Vrijheid

Ik snap dat het niet zo handig is om met een krat bier onder de ene arm en een gezinsverpakking cocaïne onder de andere het Bevrijdingsfestivalterrein op te stappen. En met een beetje fantasie zie ik ook wel dat je eventueel - en alleen als je het heel erg graag wilt - iemand behoorlijk op zijn of haar hoofd kunt timmeren met een literfles cola. 

Maar je kunt ook doordraven. 

Zo bezocht ik met vriendin Eva het Bevrijdingsfestival Utrecht en werden bij de ingang onze tassen geïnspecteerd. ‘Aha, een paraplu’, riep een potige beveiligingsbeambte enthousiast. ‘Dat mag dus niet. Inleveren graag,’ ‘Heuh?’, reageerde ik verbouwereerd. ‘Waarom?’ ‘Regels zijn regels.’ ‘Ehh… maar wat als het gaat regenen?’ zei ik, terwijl mijn nieuwe paraplu zonder pardon en eer ik er erg in had in een gigantische stapel soortgenoten werd gegooid. “Dan word je maar nat, net zoals wij allemaal.’ ‘Maar….’ ‘Nee, je krijgt geen bewijsje of wat dan ook. Als je naar huis gaat, zoek je ‘m maar weer op. Dag meneer.’

Constante videocontrole, flesjes water die niet naar binnen mogen, flyers die moesten worden weggegooid, het verplicht gebruik van muntjes – goed, okee. Maar een parapluverbod? De menselijke fantasie kent op 5 mei kennelijk geen grenzen…

arnold Zaterdag 05 Mei 2012 at 10:52 pm | | overpeinzing | Twee reacties
Gebruikte Tags:

Creatieve luiheid

Soms hè, soms word ik behoorlijk moe van al die muziekrecensies. Dat iedereen tegenwoordig een mening heeft, is nog tot daar aan toe. Het gaat mij om de voorspelbare manier waarop een en ander wordt verwoord. En dan heb ik het niet over veelvoorkomende fouten als ‘sferisch’ (bolvormig) of ‘trash metal’ (in plaats van ‘thrash metal’), nee, ik heb het over muzikale stoplappen, over ingeslepen stijlbloempjes. 

Zo zijn gitaren steevast aan het scheuren, drums aan het beuken en bassen aan het zoemen. Producers zitten altijd ‘achter de knoppen’. Een album is ‘on-Nederlands goed’ en ‘kan zich moeiteloos meten met buitenlandse voorbeelden’. En zodra het om het tweede album van een artiest of band gaat, is het altijd ‘die moeilijke tweede plaat’. Als de recensent in kwestie niet van weet wat hij of zij met een artiest aanmoet, laat ‘de muziek zich niet in een hokje plaatsen’ of is er sprake van ‘een groeiplaat die pas na meerdere luisterbeurten zijn geheimen prijsgeeft’. 

En zo kan ik nog wel even doorgaan: ‘Laat de [vul jaargetijde in] nu maar komen!’, ‘nu al een van de kandidaten voor mijn jaarlijstje’, ‘het glimmende schijfje’, ‘een must voor de fans’, ‘hoofdstedelijke poptempel’, ‘een volwassen geluid’, ‘verrassen vriend en vijand’ enzovoort enzovoort – HELP! 

Ik overdrijf? Als je alle stoplappen achter elkaar zet, ziet het er als volgt uit: 

The Walking Bricks - Music volume 2
Nadat ze met hun debuut ‘Music volume 1’ vriend en vijand verrasten met hun opzwepende en verfrissende mix van rock en punk, bleef het lange tijd stil rond de Amsterdamse groep The Walking Bricks. En nu is er dan eindelijk het altijd moeilijke tweede album, dat de naam ‘Music volume 2’ heeft meegekregen. Op dit album laten de mannen een volwassen geluid horen, dat zich moeilijk in een hokje laat plaatsen. De gitaren scheuren, de drums roffelen en zanger Herman zingt vol overgave. Halverwege nemen de Amsterdammers het gas wat terug en worden we getrakteerd op enkele sferische ballads. Fans van het eerste uur kunnen ‘Music volume 2’ blindelings aanschaffen. Dit is gewoon on-Nederlands goed en nu al een kandidaat voor mijn jaarlijstje – en het jaar is pas net begonnen. Of ze het live kunnen waarmaken, zal de tijd moeten leren. Al met al: dit album verdient het om door een groot publiek omarmd te worden. Gaat dat zien en horen! 

* En nee, The Walking Bricks bestaan niet.

Admin Vrijdag 27 April 2012 at 10:52 am | | overpeinzing | Twee reacties
Gebruikte Tags: , ,

Niveau

'Rock-'n-roll achter de dijken - 40 jaar popmuziek in Oor, Popfoto, Hitweek, Aloha, Muziek Express', zo las ik in vrolijk rood-wit-blauw gekleurde letters op de cover van de HP/De Tijd. Hee, da's interessant, dacht ik.

Maar helaas, zoals wel vaker het geval is bij tijdschriften en wervende coverkreten, valt het uiteindelijke artikel nogal tegen. Het stuk van Roelof Bouwman is in feite een lang uitgevallen en persoonlijk ingekleurde bespreking van het binnenkort te verschijnen boek van Barend Toet over de geschiedenis van muziektijdschrift Oor, aangevuld met zeven portretten van Nederlandse muziektijdschriften uit het verleden, gevolgd door een interview met popjournalist Peter Bruyn, dat er een beetje als los zand aan vast was geplakt.
 
Weliswaar best leuk om te lezen, maar wel wat karig. Vooral ook omdat Bouwman simpelweg de mening van Barend Toet herhaalt en beaamt (namelijk: popjournalistiek wordt in Nederland niet serieus genomen en Oor heeft nooit het niveau gehaald van de illustere Amerikaanse en Engelse voorbeelden Rolling Stone en NME). Dus tja. Als je het mij vraagt, overdrijft Bouwman behoorlijk: zo belabberd is het niveau van de popjournalistiek namelijk nu ook weer niet in Nederland.

Waarschijnlijk is Bouwman in de war met het niveau van de muziekbladen, want dat is inderdaad om te huilen. De meeste bladen (een enkele uitzondering natuurlijk daargelaten) lopen aan de leiband van de platenmaatschappijen en rukken massaal uit als artiest X neerstrijkt in hotellobby Y om de release van album Z te promoten en trakteren de lezer op inspiratieloze en voorspelbare verhalen, die nauwelijks van elkaar verschillen. Het lijkt wel alsof iedereen zijn best doet om maar zo min mogelijk mensen voor het hoofd te stoten: alles is goed, vernieuwend of anderszins de moeite van het beluisteren waard.

Deze tja… 'egalisering' heeft volgens mij te maken met de toenemende depolitisering van muziek. Was popmuziek in een niet al te grijs verleden nog subversief, grensverleggend of anderszins relevant, tegenwoordig lijkt het wel alsof de nieuwe generatie artiesten zich niet durft uit te spreken over belangrijke of wezenlijke onderwerpen (of niets te melden heeft – dat kan ook natuurlijk). Daar komt nog eens bij dat Nederland geen echte muziekcultuur kent, maar dat is voer voor een heel andere discussie.

Aan de andere kant: ik ben nu wel nieuwsgierig geworden naar Toets 'Keihard & swingend - de jongensjaren van muziekkrant Oor'; vanaf 29 maart ligt het in de winkel.

arnold Maandag 21 Maart 2011 at 5:16 pm | | overpeinzing | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Violet en de dood

Rockmuzikanten praten graag over spirituele ervaringen. Blowen op het strand van Marokko, lsd slikken op de Hoge Veluwe of peyote knagen in Mexico. Paarse wolken, witte zonnen, de maan is een wolf, een knuffelspin eet custardpie.

Rockers schrijven niet graag liedjes over bevallingen. En dat is vreemd. Als je het hebt over ‘rollercoasters’ die van ‘good’ naar ‘bad’ heen en weer terug slingeren en waar je hopelijk niet ‘in’ blijft, dan mag de geboorte van een kind niet ontbreken. Een geheim verbond, geschreeuw, gekrijs, een donker achterkamertje, handdoeken en vuilniszakken om de sporen uit te wissen en dan breekt de zon door, een nieuw leven.

Of de zon breekt nooit meer door. Dat gebeurt ook. Als bevallen niet iets natuurlijks was, zou het verboden worden. Er is weinig verschil in het wereldbeeld van een rocker die veertig jaar lsd geslikt heeft en een vroedvrouw. Die zijn allebei zo spiritueel als de Dalai Lama in vrije val.

Maar bevallingsblues hoor je niet vaak. (‘She’s having a baby, I want to cry.’) Misschien wel uit angst. Er hoeft maar één vroedvrouw op het idee te komen om ‘het-hoofdje-staat’-metal te gaan produceren, en al die ongeschoren bossen ui kunnen wel inpakken. Je kunt zestig Marshall-versterkers op elkaar zetten en je gitaar in de fik steken, maar de grunt van een vrouw met persweeën zal altijd meer indruk maken.

Lees meer »

arnold Maandag 07 Maart 2011 at 10:54 pm | | overpeinzing, gastbijdrage | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Express yourself

Bijna iedere vrouw heeft 'iets' met Madonna. Dat 'iets' speelt zich af in een parallelle vrouwelijke dimensie. Het heeft iets te maken met vrouwelijke emancipatie, girl power en waardig oud worden, Vrouwen tussen de vijfentwintig en vijftig kijken naar Madonna's videoclips als slangen, gehypnotiseerd door trance-trommels. En dat is niet vanwege de goede muziek of de dramatische kwaliteiten van de clip, maar om te zien hoe ze eruit ziet. Heeft ze wat laten doen? Haar neus! Zijn haar wangen rechtgetrokken? Waar zijn de rimpels op haar voorhoofd? Betrapt!

Het feit dat Madonna nu r&b-muziek zingt en dat het glashelder is dat ze 'iets heeft laten doen', roept bij veel vrouwen existentiële vragen op. Moet ik dat straks ook wat laten doen? Ben ik te oud? Moet ik ook platen van Timbaland gaan kopen? Deze vragen vertalen zich vaak in venijnige opmerkingen: ''Ik vind het een beetje ordinair worden. Hoe ze op haar 52ste over auto's ligt te rollen. Het is gewoon genant.''

Madonna kan wel wat flikken bij de meeste vrouwen, maar het wordt nu wel tijd dat ze volwassen wordt: bijvoorbeeld door een plaat te maken met akoestische gitaarliedjes die handelen over de vragen en twijfels van een vrouw van vijftig. Waardig ouder worden is niet je voorhoofd nog een keer botoxen en met r&b-producers de studio induiken. Waardig ouder worden is vrede sluiten met je vergankelijkheid en spirituele vragen stellen aan de kosmos. Of zoiets.

Het is opmerkelijk dat vrijwel iedereen, en zeker vrouwen, een belangrijk punt lijkt te missen als het om Madonna gaat. Ze opereert al 27 jaar op hoog niveau in de muziekindustrie. Ze heeft met de beste producers uit het vak gewerkt. En ze is door vele watertjes gezwommen. Ze zong jaren-veertig-muziek in 'Dick Tracy', musicalmuziek in 'Don't Cry For Me Argentina', en maakte natuurlijk disco, house en nu r&B. En dat ze daarvan leert, is duidelijk. Haar beste platen maakte ze na haar vijfenveertigste. Kom daar maar eens om in de geschiedenis van de popmuziek.

Lees meer »

arnold Donderdag 17 Februari 2011 at 12:29 am | | gastbijdrage, overpeinzing | Geen reacties

Luisteren

Hier stond eerst een fragment uit het geweldige 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raadpleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.nl of Bol.com.

Admin Vrijdag 07 Januari 2011 at 11:36 pm | | overpeinzing | Eén reactie

We Will Rock You

Jaren en jaren geleden heb ik mijn eerste en enige musical gezien: 'Saturday Night Fever' in het Beatrix Theater in Utrecht. Een bezoekje aan deze musical vond mijn toenmalige directeur uitstekend geschikt als bedrijfsuitje. Ik had liever een bezoek gebracht aan de achtste kring van de hel – of wacht, daar was ik al. Ik vond er namelijk niet zo heel veel aan. Zonder nu gelijk iedereen voor het hoofd te stoten die wél met veel plezier naar het theater afreist: ik vind het een saaie vorm van vermaak, waarvan alle scherpe randjes zorgvuldig zijn afgeslepen.

Vooral de muziekmusicals vind ik vreselijk. Sinds het enorme succes van de Abba-musical 'Mamma Mia!' (1999) is het hek van de dam en wordt het ene na het andere muzikale vehikel gelanceerd. ‘Mamma Mia!’ is een zogeheten jukeboxmusical, een genre dat is ontstaan in de jaren zeventig. Een dergelijke musical is gebaseerd op hits van een bepaalde artiest of groep. Maar: het verhaal hoeft niets te maken te hebben met de artiest in kwestie. En dan krijg je dus nietszeggende plots voorgeschoteld over slaapverwekkende amoureuze verwikkelingen ('Mama Mia!') of twee opgroeiende pubers in de jaren tachtig ('Doe Maar!').

Ook de Queen-leden Brian May en Roger Taylor (bassist John Deacon is eigenlijk sinds het overlijden van Freddie Mercury met 'pensioen') zijn kennelijk gezwicht voor het grote geld. In de door Ben Elton geschreven rockmuscial 'We Will Rock You' passeren alle grote Queen-hits de revue, aan elkaar gesmeed door een ehh… tja, nogal opmerkelijk verhaal.

De musical speelt zich namelijk af in het jaar 2040, in een wereld die wordt beheerst door amusementsmultinational Globalsoft Corporation. Aan het hoofd staat de Killer Queen, die er streng op toeziet dat niemand muziek maakt, zingt of vergeten rockklassiekers onder het stof vandaan haalt. Een groep rebellen, de Bohemians, heeft rond de laatst overgebleven rockrelikwieën een vreemdsoortige religie ontwikkeld. Zij geloven dat er een messias en verlosser zal opstaan (Galileo Figaro genaamd), die in de ruïnes van het Wembley Stadium de verdwenen gitaar van Brian May op het spoor zal komen, en vervolgens eigenhandig de rockmuziek nieuw leven inblaast.

Tja.

Volgens Elton is 'We Will Rock You' te beschouwen als een aanklacht tegen de muziekindustrie, het kunstmatige produceren van muziekacts, en de globalisering en digitalisering van de entertainmentindustrie. In een interview met journalist Wilfred Takken vertelt hij: ''Ik zie inderdaad een ontwikkeling waarin de muziek steeds meer gelijkgeschakeld wordt. ‘Idols’ vind ik een goed voorbeeld: al die kinderen die onbevangen als zichzelf binnenkomen, en binnen twee afleveringen in een mal zijn geperst. Zo worden kunstmatige sterren gefabriceerd.'' (Bron: NRC Handelsblad, zaterdag 4 september).

Lees meer »

arnold Dinsdag 14 September 2010 at 9:49 pm | | overpeinzing | Acht reacties
Gebruikte Tags: ,

Kus van een engel

Hier stond eerst een fragment uit het geweldige 'Zeepaardje met een hoed op' van Bas Albers en Gerard Janssen, oftewel de Easy Aloha's. Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2006. Niet meer verkrijgbaar - dus raadpleeg bijvoorbeeld Boekwinkeltjes.nl of Bol.com.

Admin Donderdag 09 September 2010 at 12:09 am | | overpeinzing, gastbijdrage | Geen reacties

8-track Ilse

Dat Ilse DeLange deze week haar nieuwe album ‘Next to me’ uitbracht, is niet zo heel spannend om te melden. Dat de cd al bij de presentatie goed was voor platina (voor de verkoop van 50.000 exemplaren) is leuk, maar ook niet zo nieuwswaardig. Dat het een aardig, niet al te schokkend album is geworden waarop Ilse teruggrijpt naar de sound ten tijde van haar debuut - ook niet zo verrassend. Wél interessant is dat de zangeres een bewuste vormkeuze heeft gemaakt: 'Next to me' bevat acht liedjes en duurt een half uur.

Ilse DeLange in Mediazine: ''Ik wil heel graag het proces doorbreken dat je een album maakt waarmee je dan twee jaar onderweg bent. Pas na anderhalf of twee jaar ga je het traject van een volgende plaat in. En ik wil liever dat optreden, liedjes schrijven en een plaat maken elkaar frequenter afwisselen. Dat is een beetje het idee erachter. Ik denk dat het goed is.''

Een geinig initiatief, als je het mij vraagt. En als je zo doelbewust een album uitbrengt met slechts acht nummers, lijkt het me logisch dat je de prijs navenant aanpast. En dat is dan ook gebeurd: 'Next to me' kost 12,99 euro. Een 'normale' prijs is 19,99 euro - hoewel, op cd-prijzen valt eigenlijk geen peil te trekken.

Natuurlijk, je moet een gegeven half uurtje niet in de bek kijken, maar tja… 13 euro is niet extreem prijzig, maar ook weer niet ontzettend goedkoop. Vooral ook omdat 'Next to me' wordt behandeld als een 'gewone' cd, en iets oudere Ilse DeLange-albums voor 9,99 euro (en goedkoper) in de schappen staan. De cd-verkopen staan nog altijd onder druk (beter gezegd: verkeren nog altijd in een duikvlucht naar beneden) en ik vraag me serieus af: waarom niet (ver) onder de tien euro gedoken?

'Next to me' mag dan wel bij voorbaat platina zijn, dit geeft alleen maar aan dat Ilse een ster is, van wie veel wordt verwacht. Als ze inderdaad meer en sneller cd's wil uitbrengen - minstens twee 8-track-cd's per jaar, zo vermoed ik - is het eigenlijk de fan die daarvoor extra in de buidel moet tasten. Maar goed, het is wel een slimme marketingtruc - of ben ik nu te cynisch?

Admin Zaterdag 04 September 2010 at 01:00 am | | overpeinzing | Drie reacties

Rieu-mania

Een paar weken geleden las ik een wat ouder nummer van het Amerikaanse muziekvakblad Billboard, toen ik tot mijn grote verbazing én bewondering op een 21 pagina’s tellende André Rieu-special stuitte. De Limburgse violist werd pagina na pagina enthousiast bewierookt, waarbij de schetterende loftrompetten niet van de lucht waren en tal van kleurrijke advertenties zijn eer bezongen.

Nu heb ik met zijn muziek niet zo heel veel, maar ik heb wél ontzettende bewondering voor de manier waarop Rieu zich de afgelopen jaren onvermoeibaar op de kaart heeft gezet, waarbij hij bovendien alles strak in de hand en in eigen beheer houdt  - met als voorlopig hoogtepunt de gigantische replica van het Weense slot Schönbrunn, waarmee hij over de wereld toert en moeiteloos gigantische stadions in Amerika en Australië uitverkoopt.

En ook in Nederland is de status van André Rieu zo groot dat hij eisen kan stellen, die eigenlijk nogal buitensporig zijn. Zo gaf Rieu twee weken geleden een aantal concerten aan het Vrijthof in Maastricht. En als André een concert geeft, neemt hij geen halve maatregelen: het hele Vrijthof werd afgesloten en alle terrasjes, cafeetjes en zelfs de McDonalds waren niet toegankelijk als je geen kaartje had. Enkele uren voordat het concert zou beginnen, nam Rieu alvast de aankondigingen in het Duits en Engels op - die zouden er laten tussen worden gemonteerd voor de (bijzonder professionele) concertregistraties bestemd voor Duitsland en de bioscoopvertoningen in Australië. Respect!

Ook popjournalist Leon Verdonschot kijkt vol bewondering toe hoe de Limburger de wereld verovert. In een column (annex brief aan André Rieu) voor Nieuwe Revu schrijft hij: ''Ik stond ooit in een cd-zaak in Milwaukee en daar had u uw eigen vakje. Dan ben je er wel. Ik keek toen naar al die hoesjes van u, en dacht: allemaal zelf gedaan, zelf verdiend, onder uw eigen rare voorwaarden. Eigenlijk is dat de essentie van punk. En bent u dus wat Nigel Kennedy had willen zijn: de grootste punker ter wereld, met een viool.''

En zo is het maar net.

arnold Maandag 26 Juli 2010 at 11:06 pm | | overpeinzing | Twee reacties