Brein

Begin vorig jaar sleepte stichting Brein de providers Tiscali, @Home, Wanadoo, Het Net en Planet Internet voor de rechter omdat hun abonnees auteursrechtelijk beschermde muziek aanboden via ruilnetwerken. Brein had een Amerikaans onderzoeksbureau ingeschakeld dat de gedeelde mappen op pc's van gebruikers onderzocht. De Utrechtse rechter vond dat Brein niet rechtmatig had gehandeld en stelde de stichting in het ongelijk. Enkele maanden later probeerde Brein het opnieuw en eiste het bij de rechter de gegevens op van een groot aantal klanten van Essent, KPN, Tiscali, Wanadoo en UPC. Er zou sprake zijn van onrechtmatig handelen, waardoor de de stichting het recht heeft om de naam en adresgegevens te krijgen. De rechter ging hier niet mee akkoord en oordeelde dat de werkwijze van Brein in strijd is met de Europese regelgeving met betrekking tot privacy.

Brein-directeur Tim Kuik ging in hoger beroep en afgelopen donderdag deed de rechter uitspraak: "Gelet op deze tegenstrijdige verklaringen kan voorshands niet goed worden beoordeeld of het onderzoek van Brein met voldoende nauwkeurigheid en zorgvuldigheid is uitgevoerd om te kunnen dienen als basis voor toewijzing van de gevorderde voorzieningen. Hier komt bij dat door de ISPs niet bestreden is gesteld dat de muziekindustrie naast juridische middelen ook technische middelen gebruikt om het ongeautoriseerde aanbieden van muziekbestanden te bestrijden, te weten het gebruik van zogenoemde ‘decoy-files’ en ‘spoofed content’, bestanden die op muziekbestanden lijken maar het in werkelijkheid niet zijn. Op dit moment zou 50% van het gehele Kazaa netwerk uit spoofed content bestaan, terwijl van sommige files 90% is vervuild."

Met andere woorden: het valt niet te bewijzen of de bestanden daadwerkelijk illegaal zijn, het kunnen ook decoy-files zijn, die nota bene zelf door onder meer Brein zijn verspreid. Verder oordeelt de rechter: "Brein voert aan dat de ‘shared folder’ dat gedeelte van de privébestanden van een abonnee is dat deze abonnee in de ‘publiek ruimte’ van het internet voor een ieder bereikbaar en beschikbaar heeft neergezet, zodat het de abonnee is die beslist of hij zijn ‘shared folder’ openstelt voor andere gebruikers van P2P-programma’s zoals KaZaa en er derhalve geen inbreuk wordt gemaakt op zijn recht op privacy. Brein spreekt in dit verband van een public place of snuffelmarkt. Het hof acht deze redenering niet concludent. Een gebruiker van een IP-adres stelt zijn computer open voor een specifiek doel, het uitwisselen van bestanden met andere P2P gebruikers van het netwerk, waarbij hij er niet op bedacht behoeft te zijn dat een organisatie als het door Brein ingeschakelde MediaSentry zijn ‘shared folder’ bekijkt op mogelijke inbreuken op auteursrecht. Hierbij komt dat deze gegevensverwerking voor de betrokkene onopgemerkt blijft."

En wederom met andere woorden: je mag niet zomaar in mappen op andermans pc's neuzen om illegale praktijken op te sporen. Stichting Brein ziet het echter anders en meent dat zij in principe recht heeft op de adresgegevens, maar dat in dit geval de gebruikte methode (het inschakelen van een extern bureau) niet geheel waterdicht is. Tim Kuik: "In elk geval is duidelijk dat als Brein de gegevens zelf verzamelt, zij de naam- en adresgegevens wel kan krijgen. Dat is dan ook wat wij sinds het kort geding doen. Volgens de wet is het toegestaan een derde partij in te schakelen zolang dat met de vereiste waarborgen is omkleed. Aangezien dit het geval was, zien we de uitspraak in de bodemprocedure dan ook met vertrouwen tegemoet." Kuik mag dan wel blaken van zelfvertrouwen, ik zie niet in waarom de stichting zonder toestemming van de gebruiker mag rondneuzen in openbare mappen, nu de rechter heeft bepaald dat dit 'onrechtmatig' is. Over enkele maanden volgt de uitspraak in de bodemprocedure. Brein doet er volgens mij goed aan zich nog meer te concentreren op georganiseerde piraterij in plaats van individuele gebruikers aan te pakken.

Ook de RIAA, de Amerikaanse tegenhanger van Brein, kampt met de nodige tegenslagen. De belangengroep klaagde in november 2004 de Amerikaanse Debbie Foster en haar dochter Amanda aan omdat zij illegale muziekbestanden zou delen. De RIAA kwam met een schikking op de proppen waarbij de moeder vijfduizend euro boete moest betalen. Ze weigerde, en vroeg de RIAA om met specifieke informatie te komen over welke nummers zij wanneer zou hebben gedownload. De RIAA zag de bui al hangen, en verzocht de rechtbank de zaak te laten vallen. De rechter deed dit, maar verklaarde Foster wel tot winnaar en veroordeelde de RIAA tot het betalen van de advocatenkosten. Ook eerdere zaken (waaronder eentje tegen een oma die nog nooit een pc had aangeraakt en een overledene) liepen op niets uit.

peter Zaterdag 15 Juli 2006 at 12:43 pm | | interessant

Geen reacties

(optioneel veld)
(optioneel veld)
Om geautomatiseerde spam te voorkomen, vraag ik je vriendelijk om de volgende vraag te beantwoorden.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.