Lords of Salem

Mijn verwachtingen waren hooggespannen, maar helaas. ‘Lords of Salem’ (2012) van Rob Zombie is geen al te goede film. Jammer, want zijn eerdere films als ‘House of 1000 Corpses’ (2003) en ‘The Devil’s Rejects’ (2005) waren steengoed. ‘Lords of Salem’ is echter een raar occult allegaartje over middeleeuwse heksenvervolgingen in het Amerikaanse plaatsje Salem en radio-dj Heidi (een rol van Zombie’s vrouw Sheri Moon Zombie) die via een obscure lp wordt bezeten door satan. Het ziet er allemaal sfeervol en bij vlagen ronduit bizar uit, maar daar heb je weinig aan als het verhaal rammelt en het hoofdpersonage niet geheel weet te overtuigen.

De muziek in de film is echter schitterend. Nu ja, schitterend is misschien niet het juiste woord. ‘Toepasselijk’ is beter. Geen wonder, Zombie is geen onverdienstelijk muzikant en weet perfect wat wel en wat niet werkt – hoewel hij zelf geen bijdrage heeft geleverd aan de soundtrack. In ‘Lords of Salem’ komen nummers voorbij van Rush (‘The Spirit of the Radio’), The Velvet Underground & Nico (het nog altijd prachtige ‘Venus in Furs’) en Manfred Mann's Earth Band (‘Blinded By the Light’), die worden afgewisseld met sfeervolle filmmuziek en effecten van John 5 (bekend als gitarist van Marilyn Manson en Rob Zombie) en de Amerikaanse componist Griffin Boice.

Dat ‘Lords of Salem’ niet lachwekkend of kitscherig is geworden, heeft alles te maken met het 'satanische' deuntje dat ervoor zorgt dat hoofdpersoon Heidi compleet doordraait. Dit is namelijk geen cheesy gedreutel, maar een oprecht naargeestige track dat zich als een roestige spijker in je onderbewuste boort en zowel weet te intrigeren als te irriteren. En dat komt hoogstwaarschijnlijk omdat John 5 en Boice niet zomaar wat depressieve klanken op een hoopje hebben gegooid.

‘The Lords Theme’ is opgebouwd rond de tritonus, een dissonant interval bestaande uit drie hele toonafstanden. In de middeleeuwen werd deze interval met de duivel geassocieerd en muziek met dit schemaatje omschreven als ‘diabolus in musica’. Het loopje wordt door moderne componisten vaak gebruikt om een lekker dreigend sfeertje neer te zetten; Leonard Bernstein gebruikte het in ‘West Side Story’ en ook in Benjamin Brittens ‘War Requiem’ is het veelvuldig te horen.

Jammer is alleen dat ‘The Lords Theme’ slechts 49 seconden duurt – het smaakt naar meer, op een perverse manier. Hieronder een YouTube-clipje met een variant die is opgerekt tot twee minuten. En in dit zipje enkele varianten, aangevuld met ‘The Curse of Margaret Morgan’, dat met zijn fijn kloppende, pulserende synths in de hele film wordt gebruikt als voorbode van naderend onheil.

Araglin Woensdag 16 April 2014 at 10:37 pm | | weird, film, elektronisch | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,

New Dutch Organ Group

Eind jaren zeventig mag dan de muziekgeschiedenis zijn ingegaan als het tijdperk van de punk en de wave (althans, volgens muziekjournalisten), in de hitlijsten en op de radio was daar weinig van te merken. Daar was het namelijk disco wat de klok sloeg. ‘Saturday Night Fever’ (1977) had de wereld klaar gestoomd voor disco en daarna was er geen houden meer aan. Iedereen probeerde een graantje mee te pikken van de discorage en dat resulteerde onder meer in disco-eenden, een disco-koekiemonster en… discodraaiorgels. Je moet er maar opkomen.

De New Dutch Organ Group was een project van de twee Amsterdammers Jerry Putter en Frank Riesenbeck, die in december 1978 de aanstekelijke single ‘Holland Disco’ uitbrachten. Tot ieders verrassing werd het orgeldisco-nummer een grote hit en in allerijl werd er een compleet album in elkaar georgeld: ‘Street Organ Goes Disco’ (GIP, 1979). En hoewel de singles nog best aardig zijn, een hele lp met orgelklanken en meezingrefreintjes is wat te veel van het goede - en daar kunnen ludieke songtitels als ‘Flying Dutchman’, ‘Disco Walz’, ‘Pete Heyn And The Fleet’ en ‘Thumb In The Dike’ weinig aan veranderen.

Kortom: met mate tot je nemen (check vooral ‘Holland Disco’ en ‘Summer Disco’) en geniet vooral van de bijzonder hoge novelty-factor… Nieuwsgierig geworden? Download een viny-rip van 320 kbps (81 MB).

Overigens, ik heb er zelf weinig verstand van, maar kenners zullen ongetwijfeld opveren bij de lijst van gebruikte orgels: de Carillon, Oranjestad, Drie Pruiken, Flamingo, Grote Decap, Fair Organ (Vanderbeken) en Het Perleetje. Al deze orgels waren in het bezit van de Amsterdamse orgelfamilie Perlee en wie goed oplet, ziet in de heerlijk lullige Toppop-clip hieronder Cor Perlee himself aan het orgelwiel draaien.

Araglin Zaterdag 29 Maart 2014 at 10:52 pm | | weird | Twee reacties
Gebruikte Tags: ,

Anton Heyboer

Anton Heyboer (1924-2005) mag dan bekendstaan als een excentrieke kunstenaar die samen met zijn vijf vrouwen lekker aanrommelde in zijn zelfgebouwde huis in Den Ilp, hij was ook actief als muzikant. Zonder veel succes, want Heyboer kon helemaal niet zingen, laat staan een instrument bespelen. Dat weerhield hem er niet van om in 1972 in een vlaag van muzikale verstandsverbijstering de lokale muziekwinkel binnen te stappen en weer naar buiten te komen met vijf harmoniums, een vleugel en een taperecorder. Hij zette alles in een schuurtje en sloeg aan het pingelen op de harmoniums (waarbij hij alleen de zwarte toetsen gebruikte) en declameerde er diepzinnige teksten bij. In totaal nam hij zo’n 150 uur aan ‘muziek’ op, om vervolgens alle instrumenten in het meertje achter zijn huis te donderen en de tape te bewaren.

Schrijver, acteur en regisseur Dimitri Frenkel Frank (1928-1988) hoorde van het bestaan van deze tape en kreeg platenmaatschappij EMI Bovema zover om in 1976 de lp ‘She And She As One’ uit te brengen met liedjes van Heyboer. De lp werd met veel bombarie in het Amsterdamse Hilton Hotel gelanceerd, maar verkocht voor geen meter. Geen wonder, het klonk helemaal nergens naar, hoewel Heyboer het wel allemaal heel serieus bedoelde. Toen er na jaren nog steeds hele stapels van de lp in het EMI-magazijn stof lagen te vergaren, werden ze zonder pardon vernietigd. Wie nu nog een exemplaar van ‘She And She As One’ heeft liggen, is dan ook in het bezit van een waar collector’s item...

Begin jaren negentig kreeg de bijna 70-jarige Heyboer opnieuw een muzikale oprisping. Hij kocht voor zichzelf en zijn vrouwen piano’s, violen, trompetten, een mondharmonica en een gitaar en sloeg vrolijk aan het jammen en zingen, wederom niet gehinderd door ook maar enige vorm van muzikaliteit. Hij galmt er lekker op los in onverstaanbaar Engels en zingt over onder meer vrouwen en het leven. Na de dood van Heyboer brachten zijn weduwen deze opnames in 1997 in eigen beheer uit op drie cd’s: ‘Born in the Jungle’, ‘Be Born in the Spirit’ en ‘I can’t be Human’.

En daar leek het bij te blijven – ware het niet dat Graham Lambkin van het kleine Amerikaanse label Kye Records geïntrigeerd raakte door de muziek van Heyboer (en diens achterliggende levensfilosofie) en in samenspraak met de weduwen Heyboer vorig jaar de dubbel-lp ‘Rules of the Universe’ samenstelde, met daarop ‘hoogtepunten’ van de eerder genoemde cd’s. Bijzonder is een understatement…

Araglin Maandag 03 Maart 2014 at 10:58 pm | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Butt Song From Hell

Schilder Hiëronymus Bosch (circa 1450-1516) is de geschiedenis ingegaan als ‘den duvelmakere’, een schepper van duivels. De meeste van zijn schilderijen hebben een religieus onderwerp en Bosch schepte er ogenschijnlijk een bijna duivels genoegen in om vooral de inwoners van de hel en de vele verlokking waaraan de mensheid bloot wordt gesteld zo expliciet mogelijk in beeld te brengen. Met als gevolg dat de meeste mensen eigenlijk niet zo veel chocolade van zijn werk konden en kunnen maken. Koopman en geschiedkundige Lodovico Guicciardini omschreef de schilderijen van Bosch aan het begin van de 16e eeuw als een verzameling ‘vreemde drollen ende seltsame grillen’ (‘drollen’ is Middelnederlands voor ‘grappen’).

In de 20ste eeuw dachten sommige wetenschappers dat hij krankzinnig was of in ieder geval het grootste gedeelte van de tijd stoned. Later werd dit beeld wat bijgesteld, maar feit is dat Bosch enkele zeer vreemde schilderijen heeft gemaakt. Hoogtepunt is het drieluik ‘De tuin der lusten’, dat hij schilderde tussen 1480 en 1490. (Klik hier voor een supergrote afbeelding, waarop je alles goed kunt bestuderen.) Op het linkerschilderij is het paradijs te zien, waarbij God, Adam en Eva worden omgeven door tal van eigenaardige beesten. Het middelste schilderij bevat een bonte stoet van fabelwezens, rare planten en naakte mensen. Waarschijnlijk heeft het te maken met lust, seks en dierlijke driften; wellicht wilde Bosch laten zien dat het niet zo verstandig was om de bevelen van God in de wind te slaan (Eva werd immers door een slang aangespoord om van de ‘verboden vrucht’ te eten). Op het rechterschilderij is de hel afgebeeld, waarin verdoemden de verschrikkelijkste straffen ondergaan. Witte monsters, heksen, draakachtige honden, muziekinstrumenten die als martelwerktuigen dienen – het kan niet op.

Het was mij nooit opgevallen, maar als je goed kijkt zie je op de kont van een van de zondaren (links op het rechterschilderij, iets onder het midden) een partituur. Op Tumblr maakte ene Amalia Hamrick haar vondst bekend: “[We] discovered, much to our amusement, a 600-years-old butt song from Hell.” Ik ben muzikaal niet zo onderlegd, maar gelukkig is Amalia dat wel: “I decided to transcribe it into modern notation, assuming the second line of the staff is C, as is common for chants of this era ... The last few measures are kind of obscured but I tried my best.” Het resultaat is een vrij lullig midi-deuntje (hier te downloaden, hier de bladmuziek).

Ene Well Manicured Man raakte enthousiast, schreef er een flauwekultekst bij (‘butt song from hell / this is the butt song from hell / we sing from our asses while burning in purgatory’) en knutselde een alleraardigst koorwerkje in elkaar (‘The Butt Song From Hell’), dat behoorlijk authentiek overkomt. Geweldig! (Grappig genoeg is er ook al een rockversie opgedoken.)

Overigens staan de muziekinstrumenten in ‘De tuin der lusten’ symbool voor lust en genot (en niet op een positieve manier) en was de reputatie van rondreizende minstrelen nu niet echt heel goed te noemen – vandaar ook dat ze er op het schilderij behoorlijk van langs krijgen...

Araglin Zaterdag 22 Februari 2014 at 6:34 pm | | weird, klassiek | Geen reacties
Gebruikte Tags: , ,

Urban Narratives

Terwijl Sanne Vogel in de grote zaal van Theater Kikker afgelopen zaterdag een 'poëtische monoloog over de schoonheid van verdriet' hield (aldus haar website), stond in de kleine zaal een heel ander soort schoonheid centraal: de esthetiek van de stad. Oftewel: Urban Narratives, georganiseerd door het Utrechtse initiatief PAUME (Platform voor Avantgarde en Urbane Media Exploratie).

In 1981 schreef de lsd-goeroe dr. Timothy Leary over de vervreemdende kunst van de Zwitser H.R. Giger: ''Het tijdperk van de steden is voorbij. Natuurlijk wil een vrij, intelligent mens zijn leven niet slijten als een stiekem schimmig knaagdier in een holenachtige metropool. Ieder stadsmens is een embryonale larfachtige, die erop wacht om in een hoog vliegend schitterend wezen te veranderen. Of je het nu leuk vindt of niet, we zijn allemaal insektoïde vreemden, verborgen in onze 'urbanoïde' lichamen. […] Stadsmensen, opgepast! Het wordt tijd je te ontwikkelen!''

Ik moest aan dit citaat denken terwijl ik in het schemerduister van Theater Kikker de ijlduistere soundscapes van Monotonos onderging, gevolgd door de experimentele stadsklanken en videokunst van Machinist en de machinale, maniakaal intense muziek van Franz Fjödor.

Lees meer »

arnold Vrijdag 17 December 2010 at 3:49 pm | | concerten, weird | Geen reacties

Za Frûmi

Muziek bezit de kracht om sloten te forceren en werelden te openen. Want waarom naar zielige liefdesliedjes luisteren van een of andere kwelende zanger die allang weer een ander schatje achter de coulissen heeft klaarstaan? Waarom jezelf wentelen in het alledaagse als je ook op verkenning kunt gaan in een andere dimensie, waar talloze werelden wachten om ontgonnen te worden?

Neem nu Simon Kölle en Simon Heath. Onder de noemer Za Frûmi hebben de twee Zweden zeven albums uitgebracht, die door hun kleine onafhankelijke Zweedse label Waerloga Records worden omschreven als 'melodic mood music from a dark fantasy setting'. Fantasymuziek dus, hoewel deze benaming Za Frûmi wel wat te kort doet. Kölle en Heath pakken het namelijk grondig aan en hebben een geheel eigen wereld gecreëerd, waarbij ze zich hebben laten inspireren door de Lord of the Rings-trilogie van J.R.R. Tolkien en dan met name door diens verhalen over de Uruk-Hai, een door de snode tovenaar Saruman gefokt orkenras.

'Za shum ushatar Uglakh' (uit 2000) was de eerste kennismaking met de wondere wereld van Za Frûmi: een conceptalbum over de avonturen van een groep orken, geleid door de legendarische Uglakh, en hun strijd tegen de machtige vampier Ismael. En alsof dat nog niet intrigerend genoeg is, bevat het album tal van dialogen in het orks. Wat op het eerste gehoor overkomt als een rare verzameling keelklanken, is namelijk een heuse taal (de zogenoemde Zwarte Spraak, om precies te zijn). In het cd-boekje tref je keurig een vertaling aan.

'Za shum ushatar Uglakh' is dankzij de tot de verbeelding sprekende geluidseffecten, het onheilspellende tromgeroffel, de dramatische finale en bovenal het intrigerende concept een geweldig en uniek album. Dat de synthesizers redelijk goedkoop klinken en de melodielijnen nogal simpel zijn - ach, je kunt nu eenmaal niet alles hebben. Love it or hate it.

Lees meer »

arnold Woensdag 07 Juli 2010 at 11:44 pm | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Babymuziek

Universitair hoofddocent muziekcognitie Henkjan Honing beschrijft in zijn boek 'Iedereen is muzikaal' (Nieuw Amsterdam, 2009)  hoe wetenschappers het maatgevoel van baby’s onderzoeken. De zuigelingen krijgen een pulserend ritme te horen, waarin op het muzikaal belangrijkste moment een rust is ingebouwd. Honing noemt dit een 'luide rust'. Het blijkt dat de babyhersens op dezelfde manier reageren als de hersenen van volwassenen, aan wie gevraagd was om bij de luide rust op een knop te drukken. De conclusie is dus volgens Honing logischerwijs dat maatgevoel een aangeboren vaardigheid is.

Als dat inderdaad zo is, bedacht ik me tijdens het lezen, is het eigenlijk een kleine stap naar het daadwerkelijk muzikaal opvoeden van baby's. Je kunt immers niet vroeg genoeg beginnen, nietwaar? Aan de andere kant: om kleine kinderen nu gelijk bloot te stellen aan bijvoorbeeld AC/DC of Captain Beefheart, tja, da's ook weer zo wat. Maar ja, peinsde ik verder, je wilt toch ook niet de hele dag van die zoetsappige kinderliedjes opzetten, waar je dan - of je het nu wilt of niet - naar gaat zitten luisteren.

Nu heb ik geen kinderen, laat staan een kirrende baby, maar mocht het misschien ooit nog zover komen, dan roep ik heel misschien de hulp in van de Argentijn Mariano Yanani. Hij is namelijk vol overgave in een tja… opmerkelijke muzikale lacune gesprongen: rockmuziek in een babyjasje. Oftewel: bekende hits van grote namen als Queen, U2, Coldplay en de Rolling Stones in een rustieke klingelklangel-uitvoering, waarvan de baby moeiteloos in slaap valt - over sublimale boodschappen gesproken…

Informatie over Yanani is nogal schaars (ik kon in ieder geval nauwelijks iets vinden), maar wie goed zoekt, schijnt zijn 'Babies go… [vul de naam van de artiest in]'-serie te kunnen aanschaffen in tal van goed gesorteerde babywinkels. Het klinkt allemaal bijzonder fascinerend en op een bizarre, unheimische speeldoosmanier toch bekend. Luister zelf: Babies go… Queen' en 'Babies go… Rolling Stones' (192 kbps en 160 kbps, bij elkaar in een zipje van 110 MB - en voor de liefhebbers een WeTransfer-link).

Ook leuk materiaal voor een muziekquiz, trouwens.

Admin Maandag 19 April 2010 at 11:45 pm | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , ,

Olifantenorkest (reprise)

Wat zou er gebeuren als je een olifant een piano voor zijn snufferd zette? Waarschijnlijk weinig. Maar wat nu als je een speciale olifantenpiano zou ontwikkelen? En gelijk ook maar een olifantentheremin, -xylofoons en joekels van gongs? Het klinkt als het begin van een surrealistische mop, maar toch is dit precies wat Richard Lair heeft gedaan. Hij is de medeoprichter van het Thai Elephant Conservation Center in Lampang en bij toeval ontdekte hij dat olifanten dol zijn op het maken van muziek. Samen met componist Dave Soldier nam hij zes olifanten onder zijn hoede die een bijzonder muzikaal talent vertoonden.

Het is gelukkig niet zo dat de dieren liedjes moesten naspelen of uit het hoofd leren. De olifanten kregen de vrije eh... poot en het resultaat is verbazingwekkend. De olifant-improvisaties klinken behoorlijk avant-gardistisch en experimenteel. Een melodie is niet te bekennen en het is soms net alsof de olifanten maar een beetje lukraak aan het rammen zijn, maar je hoort toch duidelijk een soort samenspel. En belangrijker nog: de olifanten hebben er lol in.

In 2001 bracht Lair het eerste album uit van en met zijn Thai Elephant Orchestra. De cd was gevuld pure olifantenmuziek, aangevuld met een handvol nummers waarop ook Dave Soldier en enkele Thaise muzikanten zijn te horen. Drie jaar later zag 'Elephonic Rhapsodies' het licht. Dit album is wat minder experimenteel en bevat zelfs olifanten-interpreaties van Beethoven (zesde symfonie 'Pastorale') en Hank Williams ('Kaw-liga').

Momenteel bestaat het Thai Elephant Orchestra uit twaalf muzikanten met een slurf, die elke week een concert geven en tegelijkertijd geld inzamelen voor het olifantenpark. Luister naar het eerste Thai Elephant Orchestra-album (192 kbps, 88 MB) en bekijk een intrigerend YouTube-filmpje om te zien hoe een en ander nu precies in zijn werk gaat.

arnold Donderdag 11 Maart 2010 at 11:20 pm | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags:

Metal Machine Music

Lou Reeds 'Metal Machine Music' (1975) is geen album dat je opzet als je gezellig hutspot zit te eten met je vriendin. Sterker nog: ik kan eigenlijk nauwelijks een gelegenheid indenken waarbij deze lp volledig tot zijn recht komt - of je moet een geflipte seriemoordenaar zijn, op zoek naar een onderhoudend achtergrondmuziekje tijdens het uitbenen.

Het is nog altijd een groot raadsel wat Lou Reed precies voor ogen stond toen hij de dubbel-lp uitbracht: 64 minuten gevuld met... tja, herrie. De vier nummers (Metal Machine Music, deel 1 tot en met 4) bestaan uit overstuurde gitaarfeedback, zonder ook maar enige ontwikkeling of melodie. Het gepiep en geknars is weliswaar door Reed nog enigszins bewerkt, maar ligt nog altijd als een bonk rauw vlees op de maag. In de begeleidende tekst beweert Reed  de heavy metal te hebben uitgevonden en beschouwt hij 'Metal Machine Music' als het onvermijdelijke eindpunt van dat genre. ''This record is not for parties, dancing, background or romance'', zo waarschuw hij nog, mocht je denken dat het allemaal wel zal meevallen.

Het ligt voor de hand om het album te beschouwen als een grote grap, maar Reed zelf is bloedserieus – voor zover je dat kunt nagaan. In een interview met muziekjournalist Lester Bangs zegt hij inspiratie te hebben opgedaan bij klassieke symfonieën, waaronder Beethovens 'Eroica'. Sterker nog: sommige 'melodielijnen' (ahum) zouden zijn ontleend aan Beethoven en Reed heeft er naar eigen zeggen (tevergeefs) voor geijverd om 'Metal Machine Music' uit te brengen op Red Seal, het klassieke label van zijn platenmaatschappij RCA.

Bangs is een van de weinige recensenten die redelijk positief is over het album. In zijn essay 'How to Succeed in Torture Without Really Trying' (1987) schrijft hij: "as classical music it adds nothing to a genre that may well be depleted. As rock 'n' roll it's interesting garage electronic rock 'n' roll. As a statement it's great, as a giant FUCK YOU it shows integrity—a sick, twisted, dunced-out, malevolent, perverted, psychopathic integrity, but integrity nevertheless."  Anderen beschouwen 'Metal Machine Music' dan weer als een gewiekste zet van Reed om van zijn platencontract af te komen – iets dat hij overigens altijd heeft ontkend – of als een fiasco van ongekende proporties. Zo riep het Engelse muziekblad Q de lp in 2005 uit tot het op drie na slechtste album aller tijden.

Brian Eno verwoordde het bijzonder fraai en signaleerde opmerkelijk genoeg raakvlakken met de muziek waar hij destijds mee bezig was. In 1995 schreef hij in zijn dagboek: "Reed's Metal machine music was released the same week - twenty years ago - as Discreet Music. Discreet Music was soft, calm, melodic and reassuringly repetitive, without a single sound other than tape hiss about 1500 Hz, whereas MMM is as abrasive and unmelodic as possible, with almost nothing below - and yet they occupy two ends of what was at the time a pretty new axis — music as immersion, as sonic experience in which you float. The roots of Ambient."

'Metal Machine Music' is de geschiedenis ingegaan als een van de eerste noise- en industrial-albums en heeft, hoe je het ook wendt of keert, grote invloed gehad op tal van (al dan niet experimentele) lawaaimakers als bijvoorbeeld Sunn O))), Merzbow en misschien ook wel Nine Inch Nails. En door (of beter gezegd: dankzij) alle ophef, zijn er alleen in Amerika een slordige 100.000 exemplaren van verkocht. Luister zelf: 'Metal Machine Music' (320 kbps, 140 MB - of via WeTransfer)

arnold Zaterdag 06 Februari 2010 at 12:20 am | | weird | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,

Jingle Bell met Araglin.nl (4)

Het gaat niet zozeer om Kerstmis, als wel om de weg naar Kerstmis – om maar eens een nieuw spreekwoord te introduceren. En daarom op Araglin.nl deze maand de leukste kerstalbums - ik ben namelijk al weken in de stemming! Veel mensen haten het en zeggen: ‘Weg met easy listening in de supermarkt en kerstmuziek in de binnenstad. Bah! Daar doe je ons geen plezier mee!’ En even later, op de fiets met de muts over de oren getrokken, de cadeautjes in de tas, fluiten ze opgewekt ‘White Christmas’ in de Bing Crosby-uitvoering. Ik bedoel maar...

Voor wie dacht alles al een keer gehoord te hebben, heeft Araglin.nl-lezer Marcel een ronduit briljant kerstalbum in de aanbieding: ‘A Toolbox Christmas’ van houtbewerker én klassiek geschoold muzikant Woody Phillips. Op het album staan dertien bekende kerstliedjes (waaronder Jingle Bells, Joy to the World, The Twelve Days of Christmas, Deck the Halls en Auld Lang Syne), die nu eens niet worden uitgevoerd door een mierzoet kinderkoor of een keurige zangeres in een jurk. Phillips heeft zijn schuurtje geplunderd en is de studio ingedoken met onder andere een schuurmachine, een ketting- en handzaag, allerhande moersleutels, een slijptol, een knijptang en drie hamers. En om het allemaal nog gezelliger te maken, krijgt dit gereedschap zo af en toe gezelschap van een cello, mandoline, hobo en een dulcimer.

Woody Phillips studeerde aan het conservatorium in San Francisco, zijn proefschrift draagt de welluidende titel ‘The Contemporary Composer: 120-Grit Sandpaper and its Effects on Margarita Making in Central California at the Dawn of the Third Millennium’ en bovendien werkt hij als professioneel cellist voor diverse orkesten. Zijn andere grote hobby is houtbewerking en op ‘A Toolbox Christmas’ combineert hij moeiteloos zijn grote liefdes. Of, om het iets beter te verwoorden: slaat hij de spijker op zijn kop.

Het klinkt reuzelollig, op het hysterische af, maar bovenal blijf je achter met een onvervalst wow!-gevoel. In het cd-boekje valt te lezen: “Tchaikovsky’s beloved ‘Dance of the Sugar Plum Fairy’ may never sound the same to you again once you’ve experienced Phillips’s ensemble of antique hand drill, mandolin, anvil, T-square, level, and pipes.” En zo is het maar net. Het perfecte kerstalbum voor de échte klusser. Luister zelf: ‘A Toolbox Christmas’ (320 kbps, 82 MB – en voor de liefhebbers een MediaFire-link).

En voor wie behoefte heeft aan meer: op opvolger ‘Toolbox Classics’ neemt Phillips werken van Bach, Strauss, Wagner en Mozart onder handen.

(Met grote dank aan Marcel - zonder hem was ik dit geniale album nooit op het spoor gekomen!)

arnold Donderdag 17 December 2009 at 5:20 pm | | weird | Geen reacties
Gebruikte Tags: ,