Strijkkwartet

Een strijkkwartet bestaat uit twee violen, een altviool en een cello. De structuur van een strijkkwartet is gelijk aan die van een symfonie. En dat betekent dus in de meeste gevallen vier delen: een levendig eerste deel in sonatevorm, een wat langzamer tweede deel, een derde deel met dansmuziek, en een opzwepende finale.

Klinkt logisch en vanzelfsprekend, en je zou verwachten dat het strijkkwartet zoals we dat kennen, het resultaat is van een eeuwenoude ontwikkeling, waaraan tal van componisten een steentje hebben bijgedragen. Maar nee. Het strijkkwartet is ontstaan in het midden van de 18e eeuw en bedacht door één man: Joseph Haydn (1732-1809).

Het verhaal gaat dat de toen 18-jarige Haydn in opdracht van een Oostenrijkse graaf muziek moest componeren voor de toevallig op diens landgoed aanwezige musici: twee violisten, een altviolist en een cellist. Haydn zette zich aan het schrijven, en merkte tot zijn verbazing dat deze opdracht hem merkwaardig soepel afging. Toen hij de uitvoering bijwoonde, raakte hij bijzonder enthousiast over deze bezetting en de mogelijkheden die deze vorm hem bood. Uiteindelijk zou Haydn meer dan tachtig strijkkwartetten schrijven en daarmee eigenhandig een nieuw genre in het leven roepen.

Haydn kwam op 28-jarige leeftijd in dienst van de vorstelijke familie Esterhazy. Prins Nicolaus Jozef Esterhazy, de rijkste prins van Hongarije, benoemde hem in 1766 tot kapelmeester, een functie die Haydn verzekerde van een vast inkomen en die hij maar liefst dertig jaar zou bekleden. Er werd van hem verwacht dat hij twee avonden per week de muziek verzorgde en Haydn kweet zich vol overgave van zijn taak. In alle rust (en met de hulp van diverse topmuzikanten die eveneens  een vaste aanstelling aan het hof genoten) legde hij de grondslagen van de symfonie, en schreef hij talloze concerto's, opera's, oratoria, sonates en noem het maar op. Na de dood van Esterhazy verhuisde hij naar Wenen, toerde regelmatig door Europa en wierp zich op als mentor van onder andere Mozart en Beethoven.

Alle strijkkwartetten van Haydn zijn fraai (hoewel hij op zijn eerste pogingen overduidelijk nog zoekende was), maar als ik er toch twee moet uitkiezen, kies ik voor de strijkkwartetten opus 76, deel 1 en 2, die hij schreef in 1796 en 1797 voor de Hongaarse graaf Joseph Erdödy. Ambitieus, meeslepend en innovatief. Prachtig! Luister zelf: opus 76 in G major no. 1 en opus 76 in D minor no. 2 (320 kbps, 72 MB), uitgevoerd door het gerenommeerde Aeloian String Quartet. Voor meer informatie, verwijs ik je graag naar deze uitgebreide analyse op Wikipedia.

Een strijkkwartet bestaat uit twee violen, een altviool en een cello. De structuur van een strijkkwartet is gelijk aan die van een symfonie. En dat betekent dus in de meeste gevallen vier delen: een levendig eerste deel in sonatevorm, een wat langzamer tweede deel, een derde deel met dansmuziek, en een opzwepende finale. Klinkt logisch, en je zou verwachten dat het strijkkwartet zoals we dat kennen, het resultaat is van een eeuwenoude ontwikkeling, waaraan tal van componisten een steentje hebben bijgedragen. Maar nee. Het strijkkwartet is ontstaan in het midden van de 18e eeuw en bedacht door één man: Joseph Haydn (1732-1809).

 

Het verhaal gaat dat de toen 18-jarige Haydn in opdracht van een Oostenrijkse graaf muziek moest componeren voor de toevallig op diens landgoed aanwezige musici: twee violisten, een altviolist en een cellist. Haydn zette zich aan het schrijven, en merkte tot zijn verbazing dat deze opdracht hem merkwaardig soepel afging. Toen hij de uitvoering bijwoonde, raakte hij bijzonder enthousiast over deze bezetting en de mogelijkheden die deze vorm hem bood. Uiteindelijk zou Haydn meer dan tachtig strijkkwartetten schrijven en daarmee eigenhandig een nieuw genre in het leven roepen.

 

Haydn kwam op 28-jarige leeftijd in dienst van de vorstelijke familie Esterhazy. Prins Nicolaus Jozef Esterhazy, de rijkste prins van Hongarije, benoemde hem in 1766 tot kapelmeester, een functie die Haydn verzekerde van een vast inkomen en die hij maar liefst dertig jaar zou bekleden. Er werd van hem verwacht dat hij twee avonden per week de muziek verzorgde en Haydn kweet zich vol overgave van zijn taak. In alle rust (en met de hulp van diverse topmuzikanten die eveneens een vaste aanstelling aan het hof genoten) legde hij de grondslagen van de symfonie, en schreef hij talloze concerto's, opera's, oratoria, sonates en noem het maar op. Na de dood van Esterhazy verhuisde hij naar Wenen, toerde regelmatig door Europa en wierp zich op als mentor van onder andere Mozart en Beethoven.

 

Alle strijkkwartetten van Haydn zijn fraai (hoewel hij op zijn eerste pogingen overduidelijk nog zoekende was), maar als ik er toch twee moet uitkiezen, kies ik voor de strijkkwartetten opus 76, deel 1 en 2, die hij schreef in 1796 en 1797 voor de Hongaarse graaf Joseph Erdödy. Ambitieus, meeslepend en innovatief. Prachtig! Luister zelf: opus 76 in G major no. 1 en opus 76 in D minor nop. 2, uitgevoerd door het gerenommeerde Aeloian String Quartet. Voor meer informatie, verwijs ik je graag naar deze uitgebreide analyse op Wikipedia.

arnold Woensdag 16 December 2009 at 12:32 am | | klassiek
Gebruikte Tags:

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.