Interplanetary Folk

In 1973 organiseerde het Brooklyn Museum een expositie over de Dogon-stam uit Mali. Centraal stonden de vreemde en buitenissige sculpturen van deze eeuwenoude Afrikaanse stam, die te maken hadden met hun complexe religieuze en astronomische theorieën. Deze astronomische kennis zou in een ver verleden door bezoekers van de ster Sirius aan de mensheid zijn overgedragen en door de Dogon van generatie op generatie doorgegeven. Deze buitenaardse wezens werden Nommos genoemd; visachtige menswezens, met zwemvliezen en schubben.

De Dogon beschikten over kennis waarvan wetenschappers destijds stijl achterover sloegen. Dat Jupiter bijvoorbeeld over vier (met het blote oog onzichtbare) manen beschikt of dat Sirius wordt vergezeld door de (eveneens onzichtbare) witte dwergster Sirius B en de bruine dwergster Sirius C (bijgenaamd Emme Ya).

Over het feit hoe de Dogon dit allemaal precies konden weten, verschillen de meningen (hoewel de sceptici de overhand lijken te hebben), maar fascinerend is het zeker. Dat vond ook Craig Leon, die vol verbazing rondliep in het museum en alle indrukken als een spons in zich opzoog. Fast forward naar eind jaren zeventig. Leon had zich inmiddels ontwikkeld tot een succesvol en veelgevraagd punk- en new wave-producer, die betrokken was bij de baanbrekende debuutalbums van onder anderen Blondie, Richard Hell, Suicide en de Ramones.

In 1979 ontmoette hij Denny Bruce (de producer/manager van Leo Kottke) en John Fahey, die op hun Takoma-label een album hadden uitgebracht waarop ze een alternatieve Amerikaanse geschiedenis ten gehore brachten. Dat bracht Leon op een idee. Geïnspireerd door de Dogon-expositie besloot hij samen met zijn vrouw Cassell Webb muziek te maken die de vreemde wereld van de Nommos tot leven zou brengen. Het stel ging aan de slag met een Roland Jupiter-4, ARP 2600, Oberheim OB-X en een prototype van de drummachine die later door Roger Linn geperfectioneerd zou worden.

Het resultaat was het vijf nummers tellende album ‘Nommos’, dat volstrekt uniek en eigenzinnig is te noemen. Metaalachtige, repetitieve ritmes, vervreemdende effecten, drones – het lijkt echt helemaal nergens op. En om het helemaal af te maken, zorgen ook de songtitels (achtereenvolgens ‘‘Ring With Three Concentric Discs’, Donkeys Bearing Cups’, ‘Nommo’, ‘Four Eyes To See The Afterlife’ en ‘She Wears A Hemispherical Skull Cap’) voor een buitenaardse, surrealistische ervaring.  

‘Nommos’ verscheen in 1981 op het Takoma-label, maar werd door niemand opgemerkt. Een jaar later probeerde Craig Leon het nog een keer met ‘Visiting’ (1982), dat voortborduurt op de Nommos-thematiek maar zich in iets rustiger muzikaal vaarwater begeeft – hoewel het nog altijd lijkt alsof je een verontrustende rondleiding krijgt door een wereld die bevolkt wordt door wezens die zich voortbewegen met tentakels en beschikken over kieuwen en een snavelbek.

32 jaar later hebben beide albums niets aan kracht ingeboet en vormen ze een fijn zoemend analoog synthesizereilandje uit de vroege jaren tachtig. Met een beetje goede wil zou je de muziek kunnen karakteriseren als een soort proto-disco-techno, of als een tribale Brian Eno (denk aan ‘My Life In The Bush Of Ghosts’) die samen met Vangelis een liefdesbaby opvoedt tijdens een reis naar Mars.

Beide albums zijn onder de noemer ‘Anthology of Interplanetary Folk Music vol.1’opnieuw uitgebracht door RVNG Intl. uit Brooklyn (heerlijk hoe de cirkel weer rond is), op zowel cd, (gelimiteerde) dubbel-lp en als download via Bandcamp (zie onder). Prachtig. 

Araglin Woensdag 12 November 2014 at 8:10 pm | | weird, elektronisch

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.