Gustav Mahler

Gustav Mahler (1860-1911) was een neuroot, gekweld musicus en een van de belangrijkste dirigenten van zijn tijd. Zijn leven is een aaneenschakeling van tragedie en persoonlijk leed. Mahler werd geboren in een klein dorpje in de Bohemen (nu een deel van Tsjechië). Zijn vader was kroegbaas, zijn moeder een dromerige vrouw die niet was opgewassen tegen de gewelddadige explosies van haar man, die haar en de jonge Gustav regelmatig mishandelde. Voeg daarbij een zwakke gezondheid en obsessieve angstaanvallen, en het mag duidelijk zijn dat Mahler niet zou opgroeien tot een blakende en opgewekte persoonlijkheid. Toen de jonge Gustsav eens werd gevraagd wat hij wilde worden als hij groot was, antwoordde hij: 'martelaar'.

Op vijftienjarige leeftijd studeerde hij aan het Conservatorium van Wenen, waarna Mahlter zich aan de universiteit specialiseerde in wijsbegeerte en geschiedenis. Hij raakte onder de indruk van Duitse romantische schrijvers als Hoffman en Eichendorff, en hun ideeën zou hij later verwerken in zijn eigen composities (onder andere in 'Lieder eines fahrenden Gesellen'). In die jaren die zouden volgen ontpopte Gustav Mahler zich tot een toonaangevend dirigent - vooral ook omdat hij met componeren alleen niet in zijn levensonderhoud kon voorzien. Veel van zijn werken schreef Mahler dan ook tijdens vakanties; hij trok zich terug in een afgelegen huisje en zette zich in alle rust aan het componeren.

Mahler vergde het uiterste van zichzelf en de orkestleden, die hem dat niet in dank afnamen en die manische dirigent maar een rare snijboon vonden. In zijn muziek verwerkte hij vaak persoonlijke elementen en ijverde hij voor een symfonie die 'de hele wereld moest omvatten'. Zijn tweede symfonie (uit 1895) betekende zijn doorbraak als componist, hoewel hij tijdens zijn leven nooit zo heel erg populair is geweest. Mahlers muziek kenmerkt zich door contrasten: snelle wisselingen van hard en zacht, passages die aanzwellen en schommelen tussen razernij en schoonheid om uiteindelijk los te barsten in een uitbundige en lawaaierige euforie. Mahler schreef in totaal acht symfonieën en een aantal sombere liederencycli (waaronder 'Kindertotenlieder' en de bundel 'Des Knaben Wunderhorn' - net als de liederen van Schubert loop ik hier niet echt warm voor). Hij heeft ongetwijfeld veel en veel meer geschreven, maar het merendeel van zijn jeugdwerken (waaronder opera's, symfonische schetsen en kamermuziek) heeft hij in de open haard geflikkerd; het was niet goed genoeg.

In 1907 stief zijn oudste dochtertje aan roodvonk. Mahler voelde zich schuldig en dacht dat hij met zijn 'Kindertotenlieder' haar dood in de hand had gewerkt. Hij stortte zich vol overgave op zijn werk en pendelde heen en weer tussen Wenen en Amerika, waar hij in New York dirrigent was van de Metropolitan Opera en de New York Philharmonic Society (nu bekend als Philharmonic Orchestra). Na een reeks gastoptredens in Amerika stortte Mahler in. Zoals gezegd had hij een zwakke gezondheid en kampte hij zijn hele leven met keelontstekingen. Waarschijnlijk is hij gestorven aan een hartklepziekte, verergerd door een streptokokkeninfectie.

Hij wordt nu gezien als de schakel tussen de late romantiek en de moderne klassieke muziek. Dankzij bewonderaars als Leonard Bernstein en Bernard Haitink werd Mahlers werk herontdekt en voor de vergetelheid behoed. Luister naar 'Stürmisch bewegt' (19 MB, link is zeer beperkt houdbaar), het vierde en laatste deel van Mahlers eerste symfonie, in een uitvoering van Bernstein. Meer informatie vind je op de site van de Internationale Gustav Mahler Vereniging.

peter Zaterdag 15 April 2006 at 3:24 pm | | klassiek

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.