauwelijks stil bij pioniers als Wendy Carlos, Tangerine Dream of Klaus Schulze. De teloorgang van de Moog-synthesizer in de jaren tachtig of heropleving anderhalf decennium later, komt niet ter sprake. Jammer, want er valt zo veel meer te vertellen. Eigenlijk had ik vooral meer intrigerende archiefbeelden verwacht.

En tja, als Fjellestad het niet doet, doe ik het wel: bekijk een live optreden van Klaus Schulze uit 1977, opgenomen in de WDR-studio. De beeld- en geluidskwaliteit is uitstekend, het camerawerk inventief (voor die tijd zeker) en het is geweldig (briljant! geniaal!) om een piepjonge Schulze te zien zitten op een zacht wit kleedje, omringd door gigantische en imposante synthesizermuur (met onder andere een Moog Prodigy en Modular, EMS Synthi-A, Arp 2600 en een Arp Odyssey), terwijl de sequencers kosmisch snorren en het keurige publiek er een beetje onwennig bijzit. Schulze speelt het ruim dertien minuten durende 'For Barry Graves', opgedragen aan de presentator van het underground radioprogramma 'Studio 89 - Rias Dance Show'.

Verplichte kost voor krautrock- en vintage synthliefhebbers! Ben je dat niet, dan zie je slechts een jongeman met een iets te lang pagekapsel aan knopjes draaien. Download de avi via Rapidshare (een forse 92 MB – het is de moeite waard).

peter Woensdag 18 Juli 2007 at 11:54 pm | | krautrock | Twee reacties

Lutz Rahn

Zo op het eerste gezicht ziet 'Solo Trip' (uit 1978) van toetsenist Lutz Rahn er veelbelovend uit. Op de hoes is zijn studio te zien, met aan de rechterkant een imposante Moog die de hele muur in beslag neemt, terwijl een schemerlamp en een wit gehaakt kleedje voor wat gezelligheid zorgen. Wat het geheel echter een eigenaardige draai geeft, is het feit dat Rahn (ik neem tenminste aan dat hij het is) zich voor de gelegenheid heeft uitgedost als clown, inclusief rode fopneus. Alsof hij wil zeggen dat dit geen lp is met standaard elektronische muziek en best wel in is voor een geintje. En dat klopt gedeeltelijk.

Rahn was de organist van de Duitse progressieve rockgroep Novalis en 'Solo Trip' is zijn eerste en enige solo-album. De lp bevat acht relatief korte nummers (naar elektronische muziek-begrippen tenminste) die schommelen tussen energieke pop en dromerige midtempo songs, met aanzwellende Mellotron-golven en borrelende bliepjes en bloepjes. Het heeft bij vlagen wel wat weg van een vroege Jean-Michael Jarre en het solowerk van Rick van der Linden. 'Solo Trip' is dan ook niet bijster origineel, maar dat hoeft ook helemaal niet. Bijgestaan door gastdrummer Helge Tillman levert Rahn een plezierig synthesizeralbum af, dat ook degenen zal aanspreken die niet zo'n behoefte hebben aan hallucinerende ruimtereizen en vreemde geluidseffecten. Uitschieters zijn de voortvarende en energieke titeltrack, het golvende 'Galaxy Taxi' (met een fijne Mellotron-fluit) en het ontspannen 'Drakula`s Kuss' (met een Fender Rhodes-piano en wederom lekker veel Mellotron). De overige nummers weten iets minder te overtuigen en komen gedateerd over.

'Solo Trip' (nooit op cd verschenen) duurt een half uurtje – precies lang genoeg. Download een meer dan uitstekende vinyl-rip (320 kbps, 76 MB). Overigens: het titelnummer klinkt me verdacht bekend in de oren - volgens mij is het ooit gebruikt als begintune voor het een of ander of misschien heeft Rahn wat al te letterlijk zitten knippen en plakken. Ik heb er een tijdje over na zitten denken, maar er kwam niets bovendrijven. Mocht het je tijdens het luisteren te binnen schieten, reageer gerust!

peter Woensdag 13 Juni 2007 at 11:56 pm | | krautrock | Geen reacties