Opkomst en ondergang

In zijn boek 'Appetite for Self-Destruction: The Spectacular Crash of the Record Industry in the Digital Age' beschrijft journalist Steve Knopper de opkomst én de ondergang van de grote platenmaatschappijen EMI, Sony, Universal en Warner. Het boek is een ontluisterende opeenvolging van verkeerde beslissingen, gebrek aan visie en een hemeltergende arrogantie. "Als je mensen in de industrie vraagt hoe het komt dat de omzet van de platenindustrie enorm teruggelopen is, zeggen ze al snel: piraterij. Mijn boek is gericht op de fouten die de industrie zelf gemaakt heeft. Dat de grote platenbazen - verblind door macht en succes - de verkeerde keuzes maakten is een tragedie. De mensen boven ze vertelden ze wat ze moesten doen, de mensen onder ze vertelden wat ze moesten doen, maar ze luisterden gewoon niet", aldus Knopper tijdens een discussie tijdens  het afgelopen Noorderslag Festival in Groningen. (bron)

De opkomst van internet in de jaren negentig werd totaal genegeerd door de grote labels - naar werknemers die zich bezighielden met de nieuwe digitale ontwikkelingen werd niet geluisterd. En aangezien de grote labels niet meewerkten had de muziekliefhebber op internet weinig keuze en werden er op grote schaal kopieën gemaakt en rondgestuurd. Op deze manier groeide een generatie op in de veronderstelling dat muziek gratis is. Pas toen de platenmaatschappijen in de gaten kregen hoeveel geld ze misliepen, spanden ze een rechtszaak aan tegen Napster-oprichter Shawn Fanning. Nadat Napster uit de lucht was gehaald, leunden de platenbonzen weer met een gerust hart achterover – zonder iets te doen met de 20 miljoen Napster-gebruikers, die op zoek gingen naar alternatieven.

En zo laat Knopper de ene na de andere miskleun de revue passeren: het afschaffen van de single, het aanspannen van ondoordachte rechtszaken, een knullige cd-beveiliging en 'last but not least' bereslechte pr. Je maakt immers geen vrienden door je klanten neer te zetten als criminelen en torenhoge, totaal niet realistische boetes te eisen.

Voor artiesten ziet hij ook voordelen: ''De artiesten zijn niet langer afhankelijk van een platenmaatschappij. Natuurlijk, de muziek moet goed zijn. Maar bedenken ze daarnaast een creatieve internetstrategie, dan hebben ze al gauw een groot bereik.'' Over de pogingen van labels als Universal en Warner om het tij te keren (door bijvoorbeeld de handen ineen te slaan met internetwinkel Amazon, telefoongigant Nokia of een ringtone-boer) is Knopper stellig: ''Too little too late.Ik denk echter wel dat major labels de komende jaren nog zullen bestaan. Tot op de dag van vandaag is tekenen bij een major de beste optie als je gigantisch door wilt breken. Zij hebben de connecties om je op de radio te krijgen. Alles wat nu gebeurt is slecht voor twee groepen mensen. Voor mensen in de platenindustrie, en voor artiesten die de Toni Braxton-route willen volgen. Ontdekt worden terwijl je staat te zingen bij een benzinepomp, en binnen de kortste keren de grootste ter wereld worden. Tegenwoordig zijn er andere manieren om opgemerkt te worden, bijvoorbeeld via MySpace of Facebook. Daarmee word je nog geen Lady GaGa, maar je kunt een gedegen carrière opbouwen. Voor muzikanten is alles wat nu gebeurt juist alleen maar goed."

En tot zover Knopper. Interessante materie, vooral ook omdat 'men' (wie de schoon past, trekke hem aan) halsstarrig door blijft gaan met het op elkaar stapelen van rare beslissingen. Zo las ik in De NRC van de week dat de Franse president Nicolas Sakozy vindt dat Google moet worden gestraft voor zijn dominantie op de markt voor internetadvertenties. Als het aan de Franse regering ligt, wordt er een belasting geintroduceerd op online advertenties ter hoogte van 1 tot 2 procent van de omzet. Het op deze manier verzamelde bedrag is grotendeels bestemd voor de muziekindustrie. Het hoeft geen betoog dat de Franse regering, de entertainmentindustrie en copyright-instanties nauw samenwerken. Een bijzonder plan – alsof Google verantwoordelijk is voor het illegaal downloaden van muziek.

Verder zijn Brein en aanverwante stichtingen en organisaties nog altijd bezig met het offline halen van onder meer FTD, PirateBay en noem het maar op – maar is Oink-oprichter Alan Ellis vrijgesproken (zijn verweer dat hij zelf geen muziek aanbod, maar als een soort Google alleen verwees naar bestanden, werd door de rechter geaccepteerd). En nu mengt ook vakbond FNV zich in de discussie. FNV-voorzitter Agnes Jongerius: ''Popmusici verdienen met hun muziek niet genoeg om hun gezin te onderhouden. Terwijl tal van bedrijven aan internet verdienen, komt muziek meestal nog steeds gratis als water uit de kraan. Met een licentie, een licence to download, zou je dat kunnen oplossen.'' Tja. Ik ben benieuwd naar de praktische en inhoudelijke onderbouwing.

Maar goed, over downloaden kun je eindeloos ouwehoeren – en ik geloof dat ik dat nu een aardig eind op weg ben. Alleen: wat vinden de artiesten?  Zijn ze bang zich in een discussie te mengen uit vrees voor een pr-debacle van Metallicaanse proporties en het verlies van fans? Het is opvallend om te zien dat de meeste muzikanten zich nogal op de vlakte houden (uitzonderingen daargelaten), hoewel ik de indruk krijg dat vooral de aan de weg timmerende en beginnende artiesten hier best wel een uitgesproken mening over hebben. Misschien een leuk idee voor een artikel in de niet al te verre toekomst....

arnold Maandag 18 Januari 2010 at 12:35 am | | interessant
Gebruikte Tags: , ,

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.