Nacht en ontij

In 1968 kon het allemaal niet op voor Boudewijn de Groot (1944). Hij had enkele grote knallers op zijn naam staan (waaronder 'Een meisje van zestien', 'Welterusten meneer de president' en 'Land van Maas en Waal'), zijn nieuwe album 'Picknick' bevatte de hit 'Meester Prikkebeen' (een duet met Elly Nieman) en langzamerhand groeide hij uit tot de stem van zijn generatie. Boudewijn zelf was echter niet zo tevreden met de richting die zijn carrière nam en zocht naar iets nieuws. Hij verbrak de samenwerking met vaste tekstschrijver Lennaert Nijgh en zijn begeleidingsgroep, gaf te kennen niet meer live te willen optreden, en dook de studio in met onder andere Cuby & The Blizzards-gitarist Eelco Gelling om het eens in het Engels te proberen. Het resultaat, de single 'In Your Life' onder de noemer Tower, was redelijk succesvol. Tegelijkertijd schreef hij samen met oud-studiegenoot Lucien Duzee teksten voor zijn nieuwe album 'Nacht en ontij' (1968).

Voor deze lp gooide hij het roer radicaal om. Oor's Pop Encyclopedie omschrijft het als 'een mystiek en pretentieus album dat hem van zijn publiek vervreemdt'. En bijzonder was het zeker. Waren de teksten van Lennaert Nijgh bij vlagen al cryptisch, voor 'Nacht en ontij' doen De Groot en Duzee er nog een flinke schep bovenop. Het album opent met het nummer 'Babylon'. Geroezemoes weerklinkt, klassieke klanken zwellen aan en na een minuut valt Boudewijn in: ''Meisjes wachten nachten / op de god Sjalomon Ra, / de draak bewaakt Ophelia / die in de laan der leguanen / met jasmijn onder platanen / terugdenkt aan Antarctica.'' De rest van het album wordt in beslag genomen door het briljante en intrigerende 'Heksen-sabbath' (deel 1 en deel 2), dat ruim 25 minuten duurt.

Een lekker wazig nummer met hoofdrollen voor heksen, magiërs, Kardansus de Kobolt en tal van figuren uit de klassieke oudheid, doorspekt met elementen uit diverse Oudhollandse sagen en legenden. Opvallend is de enorme stijlbreuk met de rest van zijn oeuvre: 'Heksen-sabbath' is niets minder dan een over het hoofd gezien psychedelisch meesterwerk. Niet alleen de tekst is schimmig en mysterieus (zie onder), ook de instrumentatie is bijzonder: klassieke strijkers (met arrangementen van Bert Paige) worden afgewisseld met experimentele percussie, folk-achtige muziek, Gregoriaanse gezangen en vreemde geluidseffecten. Verantwoordelijk voor deze effecten was overigens niemand minder dan Dick Raaijmakers, die in de jaren vijftig in het Natuurkundig Laboratorium van Philips (oftewel het Natlab) geschiedenis schreef door als een van de eersten ter wereld te experimenteren met elektronische muziek en computers.

'Heksen-sabbath' is een bedwelmend en zeer tot de verbeelding sprekend nummer waarin steeds iets nieuws valt te ontdekken. Voor zijn fans was het echter een brug te ver. Zij verwachtten licht maatschappijkritische liedjes met misschien een humoristisch tintje, maar in plaats daarvan werden ze meegesleept in een vervreemdend verhaal over een nachtelijke heksensabbat. 'Nacht en ontij' werd nauwelijks verkocht en de bij het album gevoegde bonussingle 'Aeneas nu' (toch best wel toegankelijk) flopte. En toen ook de tweede single van zijn Engelstalige project Tower geen succes werd, had de toen 24-jarige Boudewijn het even helemaal gehad. Hij trok zich terug in een commune in Dwingeloo en verdween uit de schijnwerpers.

In de jaren die zouden volgen, schreef hij nummers voor anderen, produceerde albums van Oscar Benton, Kraayeveld en Rob de Nijs en nam hij samen met Rick van der Linden de single 'Moonstruck' op. Platenmaatschappij Philips hield intussen de vlam brandend door regelmatig succesvolle verzamelaars op de markt te brengen. Van de lp 'Vijf jaar hits' (1971) gingen in een jaar tijd bijvoorbeeld naar liefst 100.000 exemplaren over de toonbank. Zo rond 1972 had Boudewijn zich weer verzoend met Lennaert Nijgh en maakte hij met het album 'Hoe sterk is de eenzame fietser' (1973) en de hit 'Jimmy' een 'comeback'. De lp won een Edison en een Gouden Harp. De rest is geschiedenis, zoals dat zo mooi heet.

In het oeuvre van Boudewijn de Groot is 'Nacht en ontij' zoals gezegd een buitenbeentje. Hoewel ik niet al te bekend ben met zijn latere werk, geloof ik niet dat hij ooit nog eens zo ooit uit de band is gesprongen... Luister zelf (60 MB, 320 kbps, inclusief de single 'Aeneas nu').

------------------------------
Heksen-sabbath (deel 1)
Boudewijn de Groot / Lucien Duzee

Mos en morgendauw lichten op in de eerste roze zonnestralen. Bloemen openen de kelken, vaag, en versluierd in nevel.

De heksen zijn verdwenen, en zo ook de kollen en kobolten, de gedrochten.
Weggevlogen op de eerste stralen van de nieuwe dag.

Was het een droom?

De nachtvlinder roept in hoge klaagzang de prooien bijeen uit het bos, een warm bos waar het donker begint te worden. Bladeren trekken de sporen van de nachtvlinder, die zich zingend een weg baant langs geschorste stammen, langs de bemoste grond in de stille schaduwen van een warm bos waar het nacht is.

Terwijl de honden slaperig wachten en waken tot het weer dag wordt, leest Kardansus de Kobolt werken van oude alchemisten in lichte ijdel en vage spreuken. In uitheemse taal van verzonken landen spreken zij zich uit tot het mystieke volk dat ver achter melkwegen en zonnestelsels, van diep onder de aarde, uit spelonken en holle grotten, uit gebouwen die angstvallig gemeden worden door mannen en vrouwen van debiele dorpen in het achterland, het volkje dat overal vandaan in drommen aan komt zetten.

Ze komen de heuvel op, vallen neer als kometen, gezeten op de rug van de raaf: heksen en kollen, kobolten, poliepen, in aanbidding voor het middernacht. Ze bezetten de heuvel in vervoering in het zwart van de nieuwe maan.

Het geluid van hun komst doet stilte ontstaan, stilte de verschrikking gelijk.

Heksen-sabbath (deel 2)
Boudewijn de Groot / Lucien Duzee

De metingen zijn verricht. Een vrouwzachte stem streelt de handelingen van Mefistofeles, de magiër van het losse land. In de schaduw van een nieuwe maan, op de grens van de randgeaarde wereld, strekt het gebied van de magister zich uit onder een dekmantel van zeer gewone dingen.

Onlangs stond in een strook van bergen de man op een vrouw gelijk. Hij bezat de formules waarmee een vrouw tot man werd.

De kleuren van zijn stem, de bruine ogen in zijn gelaat, de lange strengen van zijn haar, het hanteerde met simpele gebaren het gebergte tot grondstoffen voor de homunculus: kind buiten de moeder, kind uit de moeder, zoals hij, Torralba en Gauricus. De spreuken van zijn heer, meester-magiër Paracelsus, astroloog en alchemist, keerden nu weer in de gedaante van de homunculus: het kind buiten de moeder, kind uit de moeder, zoals hij, Torralba en Gauricus. In de diepte van vele spelonken droegen vrouwen ertoe bij dat formules elementen smolten, zoals het zand tot spiegels werd, uit het niets gelijk; de homunculus: het kind buiten de moeder, kind uit de moeder, zoals hij, Torralba en Gauricus. Maar Swedenborgh al vloog Stockholm voorbij om achter zich de vlammen te zien van een catastrofe in zijn gedachten, zoals ook de homunculus werd het kind buiten de moeder, kind uit de moeder, zoals hij, Torralba en Gauricus.

En daar zitten ze, de duivel en Tlazolteolf, koningin van de sabbath, gekroond als koningen, koninginnen, die op aarde sterven in geld en marmalade. Prinsen en prinsessen wier pruiken schroeien in de vlammen van het brandend kruis. Daar zit hij, de duivel wiens kont is gelikt en die zich nu tegoed doet aan het vlees van verkoolde kinderen. En voor zijn troon dansen en zingen heksen te zijner ere.

Kinderen van Arion,
kinderen van Nerion,
kinderen van Ur,
Balder en sater,
kinderen van de maan,
dochters van Varaan,
zonen van Waldaan,
noem de naam.

Van Ra en Baldur,
kinderen van Ur,
Myrthe en Syra,
vrouwen van de god,
achter de stromen,
achter de bomen,
waar de trollen wonen.
Noem de naam.

Goden en saters,
langs koele waters,
preken wat waar is
in de naam van Ra.
Dochter en zoon,
heer van de troon
is Loön de Ikoon.
Noem de naam.

Van Jim-John de dwerg,
nicht van de berg,
van de god Alister.
Waar woont de zwaan?
Kinderen van de maan,
dochters van Varaan
en de god Waldaan.
Noem de naam.

Noem de naam Arfistel,
de naam Mefistel,
vouw het epistel,
brand het en tel tot vier.
Satan is hier, Satan is hier,
Satan is hier, Satan is hier,
Satan is hier, Satan is hier.

En dan wijken allen voor hen die van verre kwamen en nieuw zijn: de Nieuwgekomenen.

Alegremos, que gente nueva tenemos, alegremos.

En dan wijken allen voor hen. Welkom in de naam van Satan en zijn volgelingen. In stilte stijgen zij af als zij kwamen op bokken die langs maan en nevelvlek hun weg vonden naar hier. Dan lopen ze langzaam in een rij naar het gevallen kruis en vertrappen het in afschuw en woede. In hun weelderige gewaden naderen ze nu de troon van de kwade monarch die opstaat... Nieuwgekomen zijn zij die het kruis vertrappen. ... en zijn hand heft. Men knielt en wacht. Nieuw zijn zij die de bijbel spuwen. De vrouwen met lange rokken van welstand en adel... Nieuw zijn zij die de kleren scheuren.

...besmeurd met modder en mos. Heren die in het achterland paraderen...

Nieuw zijn zij die de duivel kussen.

...als God en Gabriël en nu wachten op het doopsel van de duivel. Nieuw zijn zij die hun kind aanbieden. In hun gevouwen handen bieden zij ziel en zaligheid.

Nieuw zijn zij die zich aan het mes verwonden. Ze worden tot dienaar en dan...

Nieuw zijn zij die zich laten bezitten.

...is het moment gekomen dat zij hun nette kleren afdoen. Welkom. Alles voor Satan. Schamel en naakt maar in uiterste vervoering zijn zij tot alles in staat.

Alegremos, que gente nueva tenemos, alegremos. Ze kussen eerbiedig zijn billen.

Dan breekt de hel los.

Ze worden gillend omringd door toekijkende trollen, kollen en kobolten. De heksen krijsen en dansen. Wij dansen, schreeuwen, splijten de aarde. Onophoudelijk, tot schuimens toe, geverfd in felle kleuren, zwepen wij elkaar op en werpen rook en vuur. We scheuren de nevels aan flarden en stijgen. We stijgen. Wij stijgen in cirkels en spiralen, door lovertakken, spinrag, terwijl raven en nachtvlinders ons omringen en leiden tot boven boomtoppen en torenspitsen. In een roes van spattend hellevuur verlaten wij de heuvel, naar boven, naar Zenith en Zodiac, naar hel en duivel. Wij, Torralba en Gauricus, Tlazolteolf, Paramon, Liba en Avernos, Palo, Hash, Gondelin, Albertus Corsius, Anthonius Vorsius en Grotius...

De enkele ongenode gast, per vergissing aanwezig en nu achtergebleven, zet zich na de schouw tot het voorbereiden van sagen en legenden. Het afschrikwekkend voorbeeld voor een volk in het achterland.

De wind verstuift het zand en bedekt de sporen van Satans voze volgelingen die wachten op de avond.

peter Zondag 09 Maart 2008 at 3:10 pm | | krautrock

acht reacties

“En toen ook de tweede single van zijn Engelstalige project Tower geen succes werd, had de toen 24-jarige Boudewijn het even helemaal gehad. Hij trok zich terug in een commune in Dwingeloo en verdween uit de schijnwerpers.”

De ge-quote opinie mag er uiteraard zijn, maar wij muziekliefhebber gaan graag af op onze eigen instincten.

Zo beschreef de Q65-site (ons kende in die tijden ons, en men speelde in elkaars bandje) het als volgt:
“Poging van Boudewijn de Groot om zijn ?protestzanger ? ? image kwijt te raken. Hoewel beide singles van Tower van uitstekende kwaliteit zijn brak de band nooit door.
Om te beginnen zijn alle vier songs voorzien van fantastisch gitaarspel en dan met name van Eelco Gelling (van Cuby & the Blizzards ) die hiermee bewijst dat hij behalve een goede bluespartij ook uitstekende rock kan maken. Beide nummers op de eerste single zijn van de hand van Boudewijn de Groot en dichter Simon Vinkenoog.
Op de tweede werd de a-kant ook gecomponeerd door Boudewijn maar op de b-kant werd hij geholpen door zangeres Linda van Dyck, bekend uit de beat-periode toen ze nog optrad met de Boo Boos. De rest van deze studio-formatie bestond uit Kees Kranenburg (drs, ex-Jay Jays), Jay Baar (drs, ex-Q 65) Jan Hollestelle (bas, ex-Torero?s ) en Herman Deinum (Cuby & the Blizzards).”

De “hokjes-geest” uit de late jaren 60 is pass?, en het werk van Boudewijn de Groot word sindsdien beluisterd door een brede groep open-minded muziekliefhebber.
Om een gewogen oordeel te vormen lijkt me bijgaande luister-tip handig, en ik ben benieuwd of het uw kennis ook verbreedt en verdiept …
http://rapidshare.com/files/253608355/Th..

meneerB, - 09-07-’09 02:59

Dank voor je reactie meneerB! Hoewel ik enige moeite heb om ‘m te plaatsen. Ik zeg alleen dat Tower geen succes was, iets dat wordt beaamd in het geciteerde stuk. Een waarde-oordeel komt niet naar voren (het blijft bij een constatering). Sterker nog, je citeert ‘Poging van Boudewijn de Groot om zijn ?protestzanger??image kwijt te raken’ en dat is exact hetzelfde als wat ik schrijf. Dus waarom het nu precies nodig is om mijn kennis te verdiepen en te verbreden, is me vooralsnog een raadsel… Groet!

Araglin, - 09-07-’09 10:18

Het was geenszins een persoonlijke aanval: indien ik die indruk heb gewekt hierbij mijn welgemeende excuses.
Ik weet als geen ander: C’est le ton qui fait la musique, en blijkbaar was de mijne wat "out of tune".

Mijn reactie kwam voort uit twee zaken:
1) Het vermoeden,dat de tekst een niet persoonlijke of recente visie was, en toegevoegd aan de ervaringen van het beluisteren van "Nacht en ontij"; dit om een argument kracht bij te zetten.
De visie zette ik tegenover de visie van oud-bandleden, aldus mijn quote.
2) Ik ging uit van de onbekendheid van uw lezers met het fenomeen (en dat was het mijns inziens: een Nederlandstalige troubadour die Engels gaat schrijven/zingen?) The Tower.

Daar ik ??n singeltje in de kast had staan en de andere ooit geript had van een vriendje, leek het mij zinnig om uw publiek kennis met deze band te laten maken. (en ?ls mijn aanname juist was, ook u …)
Zelf een oordeel vormen in alle breedte en diepte is natuurlijk het leukste voor ons muziekliefhebbers, niet waar?
Maar dan moet je wel de twee singles tot je beschikking hebben!

E?n en ??n was twee die dag: wat rippen, wat kraakjes en een tik verwijderen, hoesje scannen, en tags toevoegen.
Dit alles uiteraard "Ter leering ende vermaeck", en zonder welke negatieve bijklank of bedoeling dan ook!

meneerB, - 11-07-’09 00:34

Als groot liefhebber van de diepste creatieve expressie die de sixties en seventies ons gebracht hebben, ben ik idolaat van deze lp van Boudewijn.

Het is beslist een vreemde stap van Boudewijn geweest, in een vreemde tijd. En daardoor wellicht ook zijn interessantste werk.

Behalve hier mijn bewondering voor “Nacht en Ontij” uit te spreken, heb ik bovendien een vraag. En vraag voor de kenner.

Speelt Eelco Gelling op “Nacht en Ontij”?
Ik heb altijd het gevoel gehad dat het de wonderlijke Eelco is die hierbij betrokken was, maar er is nauwelijks info te vinden over de betrokkenen.

En dan nóg een vraag; Mijn favoriete Boudewijn de Groot klassieker is “terug van weggeweest”, het openingsnummer van “Hoe sterk is de eenzame fietser”.
En de kenner zal zich de weergaloos emotionele gitaarsolo herinneren, die nét zo onder de huid gaat als de solo in “We used to know” van Jethro Tull of “Maggot Brain” van Funkadelic.
Wie in godsnaam speelt deze hallucinerende solo’s in “Terug van weggeweest”? Is het Eelco? Is het misschien Jan de Hont, die ook met de groep “Cargo” zo enorm rockte?
Wie kan me nog vertellen……

Stefan, België

stefan, (E-mail ) - 02-01-’10 19:12

Hallo, heb even en vraagje over de hoes van “Nacht en Ontij”. Heb vroeger in Haarlem gewoond en speelden regelmatig met vriendjes op het landgoed waar de foto van deze LP is gemaakt. Maar ik kan niet meer op de naam komen. Volgens mij was het in heemstede, maar het kan ook gewoon op de grens van Haarlem geweest zijn. Wie weet nog hoe dat landgoed heette??
Het stond toen al leeg en was redelijk vervallen. net een spookhuis. De naam had iets van “Ariol” of zoiets. Later is het afgebroken en er is – volgens mij – nu niets meer van terug te vinden.

Groeten uit Nieuwegein.
Fred Jacquet

Fred Jacquet, (E-mail ) - 01-06-’10 22:09

Het Kareol te Aerdenhout.
Het Kareol was een groot huis aan de Van Lennepweg in de Nederlandse plaats Aerdenhout in de gemeente Bloemendaal. De poorten staan nog maar het Kareol zelf is weg (zie google). Volgens mij staat er nu een appartementen complex voor ouderen op…

klaas brecht, (E-mail ) - 04-07-’10 02:08

Het Kareol was een groot huis aan de Van Lennepweg in de Nederlandse plaats Aerdenhout in de gemeente Bloemendaal.

Inhoud [verbergen]
1 Bouwwerk
2 Omschrijving
3 Opera en kunst
3.1 Na Bunge’s dood
3.2 De sloop van het Kareol
3.3 Tegenwoordig
4 Externe link

[bewerken] Bouwwerk
Aan het begin van de 20e eeuw werd op een bosrijk perceel in het zuiden van Aerdenhout het enorme bouwwerk gesticht. Met de bouw werd in 1908 begonnen; in 1911 was het voltooid. De bouw heeft circa 2,5 miljoen gulden gekost; een doorsnee woonhuis kostte in die tijd enkele duizenden guldens. Opdrachtgever hiervan was de Amsterdamse zakenman Julius Carl Bunge, die in de graanhandel toentertijd fortuin gemaakt had. Dit stelde hem in staat om een bouwwerk te laten stichten dat zoveel mogelijk de geest van de componist Richard Wagner moest uitstralen, van wie hij een groot liefhebber was. De naam is afkomstig van een burcht in Wagners opera Tristan en Isolde: oorspronkelijk stond het Kareol in het Britse Cornwall, waar in de tuin bij de burcht Tristan er gewond op zijn geliefde Isolde wachtte. Bunge had als Wagner-aanbidder een grote invloed op het muziekleven in Nederland van 1890 tot 1934. Bunge woonde er met zijn Duitse echtgenote Lotte Meissner.

[bewerken] Omschrijving
Het Kareol was ontworpen door de Zweedse architect Anders Lundberg en een voorbeeld van Scandinavische bouwkunst in Nederland. Ook de architecten Sven Silow en prof. Max Läuger waren bij het werk betrokken. Het bouwwerk was zeer ongewoon en paste eigenlijk niet erg bij de bestaande bebouwing: het reusachtige gebouw was veel groter en hoger dan de omringende huizen, het was van de buitenzijde geheel lichtgrijs gepleisterd en bezat een hoge toren. Deze toren fungeerde als watertoren voor het huis, maar kon ook beklommen worden, zodat men een goed uitzicht moet hebben gehad over de wijde omgeving. Treinreizigers die uitstapten op het spoorwegstation Heemstede-Aerdenhout konden steeds deze toren goed zien, aangezien het bovenste stuk duidelijk uitstak boven de bosrijke omgeving. De toren was 32 meter hoog. Boven was aan alle zijden een balkon, waarboven een koepel was. In 1910 verscheen van de hand van Theo Rüter een artikel over het Kareol in “Architectura”, het orgaan van het genootschap Architectura et Amicitia. In Duitsland was veel meer aandacht voor het Kareol: het gehele nummer van “die Innendekoration” van juli 1914 werd eraan gewijd.

[bewerken] Opera en kunst
In het huis werden tal van opera-uitvoeringen door de Wagner-Vereeniging voorbereid; Bunge hield zich vooral bezig met de enscenering daarvan. In het huis waren verschillende tegeltableaus met voorstellingen uit Wagners werken ingemetseld. In de omringende tuin was een vijverpartij, een rozentuin, een bosgebied waardoorheen een klein treintje was aangelegd en er bevonden zich 2 dienstwoningen. Het huis had bovendien een eigen orgel, dat op muziekrollen kon spelen (als een pianola). De bouwstijl van het Kareol kon het beste worden omschreven als jugendstil. Het pand was geheel uitgevoerd in gewapend beton. Er waren ook elementen van Art-deco in het huis aanwezig. Er is een goede vergelijking te maken met het Jachtslot Sint Hubertus, dat bewoond werd door het echtpaar Kröller-Müller in het park de Hoge Veluwe. Bunge was bovendien kunstliefhebber en richtte het Kareol dan ook met vele kunstwerken in. Beroemd was bijvoorbeeld de enorme tapijtencollectie die het huis herbergde. Bij de inrichting van het huis speelde geld geen rol: alles was van de mooiste en duurste materialen vervaardigd.

[bewerken] Na Bunge’s dood
Ondanks deze grootse, ongewone opzet heeft het huis Bunge maar korte tijd tot woning kunnen dienen. In 1919 stierf zijn echtgenote aan de Spaanse griep. Tot aan zijn overlijden in 1934 bewoonde Bunge het huis met huisvriendin Hilde Rusag, die in 1941 stierf. Haar Duitse erfgenamen namen de meeste kostbaarheden naar Wuppertal (Duitsland) mee, waar ze bij een bombardement van deze industriestad verloren gingen.

Op 18 juli 1940 wordt het Kareol, met instemming van de eigenares, Hilde Bunge (Rusag), in gebruik genomen door het Rode Kruis als herstellingsoord voor militairen die gewond zijn geraakt tijdens de meidagen. Initiatiefnemers zijn ritmeester Pahud de Mortange en Dr. C. Kroon. In juli 1941 krijgt Pahud een gift van fl.10.000,= en ‘duizend sigaren’ van de N.S.V.O. Het geld is een deel van de opbrengst van een collecte die deze vrouwenorganisatie heeft gehouden ten bate van het Duitse Rode Kruis.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het Kareol door de Nederlandse overheid geconfisqueerd en gebruikt als sanatorium, waar oorlogsgewonden konden aansterken. De vereniging van deze veteranen, de vereniging BNMO (Bond Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers) geeft een periodiek uit dat toepasselijk nog altijd de naam “De Kareoler” draagt. Nadien werd het gekocht door een vermogend paardenliefhebber, die er zich er verder geen raad mee wist. Later belandde het in de handen van de omstreden speculant Reinder Zwolsman, die het doorverkocht aan speculant Muller. Er trad leegstand van het immense bouwwerk op, met onvermijdelijk verval. Het bleek onmogelijk om nog een geschikte bestemming voor het immense en typische gebouw van het Kareol te vinden. Er dreigde verder verval en afbraak. Door en groepering van buurtbewoners werd nog een stichting opgericht tot redding van het complex.

[bewerken] De sloop van het Kareol
Uiteindelijk vond de gemeente Bloemendaal de situatie zo onveilig en bleek herstel zo kostbaar, dat de sloop volgde in 1979. Het Kareol had weliswaar de status van Rijksmonument, maar werd door Staatssecretaris van Cultuur Gerard Wallis de Vries van de Monumentenlijst geschrapt. De sloop was niet alleen het gebouw, maar ook de sloper noodlottig: deze ging failliet. Een ander moest de afbraak voltooien. Bij het ontmantelen van het stevig gebouwde huis, waarin gewapend beton gebruikt was, moest zelfs springstof gebruikt worden. Toch wilde de gemeente Bloemendaal nog een aandenken van het Kareol in het gemeente-archief bewaren. Men koos voor enkele tegeltableaus. Deze bleken moeilijk te redden doordat zij stevig verankerd met het gebouw waren en konden deels enkel in beschadigde staat losgemaakt worden. Het huisorgel (Aeolian Pipe Organ) is ondergebracht in het Pianola Museum in Amsterdam. De kunstschilder Fred Blei uit Amsterdam vervaardigde nog een aantal schilderingen met taferelen van het Kareol zoals dit geweest is. Hans van der Horst maakte van de afbraak van Kareol een verslag in pentekeningen. Dit werd in 1980 als boek (ISBN9022840972) gepubliceerd onder de titel: Kareol: ondergang van een monument.

[bewerken] Tegenwoordig
Op dit moment is op de plaats van het Kareol een nieuw appartementengebouw gesticht. Het park en bosgebied zijn zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat hersteld. In het bos zijn op verschillende plaatsen nog oude bouwwerken overgebleven uit de gloriedagen van het Kareol.

[bewerken] Externe link
Het Kareol in het Noord-Hollands Archief
Over het Kareol op de site van het Pianolamuseum
Ontvangen van “http://nl.wikipedia.org/wiki/Kareol”
Categorie: Landgoed in Noord-Holland

klaas brecht, (E-mail ) - 04-07-’10 02:15

Goedemorgen Klaas,
Bedankt voor de informatie over “Het Kareol”. Wat een verhaal en wat een geschiedenis zit er achter! Ik heb “Google” er eens op nageslagen en moet bekennen dat – de foto’s bekijkende – ik het huis dan toch in en ander perspectief zie. We praten hier ook over meer dan 40 jaar geleden dat we daar regelmatig speelden met een groep kids uit Haarlem Oost. Het was een geweldig imposant huis. Kan me wel voorstellen dat de gemeente Bloemendaal er geen geld voor had om het in zijn geheel te restaureren, maar jammer is het wel!!

Voor Stefan uit België: ja, Eelco Gelling speelt inderdaad op deze LP/CD.

Groeten uit een zonovergoten Nieuwegein.
Fredje

Fred Jacquet, (E-mail ) - 04-07-’10 09:07
(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.